Argumentatieleer
WB2BD3002
2010
Deze pagina is verlopen. Controleer het menu boven (onder Teaching) voor een recente editie van deze cursus, indien beschikbaar.
Vooraf ...
De inschrijving voor deze cursus loopt via OSIRIS, voor periode 3 en 4: 9 t/m 29 november 2009. Wijzigingsdagen voor periode 3: 18 en 19 januari 2010. Je kunt je alleen inschrijven voor niveau 2; deze cursus kent geen niveau-3. Let op: deze cursus heeft een plaatsingscommissie. Dat betekent dat je je alleen de eerste vier dagen van de cursusinschrijving kunt inschrijven! Mocht er ruimte overblijven, dan kunnen UU-studenten zich bij de wijzigingsdagen alsnog inschrijven. Kom je van buiten de UU, meld je dan in de eerste vier dagen!
Inhoud van de cursus
In de cursus Argumentatieleer gaan we ons ten eerste bezig houden met de argumentatietheorie. De argumentatietheoreticus houdt zich bezig met de bestudering van een verschijnsel dat we voorlopig, met Van Eemeren en Grootendorst (zie literatuurlijst), als volgt kunnen definieren:
Argumentatie is een verbale, sociale en rationele activiteit die erop gericht is een redelijke beoordelaar van de aanvaardbaarheid van een bepaald standpunt te overtuigen door de in het standpunt uitgedrukte propositie door middel van een constellatie van proposities te rechtvaardigen of te ontkrachten.
Nu vindt de moderne argumentatietheorie zijn oorsprong in de Griekse oudheid, m.n. bij Aristoteles. Logica, dialectica en retorica vormden de drie pijlers van het vak. In de Romeinse periode (retorica) en aan de Middeleeuwse universiteiten (dialectica) is het vak verder ontwikkeld. Het ligt daarom voor de hand om deze inleiding historisch aan te pakken. Daarnaast zal natuurlijk ook aandacht besteed worden aan latere ontwikkelingen. In de cursus zullen we ons niet alleen bezig houden met de theorie van de argumentatie, maar zal ook tijd worden ingeruimd om te oefenen in argumenteren, zowel door het analyseren van argumentaties, als ook door middel van het houden van debatten. Allerlei soorten argumenten en drogredenen zullen de revue passeren en er zal gelegenheid zijn om redeneringen te analyseren en te beoordelen.
Opzet van de cursus
De cursus omvat een theoretisch deel en een praktisch deel. Een bijeenkomst per week wordt besteed aan theorie en geschiedenis aan de hand van het boek van Van Eemeren en Grootendorst (zie onder) en andere literatuur. Tijdens het andere college doen we praktische oefeningen in het herkennen en beoordelen van argumenten. Ook worden er diverse debatvormen geoefend. Het 'huiswerk' in deze cursus bestaat uit het bestuderen van de relevante hoofdstukken uit het handboek, van primaire literatuur en andere aanvullende literatuur. Daarnaast moet er worden gewerkt aan een keuzeopdracht en aan de voorbereiding op de debatten.
Voorkennis en doelgroep
De cursus is een niveau-2 cursus zonder ingangseisen, zodat ook niet-filosofen toegang hebben. Wel zal deze laatste groep incidenteel aangeraden worden om iets extra's te lezen om eventuele lacunes op te vullen. Filosofen en andere belangstellenden kunnen deze cursus beschouwen als een academisch contextvak. Argumenteren is een discipline-overstijgende vaardigheid, die voor iedere academicus van groot belang is.
Voorbereiding werkgroepen. In de werkgroepen bespreken we enkele primaire historische teksten en oefenen we met argumentatie-analyse. Studenten hebben de aangegeven tekst vooraf grondig gelezen. Waar het gaat om primaire teksten leveren studenten vooraf discussie-stellingen in (zorg voor een copie voor jezelf), waarin we ons concentreren op drie soorten vragen:
- Wat kunnen wij van de tekst leren?
- Hoe verhoudt de centrale these zich tot die van voorgangers?
- Als wij de centrale stellingen van de tekst zouden aanvaarden wat zou dat dan voor (problematische) implicaties moeten hebben?
Voor de werkgroepen en colleges geldt een aanwezigheidsplicht. Wie meer dan drie bijeenkomsten mist schrijft als vervanging een extra opdracht over een door de docent te kiezen onderwerp (te kiezen uit de voorbeelden genoemd op de extra's-pagina). Bij de toetsen worden alle behandelde teksten en onderwerpen bekend verondersteld.
Voorgeschreven literatuur
van Eemeren, Frans H., Rob Grootendorst, and Francisca Snoeck Henkemans, eds. 1997. Handboek Argumentatietheorie. Groningen: Martinus Nijhoff. Losse teksten, opdrachten en oefeningen, ofwel in de syllabus (verkrijgbaar bij de administratie), ofwel zelf te downloaden via de UB: Omega.Toetsing
Bij het missen van een deadline geldt een korting op het cijfer van 20%--Je behoudt recht op 80% van je cijfer tot een week na de gemiste deadline, daarna geldt de opdracht als gemist.
De toetsing heeft betrekking op de volgende leerdoelen:
| Leerdoelen | |
|---|---|
| 1. | kennis van de hoofdlijnen van de (geschiedenis van de) argumentatietheorie, |
| 2. | vaardigheid in het analyseren en herkennen van argumentaties, |
| 3. | vaardigheid in het houden van een debat. |
Het eindcijfer voor de cursus is opgebouwd uit een aantal onderdelen. Er zijn maximaal 100 punten (eindcijfer 10) te vergaren en wel op de volgende wijze:
| Cijfer-opbouw | |
|---|---|
| 1. deeltoets halverwege de cursus, vrijdag 12 maart 2010 (leerdoel I en 2) | max. 20 punten |
| 2. analyse visuele argumentie, vrijdag 19 maart, 2010. | max. 10 punten |
| 3. bijdrage debat, vrijdag 9 april, 2010 (leerdoel 3) | max. 20 punten |
| 4. afsluitend tentamen, woensdag 14 april, 2010 (leerdoel I en 2) | max. 30 punten |
| 5. opdracht naar keuze (zie extra-button). | max. 20 punten |
Voor deze cursus gelden de universitaire BaMa-regels m.b.t. reparatie: men heeft alleen recht op reparatie van een onvoldoende eindcijfer als aan alle verplichtingen is voldaan en bet eindcijfer tenminste een 4 is. Deze verplichtingen zijn:
| Verplichtingen | |
|---|---|
| 1. | men heeft aan de eerste vier bovengenoemde toetsmomenten meegedaan en de keuzeopdracht op tijd ingeleverd c.q. afgewerkt; |
| 2. | men heeft niet meer dan 20% van de colleges gemist; |
| 3. | men heeft de colleges naar behoren voorbereid. |
Een eventuele reparatie moet in periode 4 van 2010 plaats vinden. Het debatteren maakt geen deel uit van de herkansing.
| Data | ||
|---|---|---|
| Tussentoets: | vrijdag 12 maart 2010 | 11.00 - 13.00 uur: n.n.b. |
| Tentamen: | woensdag 14 april, 2010 | 13.30-16.30 uur in Ruppert Blauw. |
| Deadline keuzeopdracht: | zondag 4 april 2010 | 24.00 uur |
Locatie
Bijeenkomsten:Woensdag, 13.15-15.00 u.: hoorcollege: Ruppert A
Vrijdag, 9.30-10.45 u.: hoorcollege: Ruppert A
Vrijdag, 11.00-12.45 u.: werkcollege groep 1: Ruppert 134; wc groep 2: Ruppert 119
Indeling bijeenkomsten
1, Hoorcollege I, woensdag 10 februari, 2010
Logica en gesprekken
Inleiding. Wat is argumentatie? Verschillen argumentatieleer (informele logica) en logica. Hoe expliciet moet een argument zijn om er een te zijn? Hoe stel je vast dat iemand iets bedoelt hoewel hij het niet letterlijk gezegd heeft? Welke rol speelt het publiek en de context van een gesprek/speech?
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
EG, h. 1Verder lezen?
Johnson, Ralph H. 1999. “The relation between formal and informal logic.” Argumentation 13:265–74. Johnson, Ralph H. 2000. “Informal logic: An overview.” Informal Logic 20:93–99. Walton, Douglas N. 1990. “What is Reasoning? What Is an Argument?” The Journal of Philosophy 87:399–419. Woods, John. 2000. “How Philosophical is Informal Logic?” Informal Logic 20:139–67.1. Ter voorbereiding: tekst: "What is an Argument?"
2. Epicurus? achter gordijn: eerst vertellen, dan om uitleg vragen; Ook Miles Davis met rug naar publiek; uitleg vragen; Dan zelf met rug naar de zaal??
3. Waarom overleefden er procentueel veel minder Britten dan Amerikanen de ramp met de Titanic?; Eerst dicussie over deze grap: hoe zijn wij als a. academici, b. Nederlanders bij de grap betrokken? Dan: "dit is door de BBC in een onderzoek vastgesteld"; Dan discussie: hoe is het publiek nu op het argument betrokken?
2, Hoorcollege / Werkgroep I, vrijdag 12 februari 2010
Oefeningen argumentatie-analyse.
Vandaag wordt een debat geanalyseerd tussen een filosoof en een micro-bioloog over religie en wetenschap.
Verplichte literatuur, print uit en lees vóór bijeenkomst)
Herman Philipse: Alleen de wetenschap is de maat der dingen, NRC, 13 december 2008. Rik Peels en Cees Dekker: Herman Philipse ziet spoken, NRC, 13 december 2008.Verder lezen?
Haarscher, Guy. 2009. “Perelman's Pseudo-Argument as Applied to the Creationism Controversy.” Argumentation 23:361–373.3, Hoorcollege II, woensdag, 17 februari 2010
Geschiedenis argumentatieleer: Plato tegen de sofisten
Sofisten, Plato's dialektiek.
Aristoteles: Analytica Priora en Analytica Posteriora (de qua-procedure). Topica. Syllogistiek.
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
EG 2.1 t/m 2.3. Tekst Analytica posteriora [logica] Tekst Topica [dialectica] Eleonore Stump, Dialectic and Aristotle's TopicsVerder lezen?
Plato PhaedrusPlato Gorgias
4, Hoorcollege / Werkgroep II, vrijdag 19 februari, 2010
Plato's Apologie
We lezen Socrates' verdediging bij zijn veroordeling tot de gifbeker voor het bederven van de jeugd: een dialektisch denkende sofist.
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
Plato's Apologie (online)Verder lezen?
5, Hoorcollege III, woensdag 24 februari, 2010
Klassieke retorica
Aristoteles' Rhetorica
Romeins-Hellenistische retorica.
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
EG 2.4 en 2.5 Aristoteles Rhetorica (online)Verder lezen?
6, Hoorcollege / Werkgroep III, vrijdag 26 februari, 2010
Aristoteles' Rhetorica en retorische Analyse Obama's Inaugurale rede
Aristoteles' Rhetorica.
In het werkgroep-deel: Analyse, in groepjes, van Obama's Inaugurale rede. Lees de tekst vooraf thuis tenminste grondig door. De analyse bestaat uit twee onderdelen: eerst stel je de boomstructuur vast, dan de rhetorische aspecten.
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
Aristoteles Rhetorica (online) Obama's Inaugurale rede.Verder lezen?
Cicero: De Orator Martin Luther King, jr., "I have a Dream"7, Hoorcollege IV, woensdag 3 maart, 2010
De nieuwe retorica
De nieuwe retorica van Perelman en Olbrechts-Tyteca.
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
EG 4.1 t/m 4.3 + 4.4 (quasi-logische redeneringen)Verder lezen?
Amossy, Ruth. 2009. “The New Rhetorics Inheritance. Argumentation and Discourse Analysis.” Argumentation 23:313–324. Haarscher, Guy. 2009. “Perelman's Pseudo-Argument as Applied to the Creationism Controversy.” Argumentation 23:361–373. Koren, Roselyne. 2009. “Can Perelman’s NR be Viewed as an Ethics of Discourse?” Argumentation 23:421–431.8, Hoorcollege / Werkgroep IV, vrijdag 5 maart, 2010
Drogredenen
In het eerste uur: drogredenen tegen de achtergrond van Aristoteles' Sophistici elenchi. [dialectica]
De 'standaardbenadering' en voorbeelden.
In het werkgroep-deel: bespreking van drogredenen in teksten van holocaust-ontkenners.
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
EG 3.1 t/m 3.3 Najarian, James. 1997. “Gnawing at History: the Rhetoric of Holocaust Denial.” The Midwest Quarterly 39:74–89. OmegaBekijk ook deze top 20 van logical fallacies
Verder lezen?
Leff, Michael. 2009. “Perelman, ad Hominem Argument, and Rhetorical Ethos.” Argumentation 23:301–311.Michael Gilbert, Prolegomena, re emotioneel argumenteren;
Poppers falsificatie-criterium als betekenisgarantie--no-true briton move voorlezen
9, Geen bijeenkomst, woensdag 10 maart 2010
voorbereiding eerste toets
Bereid je voor op de toets
10, vrijdag 12 maart 2010
eerste toets
Een deel multiple choice, een deel essay vragen, tekst-analyse
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
Alle teksten en college-stof
twee versies van het tentamen (in een file, zodat ze na elkaar uitgeprint worden), zodat studenten niet kunnen afkijken. De MC-vragen op het tentamenformulier laten invullen, waarop ze meteen bij het uitdelen hun naam moeten zetten (anders ruilen ze met hun buren ...). Open vragen worden op losse vellen geschreven en samengevoegd ingeleverd. Verschil nivo-2 nivo-3?
11, Hoorcollege V, woensdag 17 maart, 2010
Visuele argumentatie
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
Alcolea-Banegas, Jesús. 2009. “Visual Arguments in Film.” Argumentation 23:259–275. Beelden die niet argumenteren: Monica Gallab "Nice Day For A Picnic"?Verder lezen?
Lake, Randall A., and Barbara A. Pickering. 1998. “Argumentation, the Visual, and the Possibility of Refutation: An Exploration.” Argumentation 12:79–93. Ong, Walter. 2002. Orality and Literacy: The Technologizing of the Word. New York: Routledge. Slade, Christina. 2003. “Seeing Reasons: Visual Argumentation in Advertisements.” Argumentation 17:145–160.Propaganda (Triumph des Willens); passages uit de film Triumf des Willens, bezien hoe met beeld geargumenteerd kan worden. here. Dit onderwerp ter voorbereiding van de werkgroep waarin naar William Karel wordt gekeken. Eventueel ook aandacht aan iconische foto's besteden: "How to do things with pictures."
En de binnenkomer-grap is natuurlijk: Bedrijsuitje van Der Untergang: http://www.youtube.com/watch?v=C2edl0oHoVk
Het stuk van Katz is niet goed voor huidige doelen. Beter iets direct over propaganda doen. Het stukje van Luyendijk over journalistiek en propaganda geeft wel enig inzicht in waar ik heen wil.
Katz, Steven B. 1992. “The Ethic of Expediency: Classical Rhetoric, Technology, and the Holocaust.” College English 54:255–275.
en verder: 1. Ekman, plus voice analysis en micro-emoties; 2. mijn artikel over gelaatsexpressie: address, wat is het? 3. Jan Groen en de onbewuste invloed en de redelijke bedoelingen
12, Hoorcollege / Werkgroep V, vrijdag 19 maart, 2010
film, Opération Lune
We kijken plenair naar William Karel, Opération Lune, waarin wordt bewezen dat de maanlanding een Hollywood-fictie is, leveren in groepjes een analyse in van de argumentatieve mechanismen van het bewijs.
In de werkgroepen discussiëren we over de visuele argumentatie in de film: Hoe wordt het bewijs voor de centrale stelling (standpunt) van de documentaire opgebouwd? Welke argumentatieve en retorische mechanismen zijn er in de film in werking? Kun je verschillende typen onderscheiden? Vind je ze overtuigend, en waarom wel of niet?
Aantekeningen worden in groepen (van max. 4 studenten) besproken, op schrift gesteld en aan het einde van de bijeenkomst ingeleverd: pm. 600 woorden. De analyse wordt als groepje ingeleverd.
Korte inleiding op film van W. Karel, over orale, semi-orale (brieven) en druk-culturen, en terug naar een orale (televisie) cultuur (Walter Ong).
Het is niet de bedoeling dat je een heel secure analyse gaat geven van details in de film, maar mocht je later bepaalde passages toch nog eens willen nazien, dan kan dat hier: Karel: Dark Side of the Moon.
Studenten bekijken Karel-film, discussiëren er dan in groepjes over, maken aantekeningen, werken die thuis verder uit en leveren ze groepsgewijs, getypt de volgende bijeenkomst in.
Pointe van de Delta-Lloyd-reclame: neemt aan dat wij de explosiviteit van de situatie begrijpen, ook al gaat het alleen om de uitwisseling van gelaatsexpressies, niet om argumenten. Retorische situatie van communicatie via beelden. Terug naar orale televisie-cultuur.
A4-tje met: zijn alle gebezigde argumentatieve strategieën talig? Geef aan welke typische trucs in de film gebezigd worden: hoe impliciet gecommuniceerd wordt, dat wil zeggen, niet door iets letterlijk te zeggen. Een van de vragen op het formulier dat ze moeten invullen: bij passagen waar men manipulatie van het publiek herkent: wat kan het publiek doen om dit soort manipulatie te voorkomen als ze op het journaal voorkomt?
13, Hoorcollege VI, woensdag 24 maart, 2010
Humor
Verder lezen?
Carroll, Noël. 1991. “On Jokes.” Midwest Studies in Philosophy 16:280–301. cathcart:platypusCathcart, Thomas, and Daniel M. Klein. 2008. Plato and a Platypus Walk into a Bar . . . Understanding Philosophy Through Jokes. London, etc.: Penguin. (website) Cohen, Ted. 1983. “Jokes.” In Pleasure, Preference and Value: Studies in Philosophical Aesthetics, edited by Eva Schaper. Cambridge, New York: Cambridge University Press, 120–136. Plantin, Christian. 2009. “A Place for Figures of Speech in Argumentation Theory.” Argumentation 23:325–337. Seidel, Michael. 1988. “Crisis Rhetoric and Satiric Power.” New Literary History 20:165–186.14, Hoorcollege / Werkgroep VI, vrijdag 26 maart, 2010
Voorbereiding filosofisch debat
Vandaag bespreken we in groepjes de thema's voor filosofische debatten. Teams schrijven een tekst die op het debat voorgedragen zal worden.
De voorbereiding
Bij het debat op vrijdag 9 april, 2010 worden de studenten over de twee werkgroepen verdeeld. Per werkgroep vormen vier studenten de jury, de rest wordt in twee gedeeld, groepen A en B. Groep A verdedigt de stelling in de gekozen tekst, groep B valt hem aan. Beide groepen schrijven een tekst, vergelijkbaar met een artikel, om op het debat in tien minuten tijds voor te dragen (dat is ongeveer 3-4 A4tjes).
Die tekst wordt uiterlijk woensdag 7 april, 2010 per email aan de docent en de vier juryleden gezonden. Het is dus zaak die tekst--beginnend vandaag--in anderhalve week te schrijven. (Uiteraard hoef je je niet te beperken tot de argumenten die in de voorgeschreven artikelen besproken worden--wees creatief). Deze werkgroep is ervoor bedoeld!
Het debat
Het debat op vrijdag 9 april, 2010 verloopt zo: groep A presenteert zijn positie in tien minuten; gevolgd door een presentatie van tien minuten door groep B. De presentaties dienen levendig voorgedragen worden, dus niet saai voorgelezen (dit vormt een criterium voor de jury). Minstens twee dagen voor het debat hebben beide groepen hun teksten (onder embargo) naar de vier juryleden gestuurd: het nivo van de argumentatie in de teksten, ook filosofisch beschouwd, vormt een criterium voor de jury.
Na deze twintig minuten worden na enige bedenktijd (een minuut of vijf) beurtelings reacties gegeven volgens het schema in de reader (in Koen van Gilst: Handleiding debatteren). De mate waarin dit schema correct gevolgd wordt vormt een criterium voor de jury.
De jury
De jury beoordeelt vooraf aan het eigenlijke debat de beide teksten op filosofisch gehalte en argumentatie-structuur; zo komt de jury beslagen ten ijs én heeft ze al een deel van de beoordeling gedaan. Deze beoordeling, alsook een overtuigende rechtvaardiging van het jury-oordeel wordt op schrift gesteld, in maximaal twee A4-tjes, en wordt uiterlijk vrijdag 16 april ingezonden naar de docent, alsook naar de belanghebbende studenten.
criteria: nivo van de stukken; levendigheid van de presentatie; correctheid van de argumentatie; het verloop van het debat.
De jury beantwoordt ook deze vragen: wie heeft het debat "gewonnen"? Welk cijfer stelt de jury voor voor ieder van beide groepen?
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
Koen van Gilst: Handleiding debatteren Lejo Schenk en Meta Knol: Het onderscheid tussen westerse en niet-westerse kunst is achterhaald, NRC-Handelsblad, Zaterdag 02-01-2010 nog een artikel, n.t.b.Verder lezen?
Frogel, Shai. 2009. “Who is the Addressee of Philosophical Argumentation?” Argumentation 23:397–408. Walton, Douglas, and Fabrizio Macagno. 2009. “Reasoning from Classifications and Definitions.” Argumentation 23:81–107.15, Hoorcollege VII, woensdag 31 maart, 2010
Latere ontwikkelingen: Toulmin en Naess
Argumentatiemodellen van Stephen Toulmin en Arne Naess, en (Douglas Walton).
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
EG 3.5; 5.1 t/m 5.3; (8.3 en 8.4)Verder lezen?
Jackson, Sally, and Scott Jacobs. “Structure of Conversational Argument: Pragmatic Bases for the Enthymeme.” The Quarterly Journal of Speech LXVI:251–265.16, Goede vrijdag, vrijdag 2 april, 2010
Geen college
17, Hoorcollege VIII, woensdag 7 april, 2010
De Pragmadialektische benadering
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
EG 10.1 tm. 10.4 Daniel, Bonevac. 2003. “Pragma-dialectics and Beyond.” Argumentation 17:451–459. Bas Heijne, Emotionele LogicaVerder lezen?
(Austin, J. L. 1962. How to Do Things with Words. Oxford: Oxford University Press. Lecture 1. Performatives and Constatives, pp. 1--11) Daniel, Bonevac. 2003. “Pragma-dialectics and Beyond.” Argumentation 17:451–459. Feteris, E.T. 1990. “Conditions and rules for rational discussion in a legal process: A pragma-dialectical perspective.” Argumentation and Advocacy. Journal of the American Forensic Association 26:108–117. Grice, Paul. 1991. Studies in the Way of Words. Cambridge: Harvard University Press. Kauffeld, Fred J. 2009. “Grice’s Analysis of Utterance-Meaning and Cicero’s Catilinarian Apostrophe.” Argumentation 23:239–257. Walton, Douglas. 1994. “Begging The Question As A Pragmatic Fallacy.” Synthese 100:95–131.Michael Gilbert: emotional messages.
Speech act theorie: argumentatie en het publiek. Met tekst de wereld willen veranderen, eventueel door eerst anderen te overtuigen. Speech act theorie biedt een mooi model voor argumentatieleer. De benadering van de pragmadialectiek.
18, Hoorcollege / Werkgroep VIII, vrijdag 9 april, 2010
Vragenuur en Filosofisch debat
Het hoorcollege-deel wordt gebruikt om reseterende problemen en onduidelijkheden te bespreken en zo nodig het debat verder voor te bereiden. Bereid je voor door de volledige stof nog eens door te nemen en vragen die nog resteren op schrift te stellen.
Werkgroep: Debat.
Casus: zie vrijdag 26 maart, 2010
Preciese opzet wordt nog bekend gemaakt
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
de volledige stof de filosofische debatten die we hebben voorbereid op vrijdag 26 maart, 2010Verder lezen?
19, woensdag 14 april, 2010
Eindtoets
Toets over alle stof. Een deel multiple choice, een deel essay vragen, tekst-analyse.
Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)
Alle teksten en college-stof
twee versies van het tentamen (in een file, zodat ze na elkaar uitgeprint worden), zodat studenten niet kunnen afkijken. De MC-vragen op het tentamenformulier laten invullen, waarop ze meteen bij het uitdelen hun naam moeten zetten (anders ruilen ze met hun buren ...). Open vragen worden op losse vellen geschreven en samengevoegd ingeleverd. Verschil nivo-2 nivo-3?