Teaching | Index | Guest lectures | Inleiding kunstfilosofie (UU) | Kunst en het kwaad (UU) | Wetenschapsfilosofie in contex (UU) | Leeronderzoek esthetica (UU) | Mind and Art (UU) | Art and morality (UU) | HUM291 Approaches to the Humanities (UCU)

December 12, 2011

Rob van Gerwen, Ph.D.

Argumentatieleer

WB2BD3002
2009

Inhoud van de cursus

In de cursus Argumentatieleer gaan we ons ten eerste bezig houden met de argumentatietheorie. De argumentatietheoreticus houdt zich bezig met de bestudering van een verschijnsel dat we voorlopig, met Van Eemeren en Grootendorst (zie literatuurlijst), als volgt kunnen definieren:
Argumentatie is een verbale, sociale en rationele activiteit die erop gericht is een redelijke beoordelaar van de aanvaardbaarheid van een bepaald standpunt te overtuigen door de in het standpunt uitgedrukte propositie door middel van een constellatie van proposities te rechtvaardigen of te ontkrachten.
Nu vindt de moderne argumentatietheorie zijn oorsprong in de Griekse oudheid, m.n. bij Aristoteles. Logica, dialectica en retorica vormden de drie pijlers van het vak. In de Romeinse periode (retorica) en aan de Middeleeuwse universiteiten (dialectica) is het vak verder ontwikkeld. Het ligt daarom voor de hand om deze inleiding historisch aan te pakken. Daarnaast zal natuurlijk ook aandacht besteed worden aan latere ontwikkelingen. In de cursus zullen we ons niet alleen bezig houden met de theorie van de argumentatie, maar zal ook tijd worden ingeruimd om te oefenen in argumenteren, zowel door het analyseren van argumentaties, als ook door middel van het houden van debatten. Allerlei soorten argumenten en drogredenen zullen de revue passeren en er zal gelegenheid zijn om redeneringen te analyseren en te beoordelen.

Opzet van de cursus

De cursus omvat een theoretisch deel en een praktisch deel. Een bijeenkomst per week wordt besteed aan theorie en geschiedenis aan de hand van het boek van Van Eemeren en Grootendorst (zie onder) en andere literatuur. Tijdens het andere college doen we praktische oefeningen in het herkennen en beoordelen van argumenten. Ook worden er diverse debatvormen geoefend. Het 'huiswerk' in deze cursus bestaat uit het bestuderen van de relevante hoofdstukken uit het handboek, van primaire literatuur en andere aanvullende literatuur. Daarnaast moet er worden gewerkt aan een keuzeopdracht en aan de voorbereiding op de debatten.

Voorkennis en doelgroep

De cursus is een niveau-2 cursus zonder ingangseisen, zodat ook niet-filosofen toegang hebben. Wel zal deze laatste groep incidenteel aangeraden worden om iets extra's te lezen om eventuele lacunes op te vullen. Filosofen en andere belangstellenden kunnen deze cursus beschouwen als een academisch contextvak. Argumenteren is een discipline-overstijgende vaardigheid, die voor iedere academicus van groot belang is.

Voorgeschreven literatuur

van Eeemeren, Frans H., Rob Grootendorst, and Francisca Snoeck Henkemans, eds. 1997. Handboek Argumentatietheorie. Groningen: Martinus Nijhoff. Losse teksten, opdrachten en oefeningen, meestal in de syllabus (verkrijgbaar bij de administratie).

Toetsing

De toetsing heeft betrekking op de volgende leerdoelen:

Leerdoelen
1. kennis van de hoofdlijnen van de (geschiedenis van de) argumentatietheorie,
2. vaardigheid in het analyseren en herkennen van argumentaties,
3. vaardigheid in het houden van een debat.

Het eindcijfer voor de cursus is opgebouwd uit een aantal onderdelen. Er zijn maximaal 100 punten (eindcijfer 10) te vergaren en wel op de volgende wijze:

Cijfer-opbouw
1. een deeltoets halverwege de cursus (leerdoel I en 2) max. 20 punten
2. een groepscijfer1) voor het debatteren2) (leerdoel 3) max. 20 punten
3. een afsluitend tentamen (leerdoel I en 2) max. 40 punten
4. een opdracht naar keuze (zie extra-button). max. 20 punten

Voor deze cursus gelden de universitaire BaMa-regels m.b.t. reparatie: men heeft alleen recht op reparatie van een onvoldoende eindcijfer als aan alle verplichtingen is voldaan en bet eindcijfer tenminste een 4 is. Deze verplichtingen zijn:

Verplichtingen
1. men heeft aan de eerste drie bovengenoemde toetsmomenten meegedaan en de keuzeopdracht op tijd ingeleverd c.q. afgewerkt;
2. men heeft niet meer dan 20% van de colleges gemist;
3. men heeft de colleges naar behoren voorbereid.

Een eventuele reparatie moet in periode 4 van 2009 plaats vinden. Het debatteren maakt geen deel uit van de herkansing.

Data
Tussentoets: vrijdag 6 maart 10.00 - 13.00 uur: Educatorium Beta
Tentamen: woensdag 8 april 13.15-16.15 uur in Ruppert Wit
Deadline keuzeopdracht: zondag 12 april 24.00 uur

1) Er wordt gedebatteerd in teams. Het cijfer voor de teamprestatie geldt in principe voor alle leden van het team, maar in individuele gevallen kan een buitengewone (wan)prestatie bij voorbereiding of uitvoering, invloed hebben op het eindcijfer.

2) Debatteren kent zowel een actief als een passief aspect. De ene keer debatteert men in twee groepen, de andere keer observeert en jureert men.

Locatie

Bijeenkomsten:
Woensdag, 13.15-15.00 u.: Unnik 220
Vrijdag, 11.00-12.45 u.: Unnik 220 (en 206)

Indeling bijeenkomsten

Week 1

1, Hoorcollege I, woensdag 4 februari, 2009
Logica en gesprekken

Inleiding. Wat is argumentatie? verschillen argumentatieleer en logica. Hoe expliciet moet een argument zijn om er een te zijn? Hoe stel je vast dat iemand iets bedoelt hoewel hij het niet letterlijk gezegd heeft? Welke rol speelt het publiek en de context van een gesprek/speech?

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

EG, h. 1

1. Ter voorbereiding: tekst: "What is an Argument?"
2. Epicurus? achter gordijn: eerst vertellen, dan om uitleg vragen; Ook Miles Davis met rug naar publiek; uitleg vragen; Dan zelf met rug naar de zaal??
3. Waarom overleefden er procentueel veel minder Britten dan Amerikanen de ramp met de Titanic?; Eerst dicussie over deze grap: hoe zijn wij als a. academici, b. Nederlanders bij de grap betrokken? Dan: dit is door de BBC in een onderzoek vastgesteld; Dan discussie: hoe is het publiek nu op het argument betrokken?

2, Werkgroep I, vrijdag 6 februari 2009
Oefeningen argumentatie-analyse.

Verplichte literatuur, print uit en lees vóór bijeenkomst) (debat over religie en wetenschap)

Herman Philipse: Alleen de wetenschap is de maat der dingen, 13 december 2008.

Rik Peels en Cees Dekker: Herman Philipse ziet spoken, 13 december 2008.

Week 2

3, Hoorcollege II, woensdag, 11 februari 2009
Geschiedenis argumentatieleer: Aristoteles

Sofisten, Plato's dialektiek (Phaedrus), Aristoteles.
Aristoteles: Analytica Priora en Analytica Posteriora (de qua-procedure). Topica. Syllogistiek.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

EG 2.1 t/m 2.3.
Tekst Analytica posteriora [logica]
Tekst Topica [dialectica]
Eleonore Stump, Dialectic and Aristotle's Topics

4, Werkgroep II, vrijdag 13 februari, 2009
"I did not have sexual relations with that woman!"

Studenten analyseren in groepjes, met behulp van de syllogistiek, Clintons "laatste woord" in de "Monica Lewinski-affaire", 17 augustus 1998.

Korte inleiding op film van W. Karel, over orale, semi-orale (brieven) en druk-culturen, en terug naar een orale (televisie) cultuur (Walter Ong).

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Clintons verdediging

Pointe van de Delta-Lloyd-reclame: neemt aan dat wij de explosiviteit van de situatie begrijpen, ook al gaat het alleen om de uitwisseling van gelaatsexpressies, niet om argumenten. Retorische situatie van communicatie via beelden. Terug naar orale televisie-cultuur.

Formulier voor de werkgroep.

1. Doorloop de hele tekst en identificeer alle standpunten; noem ook de propositie waar de standpunten over gaan.
2. Formuleer de syllogismen waarmee Clinton de standpunten verdedigt; voeg impliciete argumenten toe.
3. Zet de syllogismen in hun formele structuur en beoordeel of ze geldig zijn.
4. Noem alle alinea's waar noch een standpunt, noch een argument in te vinden is en probeer te achterhalen waarom Clinton ze toegevoegd heeft.

Week 3

5, Werkgroep III, woensdag 18 februari, 2009
film, Opération Lune

Studenten kijken plenair naar film van William Karel, Opération Lune, waarin wordt bewezen dat de maanlanding een Hollywood-fictie is, leveren in groepjes een analyse in van de argumentatieve mechanismen van het bewijs.

Hoe wordt het bewijs voor de centrale stelling (standpunt) van de documentaire opgebouwd? Analyseer de film op de argumentatieve en retorische mechanismen die er in werking zijn. Kun je verschillende typen onderscheiden? Vind je ze overtuigend, en waarom wel of niet?
Aantekeningen worden na de film in groepen (van max. 4 studenten) besproken, en worden thuis verder uitgewerkt en bij aanvang van de volgende bijeenkomst (vrijdag 20 februari, 2009) ingeleverd: pm. 600 woorden. Het wordt aangemoedigd om de analyse als groep in te leveren.
[De docent is vandaag afwezig, hij spreekt op symposium Abstract Images.]

Het is niet de bedoeling dat je een heel secure analyse gaat geven van details in de film, maar mocht je later bepaalde passages toch nog eens willen nazien, dan kan dat hier: Karel: Dark Side of the Moon.

A4-tje met: zijn alle gebezigde argumentatieve strategieën talig? Geef aan welke typische trucs in de film gebezigd worden: hoe impliciet gecommuniceerd wordt, dat wil zeggen, niet door iets letterlijk te zeggen. Een van de vragen op het formulier dat ze moeten invullen: bij passagen waar men manipulatie van het publiek herkent: wat kan het publiek doen om dit soort manipulatie te voorkomen als ze op het journaal voorkomt?
Laatste vraag: wie is je voorzitter? Hoe deed hij/zij het? onvoldoende/voldoende/goed/zeer goed (omcirkelen). Voorzitters nemen formulieren in en geven die bij volgende bijeenkomst aan de docent.

6, Hoorcollege III, vrijdag 20 februari, 2009
Klassieke retorica

Aristoteles' Rhetorica
Romeins-Hellenistische retorica.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

EG 2.4 en 2.5
Tekst Rhetorica
Martin Luther King, jr., "I have a Dream"

Week 4

7, Hoorcollege IV, woensdag 25 februari, 2009
Drogredenen

Aristoteles' Sophistici elenchi. [dialectica]
De 'standaardbenadering' en voorbeelden.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

EG 3.1 t/m 3.3

Analogies (witches burn because they are made of wood, which we know because they float just as ducks do, and must therefore be as light as ducks: wieghin them establishes that they are witches. Monty Python and the holy grail.)
Michael Gilbert, Prolegomena, re emotioneel argumenteren;
Poppers falsificatie-criterium als betekenisgarantie--no-true briton move voorlezen

8, Werkgroep IV, vrijdag 27 februari, 2009
Analyse Obama's Inaugurale rede

Analyse, in groepjes, van Obama's Inaugurale rede. Bereid thuis goed voor.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Obama's Inaugurale rede.

Week 5

9, Geen bijeenkomst, woensdag 4 maart 2009
voorbereiding eerste toets

Bereid je voor op de toets

10, vrijdag 6 maart 2009
eerste toets

Een deel multiple choice, een deel essay vragen, tekst-analyse

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Alle teksten en college-stof

twee versies van het tentamen (in een file, zodat ze na elkaar uitgeprint worden), zodat studenten niet kunnen afkijken. De MC-vragen op het tentamenformulier laten invullen, waarop ze meteen bij het uitdelen hun naam moeten zetten (anders ruilen ze met hun buren ...). Open vragen worden op losse vellen geschreven en samengevoegd ingeleverd. Verschil nivo-2 nivo-3?

Week 6

11, Hoorcollege V, woensdag 11 maart, 2009
De nieuwe retorica

De nieuwe retorica van Perelman en Olbrechts-Tyteca

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

EG 4.1 t/m 4.3 + 4.4 (quasi-logische redeneringen)

12, Werkgroep V, vrijdag 13 maart, 2009
Voorbereiding beleidsdebatten

Vandaag selecteren van thema's voor beleidsdebatten. Teams bereiden hun posities en argumenten voor in proefdebatten.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Koen van Gilst: Handleiding debatteren

Week 7

13, Hoorcollege VI, woensdag 18 maart, 2009
Latere ontwikkelingen

Het argumentatiemodel van Toulmin; Nabespreking eerste beleidsdebat.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

EG 5.1 t/m 5.3

14, Werkgroep VI, vrijdag 20 maart, 2009
Beleidsdebat 1

Casus: een nieuwe weg langs Amelisweerd.
Kwart van de studenten betoogt pro, een kwart contra bepaalde beleidsvoornemens. De andere helft observeert en doet verslag via een formulier. Studenten zitten voor (= keuze-opdracht).

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Week 8

15, Hoorcollege VII, woensdag 25 maart, 2009
Speech act theorie: argumentatie en het publiek.

Met tekst de wereld willen veranderen, eventueel door eerst anderen te overtuigen. Speech act theorie biedt een mooi model voor argumentatieleer. De benadering van de pragmadialectiek.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

EG 10.1 tm. 10.4
Bas Heijne, Emotionele Logica

(Austin, J. L. 1962. How to Do Things with Words. Oxford: Oxford University Press. Lecture 1. Performatives and Constatives, pp. 1--11)

Michael Gilbert: emotional messages.

16, Werkgroep VII, vrijdag 27 maart, 2009
Beleidsdebat 2

Kwart van de studenten betoogt pro, een kwart contra een bepaald standpunt. Bij voorbeeld de discussie rond de rol van religie in de wetenschappen. Andere helft observeert en doet verslag via formulier. Studenten zitten voor (= keuze-opdracht). Uiteraard precies andersom aan vorige debat. En over een andere kwestie.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Week 9

17, Hoorcollege VIII, woensdag 1 april, 2009
Propaganda (Triumph des Willens)

We bekijken en analyseren passages uit de film Triumf des Willens, en bezien hoe met beeld geargumenteerd kan worden.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

here

Dit college moet meteen na een werkgroep waarin naar William Karel is gekeken. In onderhavig college ook aan dacht aan iconische foto's besteden.
Het stuk van Katz is niet goed voor huidige doelen. Beter iets direct over propaganda doen. Het stukje van Luyendijk over journalistiek en propaganda geeft wel enig inzicht in waar ik heen wil.

Katz, Steven B. 1992. “The Ethic of Expediency: Classical Rhetoric, Technology, and the Holocaust.” College English 54:255–275.

en verder: 1. Ekman, plus voice analysis en micro-emoties; 2. mijn artikel over gelaatsexpressie: address, wat is het? 3. Jan Groen en de onbewuste invloed en de redelijke bedoelingen

18, Geen bijeenkomst, vrijdag 3 april, 2009
voorbereiding eindtoets

Bereid je voor op de toets

Week 10

19, woensdag 8 april, 2009
Eindtoets

Toets over alle stof. Een deel multiple choice, een deel essay vragen, tekst-analyse.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Alle teksten en college-stof

twee versies van het tentamen (in een file, zodat ze na elkaar uitgeprint worden), zodat studenten niet kunnen afkijken. De MC-vragen op het tentamenformulier laten invullen, waarop ze meteen bij het uitdelen hun naam moeten zetten (anders ruilen ze met hun buren ...). Open vragen worden op losse vellen geschreven en samengevoegd ingeleverd. Verschil nivo-2 nivo-3?

20, Goede Vrijdag, vrijdag 10 april, 2009
Geen college