Wetenschapsfilosofie in context (WB2BD3031)
periode 3 2010-11
Outline
De tussentoets is op maandag 14 maart 2011 van 17.00-20.00 uur in Educatorium Alfa
De eindtoets is op donderdag 14 april 2011 van 8.30-11.30 uur in Educatorium Megaron
College 3
Betekenissen en bedoelingen moet je begrijpen
Vandaag staat de discussie centraal, aangezwengeld door de hermeneutiek, over een eigen methode voor de geesteswetenschappen, geënt op interpretatie.
Verplichte literatuur (lezen vóór bijeenkomst)
continental:habermasHabermas, Jürgen. 1998. “Knowledge and Human Interest: A General Perspective.” In Continental Philosophy, edited by William McNeill and Karen S. Feldman, 286–294. Hoboken, New Jersey: Wiley-Blackwell.Lees zelf vooraf
over relatie tussen politieke filosofie en sociaologie. In Companion to Contemporary Political Philosophy, Goodin en Pettit (eds.), 90--122
Extra literatuur (voor essay)
Apel, K. O. 1982. “The Erklären-Verstehen Controversy in the Philosophy of the Natural and Human Sciences.” In Contemporary Philosophy. A New Survey (2), edited by G. Floistad, 19–49. The Hague, Boston, London: Nijhoff.
Taylor, Charles. 1971. “Interpretation and the Science of Man.” Review of Metaphysics 25:1:25–51. [Here reprinted from Fred Dallmayr and Thomas McCarthy, eds., Understanding and Social Inquiry]
Toets
Deel II. γ en α
De bijeenkomsten bespreken alternerend een kwestie uit de sociale wetenschappen en een uit de Letteren. We laten zien hoe die samenhangen en welke consequenties dat heeft.
Een van de rode draden die door de colleges heenlopen is het debat over de benadering die centraal dient te staan: een disciplinaire (zoals we die traditioneel kennen van de universiteiten), of een gemengde, met Cultural Studies, of Algemene Sociale Wetenschappen als voorbeelden.
12, donderdag 17 maart 2011
Culturen dun beschrijven is zinloos
Vandaag belichten we de typische kenmerken van de alfa- en gamma-wetenschappen, die in de komende colleges en detail aan bod komen. Centraal staat het reeds door Edmund Husserl betreurde onvermogen van de natuurwetenschappen om de inrichting van de samenleving te sturen of te legitimeren. Cultuur, kunst, sociale rituelen---geen van alle zijn ze te verklaren door een beroep te doen op wetmatige verbanden die zonder uitzondering van toepassing zijn en die de wetenschapper in staat zouden moeten stellen gebeurtenissen te voorspellen. De sociale wetenschappen (gamma) en de Letteren (alfa) worstelen ieder op hun eigen manier met het dilemma dat ontstaat wanneer men én wil tegemoetkomen aan de intenties van menselijke actoren én wetenschappelijk te werk wil gaan.
Ook vandaag: de noodzaak van een holistische benadering en van dikke beschrijvingen, in plaats van de dunne die we van de natuurwetenschappen kennen; het verschil tussen oorzaken en redenen; het feit dat onze handelingen vele redenen (kunnen) hebben en het probleem hoe die te reconstrueren; het verschil tussen menselijk handelen in actu en de producten daarvan en hoe die bestudeerd worden door de sociale wetenschappen en, respectievelijk, de Letteren.
Verplichte literatuur (lezen vóór bijeenkomst)
Geertz, Clifford. 2009. “Thick Description: Toward an Interpretive Theory of Culture.” In Modern Historiography Reader: Western Sources, edited by Adam Budd, 431–442. Cambridge, Mass: Routledge.Lees zelf vooraf
in The Modern Historiography Reader, 421--431
Extra literatuur (voor essay)
Terry Eagleton, "Culture in Crisis" and "Culture and Nature" in The Idea of Culture. Oxford 2000, pp 32-51 and pp 87-112.
Gallie, W. B.. 1956. “Essentially Contested Concepts.” Proceedings of the Aristotelian Society, vol. 167.
Margolis, Joseph. 2000. “The Deviant Ontology of Artworks.” In Theories of Art Today, edited by Noëll Carroll, 109–29. Madison: University of Wisconsin Press.
Trigg, Roger. 1985. Understanding Social Science. Oxford: Basil Blackwell.
Wartofsky, Marx W. 1968. “Science,Values,and the Humanistic Understanding.” In Conceptual Foundations of Scientific Thought. An Introduction to the Philosophy of Science, 403–15. New York: The MacMillan Company.
Winch, Peter. 1980 (1958). The Idea of a Social Science and its Relation to Philosophy. London: Routledge & Kegan Paul.
13. Kunnen we het sociale als een tekst interpreteren? (Hermeneutiek)
Waar de sociale wetenschappen zich typisch bezighouden met menselijk gedrag in actu, gaat het bij de Letteren om de producten daarvan: historische gebeurtenissen, periodes, kunstwerken, teksten, artefacten. De hermeneutiek plaatst hierbij interpretatie centraal. De producten van menselijk handelen zijn los komen te staan van de context waarin ze geuit zijn, maar kan men er dan nog de betekenis van achterhalen? Kan men ze nog begrijpen zonder de leefwereld waarin ze ontstonden te reduceren tot het kader waarbinnen men interpreteert?
Om deze vraag zo scherp mogelijk voor het voetlicht te brengen, bespreken we de mogelijkheid om voor de interpretatie van actueel handelen zoals we die uitvoeren binnen de sociale wetenschappen, de tekst als model te hanteren. Waar moeten we de betekenis van handelingen, gebeurtenissen en de producten daarvan localiseren? Wat laat zich hoe vastleggen? Hoe om te gaan met het in het deconstructivisme beleden eeuwig doorverwijzen van de tekens waarvan een taal gebruik maakt?
Verplichte literatuur (lezen vóór bijeenkomst)
Ricoeur, Paul. 1973. “The Model of the Text: Meaningful Action Considered as a Text.” New Literary History 5:91–117.Lees zelf vooraf
in The Modern Historiography Reader, 199--205
Extra literatuur (voor essay)
Davidson, Donald. 1984 (1973)b. “Radical Interpretation.” In Inquiries into Truth and Interpretation, 125–140. Oxford: Clarendon Press.
Derrida, Jacques. 1972. “La Différance.” In Marges de la Philosophie, 1–30. Paris: Les Éditions de Minuit.
van Fraassen, Bas C., and Jill Sigman. 1993. “Interpretation in Science and in the Arts.” In Realism and Representation, edited by George Levine, 73–100. Madison, Wisconsin: University of Wisconsin Press.
Gadamer, Hans-Georg. 2001. “Esthetica en Hermeneutiek.” Feit & fictie V:111–19.
Gerwen, Rob van. 2001. “Gadamer over gelijktijdigheid.” Feit & fictie V:120–28.
Taylor, Charles. 1971. “Interpretation and the Science of Man.” Review of Metaphysics 25:1:25–51.
14. Neutrale beschrijving als uitsluiting (Foucault en Cultural Studies)
Kennis is macht, zeggen we niet voor niets. Maar het is op verschillende manieren te begrijpen. Het oude marxistische ideologie-begrip ging ervan uit dat "de zittende macht" zich altijd zal presenteren als een natuurlijke toestand. Foucault breidt de "machtsgreep" van ons denken uit over culturele fenomenen, en stelt een archeologie van het weten--een opgraven van deze machtstrategieën--als methode om de cultuur te bestuderen. Anders dan het structuralisme zoekt hij niet naar verantwoordelijke statische structuren, maar legt hij de processen van uitsluiting als zodanig bloot.
Wat zijn hier de normen van correctheid?
In het kielzog van Foucault (en Thomas Kuhn) heeft zich een meta-disciplinaire benadering van de cultuur ontwikkeld. Deze zogenaamde Cultural Studies weigert zich neer te leggen bij traditionele disciplinaire grenzen en onderwerpen.
Onderwerpen en methodische benaderingen die vroeger binnen een discipline bleven, worden nu gecombineerd; hun correctheidsnormen vervagen. De vraag is niet: Is het waar? maar: Welke aspecten van de werkelijkheid worden onderdrukt door het zus of zo te beschrijven. Een helder voorbeeld van zo'n benadering zijn de postcolonial studies: onderzoeken die er van uitgaan dat de wereld van nu het product is van grootse trauma's als de kolonialisering (en de daarmee verbonden slavernij), die niet verdwenen toen de kolonieën werden "teruggegeven", maar hedendaagse sociale verbanden doortrekken.
Verplichte literatuur (lezen vóór bijeenkomst)
Foucault, Michel. 1982. “The Subject and Power. Afterword by Michel Foucault.” In Michel Foucault. Beyond Structuralism and Hermeneutics, 208–226. New York, etc.: Harvester Wheatsheaf. Inglis, Fred. 1993. “How to Do Cultural Studies.” In Cultural Studies, 227–247. Oxford: Blackwell.Lees zelf vooraf
Introduction, van Said Orientalism, de selectie in The Modern Historiography Reader, 443--49
Extra literatuur (voor essay)
alcoff:guttingAlcoff, Linda Martín. 2005. “Foucault’s Philosophy of Science: Structures of Truth/Structures of Power.” In Continental Philosophy of Science, edited by Gary Gutting, 211–223. Oxford: Blackwell.
Derrida, Jacques. 2000. “Structure, Sign, and Play in the Discourse of the Human Sciences.” In Writing and Difference, 278–294. Translated by Alan Bass. London: Routledge.
Dreyfuss, Hubert L., and Paul Rabinow. 1982. “Power and Truth.” In Michel Foucault. Beyond Structuralism and Hermeneutics, 184–204. New York, etc.: Harvester Wheatsheaf.
Elster, Jon. 1982. “Belief, Bias and Ideology.” In Rationality and Relativism, edited by Martin Hollis and Steven Lukes, 123–148. Oxford: Basil Blackwell.
Foucault, Michel. 1972. “Part IV. 1. Archeology and the history of ideas.” In The Archeology of Knowledge, 135–141. Translated by A.M Sheridan Smith. London: Tavistock Publications.
foucault:gutting____________. 2005. ““Objectives” and “Method”.” In Continental Philosophy of Science, edited by Gary Gutting, 224–236. Oxford: Blackwell.
Inglis, Fred. 1993. “Doing Things with Words.” In Cultural Studies, 81–106. Oxford: Blackwell.
Shohat, Ella. 1992. “Notes on the “Post-Colonial”.” Social Text 31/32 Third World and Post-Colonial Issues.:99–113.
15. Grip krijgen op de geschiedenis met getuigen
Historiografie is de wetenschap die de processen en gebeurtenissen die in de (menselijke) geschiedenis plaatsvonden, probeert te begrijpen en te beschrijven. Dat geschiedenis meer is dan een verzameling gegevens en voor haar structurering verhalen behoeft, confronteert de historiografie met een aantal duurzame problemen, zoals:
- Afbakening: perioden zoals de renaissance zijn theoretische (narratieve) entiteiten: ze hangen voor hun grenzen af van de theorie waarbinnen ze gehanteerd worden. De theorie in kwestie is evenwel geen stelsel van wetmatigheden waarmee voorspeld kan worden (zoals we kennen van de natuurwetenschappen).
- Wat is de norm van correctheid voor de verhalen van historici, en wat valt er mogelijk buiten die verhalen?
Huizinga introduceerde de historische sensatie, om die verhalen te verankeren. De Shoah, door nazi's "Endlösung" genoemd, heet zich aan representatie te onttrekken (ze zou onrepresenteerbaar zijn). Waarom, en is er wat aan te doen? Morele getuigen verankeren het verhaal. Historische sensaties en morele getuigen vormen echter geen bron van feitenmateriaal---wat is dan hun inbreng (en hun belang)?
Verplichte literatuur (lezen vóór bijeenkomst)
Margalit, Avishai. 2002. "A Moral Witness", Chapter 5 of The Ethics of Memory. Cambridge, Mass., London: Harvard University Press, p. 147-82. Abraham Bomba getuigenis, passage uit Lanzmann's Shoah: 1e deel (9:32); 2e deel (8:39)Lees zelf vooraf
Ed Jonker + aantekeningen Approaches to the Humanities
Extra literatuur (voor essay)
Ankersmit, Frank R. 1989. “Historiography and Postmodernism.” History and Theory 28:137–153.
Mink, Louis O. 1969. “History and Fiction as Modes of Comprehension.” New Literary History 1:541–58.
Roth, Paul A. 1988. “Narrative Explanations: The Case of History.” History and Theory 27:1–13.
____________. 1989. “How Narratives Explain.” Social Research 56:449–477.
White, Hayden. 1984. “The Question of Narrative in Contemporary Historical Theory.” History and Theory 23:1–33.
16. De geest in de schedel
De "state of the art" psychologische theorie der Cognitive science gaat uit van het gegeven dat wat er ook in de geest van een actor gebeurt, of dat nu waarnemingen, gedachten of gevoelens zijn--kortweg: mentale representaties--een ondergrond heeft in hersen-activiteit en wat dies meer zij. Het beperkt zich er idealiter toe om met scans de hersenactiviteit in kaart te brengen, en laat semantische vragen over die neuronale processen achterwege.
We bespreken deze (reductionistische) benadering van de manieren waarop mensen als belichaamde morele wezens in hun omgeving verkeren. Meer bepaald bespreken we de vraag of de geest zich eigenlijk wel in de schedel bevindt.
Verplichte literatuur (lezen vóór bijeenkomst)
Clark, Andy, and David J. Chalmers. 1998. “The extended mind.” Analysis 58 (1): 7–19.Extra literatuur (voor essay)
McDowell, John. 1994. “The content of perceptual experience.” The Philosophical Quarterly 44:190–205.
17. Hoe nemen we waar?
Is waarneming het maken van een interne afbeelding van de werkelijkheid?
Verplichte literatuur (lezen vóór bijeenkomst)
Noë, Alva. 2006. “Experience without the Head.” In Perceptual Experience, edited by Tamar Szabó Gendler and John Hawthorne, 411–33. Oxford: Oxford University Press.18. Debat: Beta's en alfa-gamma's: twee culturen?
Vandaag komen we weer plenair bijeen. De studenten brengen in de praktijk wat ze de afgelopen weken hebben geleerd en voeren een debat over de vraag in hoeverre de verschillen tussen de alfa's/gamma's en de beta's terecht, en gewenst zijn en of wellicht de verschillen tot twee onderscheiden culturen hebben geleid---met de vraag of het schisma behouden dan wel opgeheven dient te worden.
De discussie wordt voorbereid in de werkgroepen en via Blackboard, en geleid door de student-assistenten.
Verplichte literatuur (lezen vóór bijeenkomst)
De tekst voor het debat wordt tijdig bekend gemaakt.Geen College
Eindtoets: 8.30-11.30 uur in Educatorium Megaron
Open boek essay-vragen.