Utrecht University            

Rob van Gerwen's | Welcome | Teaching | Research | Contact | Weblog | Sitemap | Consilium Philosophicum

Courses | Index | Guest lectures | Inleiding kunstfilosofie (UU) | Kunst en het kwaad (UU) | Wetenschapsfilosofie in contex (UU) | HUM291 Reason, Truth and Beauty (UCU)
Extra-curricular Blackboard | UCU-Workspace | Tutoraat | Academische Master | Scripties | Leeronderzoek esthetica | Mind and Art | Art and morality | Capita Selecta Aesthetics

Rob van Gerwen

16 October 2017: 01:09

Home  blog Begrippen Blackboard

Filosofie in praktijk (en argumentatie)

WY2V17001
periode 1, 2017-18

dr. Rob van Gerwen

Inhoudsopgave (regels en opzet van de cursus)

| inhoud | leerdoelen | vooraf | inschrijving | literatuur | deadlines | locatie | bijeenkomsten |

Praktische rollen van (filosofische) argumentatie

Filosofie draait centraal om de concepten waarmee wij onze werkelijkheid begrijpen, en aangezien begrippen en begrijpen niet alleen om verklaren en uitleggen draaien, maar ook om overtuigen en overreden, mag duidelijk zijn dat argumentatie cruciaal is voor filosofie. Maar is alle argumentatie filosofisch? Welke is dat wel? Louter formeel kent argumentatie grenzen, die in de logica bestudeerd en geformuleerd worden. Maar argumentatie is niet adequaat te begrijpen met formele logica alleen, omdat ze ook gericht is aan een specifiek publiek in een specifieke context (die je niet moet wegformaliseren)—filosofische argumentatie is gericht aan een universeel, rationeel publiek dat evengoed ook overtuigd moet worden.
Argumentatie is informele logica. In deze cursus onderzoeken we methoden om argumentaties (en drogredenen) in kaart te brengen, te analyseren en te beoordelen, en bespreken we soorten argumentatie: zowel discursieve (in taal) als niet-discursieve. Kortom, wat is informele logica in de praktijk?
Argumentatie vindt altijd plaats in een context waarin partijen andere partijen van een positie proberen te overtuigen of tot bepaald gedag te overreden—zo'n context is een praktijk, met zijn eigen regels en doelen. Argumentatie is ook zelf een praktijk—een retorische situatie. Naast argumentatie zal het in deze cursus dan ook tevens over praktijken gaan: wanneer vormen handelingen een praktijk; hoe werkt een praktijk, wat zijn de regels en grenzen van praktijken; hoe houden praktijken zich in stand? De manier waarop deelnemers aan een praktijk onderling de regels en waarden beheren kan men ook met de retorica onderzoeken, en de retorica is zelf ook een voorbeeld van een praktijk. Kortom: wat is de argumentatieve kern van een praktijk?
Typisch filosofische argumentatie vinden we in pogingen om concepten te definiëren in termen van noodzakelijke en voldoende voorwaarden. Als casus bespreken we de definitie van kunst. Velen menen dat kunst niet gedefinieerd kan worden, maar als we haar benaderen vanuit de praktijk, die kunst ook is, dan kunnen we deze definitie-kwestie mogelijk verder brengen. De menselijke werkelijkheid als een verzameling praktijken beschouwen biedt dus ook filosofisch methodologisch voordeel.
Een praktijk is een samenhangend geheel van (menselijke!) handelingen die gestuurd worden door regels, waarden en verwachtingen. Praktijken onderhouden een gespannen relatie met instituties. Instituties bepalen vaak de regels van een praktijk, maar doorgaans ontstaan die regels van onderop—van degenen die aan de praktijk deelnemen. Het belang van waarden, deugden, regels en verwachtingen in menselijk gedrag is onderwerp van verschillende deelgebieden van de filosofie, met name de praktische filosofie (ethiek, wijsgerige antropologie, esthetica en politieke filosofie).
We kijken ten laatste ook naar niet-discursieve vormen van argumentatie en illustreren die met visuele argumentatie en humor en de normen van succes die daar gelden.

Argument

Retorica

Iets duidelijk maken in de context van een praktijk.

Leerdoelen

Studenten krijgen inzicht in filosofische theorieën over argumentatie, praktijken en retorica. Ze kunnen argumentaties analyseren en beoordelen, praktijken onderscheiden en filosofische problemen onderzoeken en analyseren vanuit het perspectief van praktijken en retorica.

Toetsing

* De toetsing voor deze cursus bestaat uit een referaat (25%), opdrachten (actieve aanwezigheid, 3 opdrachten, 2 reflecties, en feed-back geven aan anderen—35%) en een schriftelijke eindtoets (40%).
Reflecties (rond 600 woorden): 1. over stof van de eerste drie weken; 2. over Wittgenstein en Bourdieu, eerste versie op werkgroep, verbeterde versie inleveren na symposium.
Opdrachten: 1. groepsopdracht reconstructie en beoordeling argumentatie; 2. visuele argumentatie (individueel); 3. humor (individueel, eerste versie op werkgroep, verbeterde versie inleveren zondag 29 oktober 2017). (zie deadlines).
Het referaat is een presentatie van een reflectie (die daarna ook wordt ingeleverd) op een symposium op Donderdag 19 oktober 2017, 9.00-12.45 uur.
Vragen voor vragenuur inleveren uiterlijk zondag 29-10.

Geschreven werk dat becijferd wordt, dient per email ingeleverd te worden, in een Word-doc (geen pdf!), aangehecht aan de mail. Begin de titel van je werk altijd met je achternaam, zo, bijvoorbeeld:
BergenHarrievanOpdrachtHumor.docx

* Eventuele veranderingen deel ik mee via Blackboard.

Reflecties Wanneer we reflecties van de studenten bespreken, breng dan twee geprinte exemplaren van je eigen reflectie mee naar de werkgroep, waarvan er één voor je werkgroepleider is.
In de reflecties (ongeveer 600 woorden) bespreken studenten een filosofische kwestie die aansluit bij een van de theorieën die in de colleges of literatuur van de voorafgaande week aan de orde zijn geweest. Je kunt je vrij laten leiden door de onderwerpen die besproken zijn. In een reflectie begin je met een probleemstelling (doorgaans uit de literatuur gehaald), een these daarover en een strategie: hoe denk je over het probleem; welke oplossing sta je voor? Geef duidelijke argumenten voor je overwegingen in je eigen woorden. De uiteindelijke bedoeling is dat je zelf een these verdedigt. Meer uitleg vind je op Blackboard.
Je kunt je hierbij laten inspireren door dit soort deelvragen (je hoeft ze niet expliciet te beantwoorden!):

  1. Wat kunnen wij van (een van) de besproken theorieën leren?
  2. Welke nieuwe filosofische inzichten zitten erin?
  3. Hoe verhoudt de centrale these erin zich tot die van andere posities?
  4. Als je de centrale stellingen van de tekst zou aanvaarden, wat zou dat dan voor implicaties voor je eigen visie moeten hebben?

Wie heeft er gelijk, en vooral: waarom? Vooral deze vraag geeft een goede indicatie van wat er van een reflectie verwacht wordt: een filosofisch inzicht.

* In de werkgroepen worden argumentaties in kaart gebracht, geanalyseerd en beoordeeld, en worden door studenten geschreven teksten (oefeningen; reflecties; en opdrachten) kritisch besproken; eerst in groepjes onderling, dan plenair.
Voorbereiding werkgroepen. Hou er alsjeblieft rekening mee dat je aanwezigheid in de werkgroep ook een bijdrage is aan het welslagen van de bijeenkomst en zorg er dus voor dat je ter voorbereiding op de werkgroepen alle voorgeschreven literatuur grondig bestudeerd hebt.

Bijeenkomsten

Let op: om het beste uit deze cursus te halen wordt er door studenten geen gebruik gemaakt van laptops en smartphones tijdens de bijeenkomsten. Het is bewezen dat de concentratie er veel beter van wordt en dat je door met de hand aantekeningen te maken veel meer oppikt van de stof. Dit beleid is in overeenstemming met universiteiten in de VS en elders in Nederland, en met ons eigen honours-onderwijs.
Aanbevolen wordt om vooraf de handouts van de colleges uit te printen, zodat je niet alles van de beamer presentaties hoeft over te schrijven. Zie Blackboard.

Aanwezigheidsplicht Om ervoor te zorgen dat iedereen in de zaal over dezelfde achtergrondkennis beschikt, geldt voor deze cursus een aanwezigheidsplicht. Mocht je onverhoopt een hoorcollege moeten missen, mail dan uiterlijk twee dagen later het bewijs dat je het ervoor gevraagde werk wel hebt gedaan: een korte samenvatting over de te lezen literatuur. Mailen aan de cursus-coördinator: Rob van Gerwen.
Mocht je een werkgroep missen, mail dan je werk (reflecties, of gemaakte oefeningen uit het boek) binnen twee dagen naar de werkgroepleider van de gemiste werkgroep.
Wie gemiste bijeenkomsten niet "compenseert", verspeelt het recht op herkansing.

Advies: We checken de samenvattingen maar op één criterium: "heeft de student zich met de voorgeschreven literatuur bezig gehouden?" Slechts weinig samenvattingen die ik langs deze route ontvang, voldoen als samenvatting. (Denk dus niet, als je je voor een toets aan het voorbereiden bent: "Mijn samenvattingen zijn door de docent goedgekeurd". Dat zijn ze dus niet. De verantwoordelijkheid blijft altijd bij de student.

Eindtoets. De nadruk bij de eindtoets ligt op de stof van alle hoorcolleges.

Voorgeschreven literatuur

Bowell, Tracy, and Gary Kemp, eds. 2015. Critical Thinking. A Concise Guide. 4th. ed. London, New York: Routledge. Losse artikelen, aangeleverd via Blackboard.

Inschrijving

De inschrijving voor deze cursus verloopt via Osiris.
Heb je problemen met inschrijving? Check het studiepunt. Je vindt hier ook de randvoorwaarden.
Studenten HBO en WO van buiten de Universiteit Utrecht kunnen F&R vakken volgen. Voor inschrijving kan men bij de onderwijsadministratie een inschrijfformulier aanvragen. (E: Onderwijssecretariaat.gw@uu.nl Tel.: 030-2531831).

WhatsApp

Is WhatsApp een praktijk?

Locatie

Maandag
13.15-15.00 uur: Hoorcollege: Drift 25, 303

15.15-17.00 uur: Werkgroep: Drift 25, 101

Donderdag 09.00 - 10.45: Werkgroep: Drift 25 204
Let op: Symposium, Donderdag 19 oktober 2017, 9.00-12.45 uur, JKH 2-3 zaal 219

Deadlines (inleveren uiterlijk om 23.55 uur) en speciale data
Opdrachten In eerste instantie op de werkgroep. Daarna volgens onderstaande deadlines Uitgeprint in tweevoud
1. Donderdag 28 september 2017
2. Maandag 23 oktober 2017
3. donderdag 26 oktober 2017
1. Groepsopdracht argumentatie-beoordeling
2. Groepsopdracht film
3. Individuele opdracht humor (inleveren: zondag 29 oktober 2017)
Reflecties 1. Maandag 2 oktober 2017
2. Donderdag 12 oktober 2017
1. stof eerste 3 weken
2. Wittgenstein en Bourdieu (inleveren middernacht na symposium)
Symposium Donderdag 19 oktober 2017, 9.00-12.45 uur JKH 2-3 zaal 219
Eindtoets Donderdag 2 november 2017, 11.00-13.00 uur Bijlhouwerstraat 6-8, zaal 024
Week 1

Maandag 11 september 2017
HC 1 Inleiding

Wat er op college besproken wordt
Hoe gaan we in deze cursus te werk? Wat is filosofie? Wat zijn open en gesloten vragen? Hoe wordt er over praktijken gedacht? Wat is een praktijk? Zonder toewijding geen praktijk, maar is georganiseerde toewijding voldoende om van een praktijk te spreken? Kun je toegewijd zijn aan een immorele praktijk, ofwel: hoe verhouden praktijken zich tot de moraal? En hoe verhouden ze zich tot instituties en de wet?
Wat zijn de thema's? Vandaag: een overzicht. De verdiensten van de pragmatische benadering. Een korte geschiedenis van het onderscheid tussen theorie en praktijk.

Wanneer is een uitspraak een argument, wat is argumentatie? Verschillen argumentatieleer (informele logica) en logica. Hoe expliciet moet een argument zijn om er een te zijn?
Hoe stel je vast wat iemand bedoelt als hij het niet letterlijk gezegd heeft? Welke rol speelt het publiek en de context van een gesprek/speech?


Vooraf lezen:

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2015. “Introducing Arguments.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 3–27. London, New York: Routledge. Walton, Douglas N. 1990. “What is Reasoning? What Is an Argument?” The Journal of Philosophy 87:399–419.


Verdieping (facultatief):

Johnson, Ralph H. 1999. “The relation between formal and informal logic.” Argumentation 13:265–74. Johnson, Ralph H. 2000. “Informal logic: An overview.” Informal Logic 20:93–99. Nicolini, Davide. 2012. Chapter "Praxis and Practice Theory: A Brief Historical Overview" in Practice Theory, Work, and Organization. An Introduction, 23–43. Oxford: Oxford University Press.

WG 1. Wat zijn argumenten?

Is "Ik hou niet van spruitjes!" een argument? Wanneer is een opmerking een argument? Wat is een argumentatie?


Vooraf lezen:

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2015. “Introducing Arguments.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 3–27. London, New York: Routledge.

Donderdag 14 september 2017
WG 2. Taal en retorica

Oefeningen argumentatie-analyse. Hoe herken je argumenten; hoe analyseer je ze; hoe stel je impliciete argumenten vast? Wat is de relatie tussen de woorden en de context waarin ze geuit worden? Oefeningen worden bij voortduring groepsgewijs gemaakt en dan plenair besproken.


Vooraf lezen:

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2015. “Language and Rhetoric.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 28–63. London, New York: Routledge.


Verdieping (facultatief):

Frogel, Shai. 2009. “Who is the Addressee of Philosophical Argumentation?” Argumentation 23:397–408. Austin, J. L. 1962. How to Do Things with Words. Oxford: Oxford University Press.

Week 2

Maandag 18 september 2017
HC 2 Plato en de sofisten: dialectiek en opinie

Sofisten waren rondreizende leraren die tegen betaling argumentatie doceren aan politici, juristen, rijken. Plato verzette zich hiertegen en stelde de dialektiek voor als een waardevrije zoektocht naar definities en waarheid.


Vooraf lezen:

Plato Phaedrus (selectie) Paul Woodruff. 2006. "Rhetoric and relativism: Protagoras and Gorgias". Cambridge Companion on Early Greek Philosophy, 290-310. [Blackboard]


Verdieping (facultatief):

"The Sophists". The Columbia History of Western Philosophy, Richard Popkin (ed.), 20-32 Plato Gorgias Plato: Works online

WG 3. Apologie

David: De dood van Socrates

De dood van Socrates

Jacques-Louis David.

In Plato's Apologie lezen we hoe Socrates zich (niet) verdedigt bij zijn veroordeling tot de gifbeker voor het bederven van de jeugd: een dialektisch denkende sofist die zich niet laat betalen om te voorkomen dat hij zijn broodheren naar de mond gaat praten.


Vooraf lezen:

Plato's Apologie (online)

Donderdag 21 september 2017
WG 4. Argumentatie-reconstructie

Bij het omzetten van een argumentatie in standaard-notatie blijken sommige argumenten verzwegen, andere dubbel, en staan de argumenten niet altijd in de logische volgorde die ze in de argumentatie zouden moeten hebben. De reconstructie verschaft hier helderheid en overzicht.
We doen oefeningen en reconstrueren een ingezonden brief in groepjes.


Vooraf lezen:

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2015. “The Practice of Argument-Reconstruction.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 133–183. London, New York: Routledge.


Verdieping (facultatief):

Week 3

Maandag 25 september 2017
HC 3 Aristoteles' retorica

...Truth springs from argument amongst friends.David Hume...

Aristoteles: Argument en enthymeem (Hoofdstuk uit Rhetorica). Onderscheid tussen logos, ethos en pathos.

Drogredenen en Pseudo-redenering; tegen de achtergrond van Aristoteles' De Sophisticis elenchis. [dialectica]
De 'standaardbenadering' en voorbeelden.


Vooraf lezen:

Marc Huys: "Bill Clinton, Monica Lewinsky en de Rhetorica van Aristoteles", Kleio 29 (2000), p. 110-134. Hier gereproduceerd met vriendelijke toestemming van de auteur. Bill Clinton: de Monica Lewinski-affaire (17 augustus 1998)


Verdieping (facultatief):

Aristoteles Rhetorica (online, selectie) Diagonaal lezen Cicero: De Orator. Martin Luther King, jr., "I have a Dream" Nelson Mandela: Inaugural Speech, Pretoria, 10 mei 1994 De Rijk. "De Methode Aristoteles."

Tekst Analytica posteriora [logica] Tekst Topica [dialectica] Eleonore Stump, Dialectic and Aristotle's Topics

WG 5. Drogredenen in Holocaust ontkenning

We kijken voornamelijk naar de drogredenen in teksten van Holocaust ontkenners. Daarnaast analyseren we ofwel Clintons verdediging ofwel een persidentiële inauguratie, die van Trump?


Vooraf lezen:

Bill Clinton: de Monica Lewinski-affaire (17 augustus 1998) Najarian, James. 1997. “Gnawing at History: the Rhetoric of Holocaust Denial.” The Midwest Quarterly 39:74–89.
Bekijk ook deze top 20 van logical fallacies

Donderdag 28 september 2017
WG 6. Argumentatie-beoordeling [groepsopdracht]

Reconstrueer en beoordeel een ingezonden brief. [groepsopdracht, in wg maken, en voor middernacht inleveren; zet er duidelijk bij wie aan de opdracht hebben deelgenomen]


Vooraf lezen:

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2015. “Issues in Argument-Assessment.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 184–218. London, New York: Routledge.


Verdieping (facultatief):

Week 4

Maandag 2 oktober 2017
HC 4 Pragmadialectiek

Pragmadialectiek en drogredenen: Men kan argumentaties ook zien als kritisch-rationele discussies waarbij er regels gelden zoals elkaar de gelegenheid geven zich uit te spreken, elkaar aanspreken op gevolgen van wat men zegt. Van Eemeren en Grotendorst zien de Pragmadialektiek als bijdrage aan het oplossen van meningsverschillen.

Waltons context-gerichte analyse van een drogreden: Douglas Walton meent dat redeneringen alleen drogredenen zijn binnen de context waarin ze figureren. We zullen zien dat de benadering van argumentatie zo heel dicht bij de praktijkbenadering komt.


Vooraf lezen:

Van Eemeren. "Pragmadialektiek" (incl. 10 geboden). van Eeemeren, Frans H., Rob Grootendorst, and Francisca Snoeck Henkemans, eds. 1997. Handboek Argumentatietheorie. Groningen: Martinus Nijhoff. 10.1 tm. 10.4 (Blackboard) Walton, Douglas. 1995. ``Appeal to pity: A case study of the ``argumentum ad misericordiam''.'' Argumentation 9:769--784.


Verdieping (facultatief):

Erik Krabbe: “Wat is eigenlijk een Drogreden?” Groningen, 1996. http://irs.ub.rug.nl/ppn/162100434 (Blackboard)

WG 7. Pseudo-redeneringen en eerste reflectie

Schrijf een reflectie over een onderwerp uit de stof van de eerste drie weken; neem mee naar de werkgroep, bespreek aldaar en lever verbeterde versie vanavond voor 23.55 uur in via email.


Vooraf lezen:

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2015. “Pseudo-Reasoning.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 219–263. London, New York: Routledge.


Verdieping (facultatief):

Donderdag 5 oktober 2017, 11.00-13.00 uur
WG 8. Bourdieu

``Practice has a logic which is not that of the logician. This has to be acknowledged in order to avoid asking of it more logic than it can give, thereby condemning oneself either to wring incoherences out of it or to thrust a forced coherence upon it.'' (p. 86), P. Bourdieu.

Wat er op college besproken wordt
Hoe werkt een praktijk van binnen? Hoe worden impliciete regels gehandhaafd? Wat is de logica van praktijken?


Vooraf lezen:

Bourdieu, Pierre. 1990. "The Logic of Practice", Chapter 5 of The Logic of Practice, 80–97. Translated by Richard Nice. Polity Press.


Verdieping (facultatief):

Week 5

Maandag 9 oktober 2017
HC 5 Praktijk definiëren. Wittgensteins Filosofische grammatica

``If a concept of this kind applies, this often provides someone with a reason to act, though that reason need not be a decisive one and may be outweighed by other reasons [...]'', B. Williams, Ethics and the Limits of Philosophy, 140.

Theorie versus praktijk; een kort historisch overzicht; Karl Marx, Martin Heidegger, en Wittgenstein over taalspelen. Praktijk: Wittgenstein en Nicolini.

Wat er op college besproken wordt
Een werkdefinitie van praktijk zou moeten verwijzen naar dikke (Williams) waarneming van affordances (Gibson), ofwel taalspelen (Wittgenstein). Daarnaast naar complexe interne feed-back mechanismen tussen centrale objecten, doelen, intenties, ervaringen, instituties en handelingen. Kunnen praktijken praktijken uit- of insluiten? Waar ligt de grens tussen de ene en de andere praktijk?

``Als je bij een vreemde stam kwam waarvan je de taal helemaal niet kende, en je wilde weten welke woorden correspondeerden met `goed', `fijn', etc., waar zou je dan naar zoeken? Je zou zoeken naar glimlachen, gebaren, voedsel, speelgoed.'', Wittgenstein, 2:6)


Vooraf lezen:

Ludwig Wittgenstein. 1992. Filosofische onderzoekingen (1953). Vert. door Maarten Derksen en Sybe Terwee. Amsterdam: Boom, pp. 13-29. Nicolini, Davide. 2012. Chapter "Praxis and Practice Theory: A Brief Historical Overview" in Practice Theory, Work, and Organization. An Introduction, 23–43. Oxford: Oxford University Press.


Verdieping (facultatief):

Bernard Williams. 1985. Ethics and the Limits of Philosophy. London: Fontana Press.

WG 9. Wittgenstein lezen


Vooraf lezen:

Ludwig Wittgenstein. 1992. Filosofische onderzoekingen (1953). Vert. door Maarten Derksen en Sybe Terwee. Amsterdam: Boom, pp. 13-29.


Verdieping (facultatief):

Nicolini, Davide. 2012. Chapter "Praxis and Practice Theory: A Brief Historical Overview" in Practice Theory, Work, and Organization. An Introduction, 23–43. Oxford: Oxford University Press. Bernard Williams. 1985. Ethics and the Limits of Philosophy. London: Fontana Press.

Donderdag 12 oktober 2017
WG 10. Tweede reflectie

Schrijf een reflectie over een onderwerp uit de stof van de afgelopen bijeenkomsten over Wittgenstein en Bourdieu; neem mee naar de werkgroep, bespreek aldaar en lever verbeterde versie vanavond voor 23.55 uur in via email.

Week 6

Maandag 16 oktober 2017
HC 6 Praktijk en ethiek (MacIntyre)

Praktijk en ethiek

"A virtue is an acquired human quality the possession and exercise of which tends to enable us to achieve those goods which are internal to practices and the lack of which effectively prevents us from achieving any such goods." MacIntyre, p. 191.

Wat er op college besproken wordt
Wat zijn deugden en wat zijn er de criteria voor? Bij Homerus lijkt er eerder sprake van uitmuntendheid dan van iets wat wij onder deugd verstaan. En Aristoteles' nadruk op vriendschap is heel anders dan de onze; of zijn phronesis, praktische wijsheid, wat een intellectuele deugd is maar weer geen theoretische kennis. Voor Paulus en Aristoteles, is een deugd "[...] a quality the exercise of which leads to the achievement of the human telos." MacIntyre, p. 184. De vraag is dan uiteraard wat dat telos is. Als verschillende denkers met verschillende lijsten met deugden komen, is er dan wel een gedeeld deugd-concept? MacIntyre beantwoordt die vraag tegen de achtergrond van drie punten: 1. Deugden spelen binnen praktijk en; 2. ze gaan gepaard met een narratieve ordening van het leven van een mens en 3. een morele traditie.
MacIntyres definitie verduidelijkt deze verbanden (zie hieronder).


Vooraf lezen:

Alasdair MacIntyre. 1981. After Virtue. South Bend, Indiana: University of Notre Dame Press [Ch. 14, p. 181-203].


Verdieping (facultatief):

WG 11. Locke: praktijken en deugden

Locke (film, 2015) kijken.
Discussie: om welke praktijken draait het hier? Wat is een praktijk? Welke regels? Welke deugden?] Denk bij deze vragen niet alleen aan MacIntyre, maar ook aan Bourdieu.


Vooraf lezen:

Alasdair MacIntyre. 1981. After Virtue. South Bend, Indiana: University of Notre Dame Press [Ch. 14, p. 181-203].


Verdieping (facultatief):

Donderdag 19 oktober 2017
Symposium, Donderdag 19 oktober 2017, 9.00-12.45 uur, JKH 2-3 zaal 219

Vandaag presenteert iedereen een van de twee reeds geschreven reflecties. Niet voorlezen, maar voordragen! En illustreer je punt met een helder voorbeeld. Per presentatie wordt 7 minuten spreektijd, plus 5 minuten discussie gereserveerd.

Week 7 Niet-discursieve argumentatie

Maandag 23 oktober 2017
HC 7

Visuele argumentatie (o.a. iconische foto's en de journalistiek als praktijk).

Roland Barthes zei ooit dat taal fictioneel is en hij bedoelde dat taal niet in staat is, zoals een foto dat kan, om te bewijzen dat de werkelijkheid waar hij over gaat ook echt bestaat, of bestaan heeft. Kan taal zijn waarheid bewijzen of is alle taal fictioneel? Dat roept belangrijke nieuwe vragen op: Wat zijn de verschillen tussen taal en afbeelding? En: kunnen we (in bepaalde gevallen) in een afbeelding een argumentatie identificeren, en hoe dan wel? Zijn er visuele analogen voor premissen en conclusies? Zo'n technische analyse van visuele argumentatie moge moeilijk zijn, toch lijkt iedereen wel te begrijpen dat, bij voorbeeld in reclames, met plaatjes soms geargumenteerd wordt. Hoe zit het?


Vooraf lezen:

Alcolea-Banegas, Jesús. 2009. “Visual Arguments in Film.” Argumentation 23:259–275. J. Anthony Blair. “The possibility and actuality of visual arguments.” Argumentation and Advocacy, 33(1):23–39, 1996.


Beelden die niet argumenteren:

Nice Day for a Picnic from Monica Gallab on Vimeo.


Verdieping (facultatief):

Ong, Walter. 2002. Orality and Literacy: The Technologizing of the Word. New York: Routledge. Slade, Christina. 2003. “Seeing Reasons: Visual Argumentation in Advertisements.” Argumentation 17:145–160. Wollheim, Richard. 1993. “Pictures and Language.” In The Mind and its Depths, 185–192. Cambridge (Mass.), London (England): Harvard University Press.

WG 13. Visuele argumentatie; Analyse Opération Lune

Korte inleiding op film van William Karel (over orale, semi-orale (brieven) en druk-culturen, en terug naar een orale (televisie) cultuur.) We kijken tijdens de werkgroep plenair naar William Karel, Opération Lune, waarin wordt bewezen dat de maanlanding een Hollywood-fictie is, en beginnen in de werkgroep in groepjes aan een analyse van de argumentatieve mechanismen van Karels bewijsvoering.

In de werkgroepen discussiëren we over de visuele argumentatie in de film: Hoe wordt het bewijs voor de centrale stelling (standpunt) van de documentaire opgebouwd? Welke argumentatieve en retorische mechanismen zijn er in de film in werking? Kun je verschillende typen onderscheiden? Vind je ze overtuigend, en waarom wel of niet?
Aantekeningen worden in groepen (van max. 4 studenten) besproken, op schrift gesteld en digitaal ingeleverd: pm. 1000 woorden. De analyse wordt en groupe ingeleverd, dus vermeld duidelijk de namen van de studenten in je groep.

Groepsopdracht visuele argumentatie (William Karel), in detail

[groepsopdracht, tijdens en na de wg maken, en voor middernacht inleveren; zet er duidelijk bij wie aan de opdracht hebben deelgenomen]

1. Beschrijf in ong. 250 woorden het schijnbare hoofdbetoog van de film Opération Lune; geef dan kort de meta-these van de film weer.
2. Identificeer manipulatieve technieken waarmee de regisseur bepaalde opvattingen overbrengt.
3. Neem hiervan drie voorbeelden van verschillend type (!) en analyseer grondig hoe de kijker bewerkt wordt.
Deadline: Maandag 23 oktober 2017.

William Karel: Operation Lune

Opération Lune

William Karel.


Vooraf lezen:

Alcolea-Banegas, Jesús. 2009. “Visual Arguments in Film.” Argumentation 23:259–275. J. Anthony Blair. “The possibility and actuality of visual arguments.” Argumentation and Advocacy, 33(1):23–39, 1996.


Verdieping (facultatief):

donderdag 26 oktober 2017
WG 14. Humor (1e uur) [individuele opdracht]

Opdracht: schrijf een reflectie over een of andere grap, zelf te kiezen (citaat of weergave (of link naar Youtube) telt niet mee met woordaantal), 600 woorden (peer-feedback op wg). Inleveren: zondag 29 oktober 2017

Email ook voor zondag 29 oktober 2017 eventuele resterende vragen over de cursus naar Rob, voor het vragenuur.

Wat is humor, en waarom lachen we erom? Of iets grappig is of niet, hangt soms van heel subtiele dingen af. Om foute grappen kun je (moet je) niet lachen. Krijgt de spreker zijn timing goed? Grappen zijn retorische fenomenen. Ze doen iets met hun publiek. Soms bereiken grappen maar een deel van het publiek. Hoe komt dat en wat gebeurt er dan? Soms moet men bepaalde voorkennis hebben om de grap te waarderen. De grap maakt de groep—wie hem niet begrijpt, valt buiten de groep.
Anderzijds zijn er allerlei typen grappen: flauwe grappen zijn wel grappen maar we lachen er niet om, we vinden ze om een of andere reden onder ons niveau. Ook grappen "die niet kunnen" herkennen we wel als grappen, maar we vinden, doorgaans om morele redenen, dat je dit soort grappen niet behoort te maken, bij voorbeeld omdat ze discriminerend zijn.
Welke theorie legt het best uit hoe grappen werken? De incongruentie-theorie die zegt dat de luisteraar eerst in een bepaalde richting gedreven wordt en al helemaal mee-redeneert, maar dat hij dan door een volkomen onverwachte wending beseft dat hij op het verkeerde been is gezet. Of de theorie die zegt dat een grap een spanning in de luisteraar opbouwt die met de clue plots ontlaadt als een lachen?
We bespreken vandaag een aantal voorstellen.


Vooraf lezen:

Carroll, Noël. 2003. “Humour.” In The Oxford Handbook of Aesthetics, edited by Jerrold Levinson, 344–365. Oxford: Oxford University Press.


Verdieping (facultatief):

Carroll, Noël. 1991. “On Jokes.” Midwest Studies in Philosophy 16:280–301. Cathcart, Thomas, and Daniel M. Klein. 2008. Plato and a Platypus Walk into a Bar . . . Understanding Philosophy Through Jokes. London, etc.: Penguin. (website) Cohen, Ted. 1983. “Jokes.” In Pleasure, Preference and Value: Studies in Philosophical Aesthetics, edited by Eva Schaper. Cambridge, New York: Cambridge University Press, 120–136. Gaut, Berys. 1998. “Just Joking: The Ethics and Aesthetics of Humor.” Philosophy and Literature 22:51–68.

Week 8

Maandag 30 oktober 2017
HC 8 Praktijk en definitie

Wat zijn de noodzakelijke en voldoende voorwaarden voor iets om kunst te zijn? Is Duchamps Fountain een kunstwerk, en zo ja, heeft het dan eigenschappen die alle kunstwerken hebben en die alleen kunstwerken hebben? Of moet kunst gevoelens van de kunstenaar uitdrukken, of een esthetische ervaring opwekken (en wat is dat dan?)? In de vijftiger jaren van de vorige eeuw is hierover een debat ontstoken met een artikel van Morris Weitz die een Wittgensteiniaans antwoord op de vraag gaf naar de definitie van kunst: wat kunst bijeen houdt, is niets anders dan een soort familiegelijkenis. Enz.
Maar zijn we niet beter af bij deze kwestie als we kunst als een praktijk beschouwen, waar alle aspecten en onderdelen op elkaar afgestemd zijn?


Vooraf lezen:

Tilghman, Benjamin R. 1984. "Art Worlds and the Uses of 'Art'." But is it Art? Oxford: Blackwell, pp. 47-70. Weitz, Morris. 1956. “The Role of Theory in Aesthetics.” Journal of Aesthetics and Art Criticism 15:27–35.


Verdieping (facultatief):

Levinson, Jerrold. 1990. “Defining Art Historically.” In Music, Art & Metaphysics, 3–25. Ithaca, N.Y.: Cornell University Press. Walton, Douglas, and Fabrizio Macagno. 2009. “Reasoning from Classifications and Definitions.” Argumentation 23:81–107.

WG 15 Vragenuur

Email je vragen voor zondag 29 oktober 2017 naar docent.

Donderdag 2 november 2017, 11.00-13.00 uur
eindtoets
Bijlhouwerstraat 6-8, zaal 024

Met de nadruk op de stof van de hoorcolleges.