Utrecht University            

Rob van Gerwen's | Welcome | Teaching | Research | Contact | Weblog | Sitemap | Consilium Philosophicum

Courses | Index | Guest lectures | Inleiding kunstfilosofie (UU) | Kunst en het kwaad (UU) | Wetenschapsfilosofie in contex (UU) | HUM291 Reason, Truth and Beauty (UCU)
Extra-curricular Blackboard | UCU-Workspace | Tutoraat | Academische Master | Scripties | Leeronderzoek esthetica | Mind and Art | Art and morality | Capita Selecta Aesthetics

Rob van Gerwen

27 April 2016: 23:06

Home  blog Begrippen Blackboard
dr. Rob van Gerwen

Het Schone: filosofie van de kunsten (esthetica)

WY2V14017
periode 4, 2015-16

Inhoudsopgave (regels en opzet van de cursus)

| inhoud | leerdoelen | vooraf | inschrijving | literatuur | deadlines | locatie | bijeenkomsten |

Kunst, moet dat nou?

In Het Schone: filosofie van de kunsten (esthetica) worden historische en hedendaagse benaderingen van de meest interessante filosofische kwesties rond schoonheid en kunst behandeld en ruim geïllustreerd met voorbeelden die ons nu aanspreken. We zullen het hebben over Plato, Aristoteles, Hume, Kant, Hegel, Schopenhauer, Nietzsche, Gadamer, Heidegger, Adorno. Daarnaast passeren een aantal belangrijke debatten de revue uit de momenteel meest vruchtbare filosofische benadering van de kunsten, de Angelsaksische analytische filosofie. (De bijeenkomsten staan gedetailleerd beschreven op deze website).

Hugo Pratt

Corto Maltese.

Hugo Pratt.

Leerdoelen

Studenten weten na afloop van de cursus hoe verschillend er over het belang van kunst wordt nagedacht. Zij kennen in grote lijnen de belangrijkste filosofische theorieën over kunst uit de moderne periode en de kunstwetenschappers onder hen moeten in staat geacht worden kritisch naar hun eigen vakgebied te kunnen kijken.

Toetsing

* Studenten worden doorlopend formatief (niet-becijferd) getoetst: ze schrijven voor iedere maandag-werkgroep een korte reflectie over de stof van de voorafgaande week (maximaal 600 woorden). In de werkgroep worden deze reflecties kritisch besproken; eerst in groepjes onderling, dan plenair. Je twee beste reflecties lever je digitaal in—die worden becijferd. Eentje halverwege de cursus, de andere aan het eind (zie deadlines).
* Eventuele veranderingen deel ik mee via Blackboard. Klik ook af en toe op de blog-button bovenaan de pagina, of gebruik de RSS-feedfeed!

Bijeenkomsten

In de hoorcolleges komt de argumentatie van de te bespreken literatuur aan de orde, alsook de relevantie daarvan voor de filosofische benadering van de kunsten.
Geschreven werk dat becijferd wordt, dient per email ingeleverd te worden, in een Word-doc, aangehecht aan de mail.
Nadere uitleg volgt op het eerste college.

Voorbereiding werkgroepen. In de werkgroepen bespreken we de reflecties van de studenten op de teksten van de voorafgaande week.
Breng twee geprinte exemplaren van je reflectie mee naar de werkgroep, waarvan er één voor je werkgroepleider is. In totaal schrijft de student vier reflecties, alleen dan gelden de cijfers voor de twee ingeleverde reflecties voor 100% mee; voor iedere reflectie te weinig ter werkgroep ingeleverd geldt een procentuele aanpassing van die cijfers.
De reflectie bevat typisch een probleemstelling, een doelstelling (of these) en een strategie.
In deze korte reflecties bespreken studenten een filosofische of filosofie-historische kwestie die aansluit bij een van de theorieën die in de colleges van de voorafgaande week aan de orde zijn geweest. Je kunt je vrij laten leiden door de onderwerpen die besproken zijn; je kunt je hierbij laten inspireren door dit soort deelvragen (je hoeft ze niet te beantwoorden!):

  1. Wat kunnen wij van (een van) de besproken theorieën leren?
  2. Welke nieuwe filosofische inzichten zitten erin?
  3. Hoe verhoudt de centrale these zich tot die van voorgangers?
  4. Als wij de centrale stellingen van de tekst zouden aanvaarden wat zou dat dan voor implicaties voor ons moeten hebben?

Vooral de laatste vraag geeft een goede indicatie van wat er van een reflectie verwacht wordt: een filosofisch inzicht.

Aanwezigheidsplicht Om ervoor te zorgen dat iedereen in de zaal over dezelfde achtergrondkennis beschikt, geldt voor deze cursus een aanwezigheidsplicht. Mocht je onverhoopt een hoorcollege moeten missen, mail dan uiterlijk twee dagen later het bewijs dat je het ervoor gevraagde werk wel hebt gedaan: een korte samenvatting over de te lezen literatuur. Mailen aan Rob van Gerwen.
Mocht je een werkgroep missen, mail je reflectie dan z.s.m. naar je werkgroepleider.
Wie gemiste bijeenkomsten niet "compenseert", verspeelt het recht op herkansing.

Bij de toetsen worden alle behandelde teksten en onderwerpen bekend verondersteld.

Advies: We checken de samenvattingen maar op één criterium: "heeft de student zich met de voorgeschreven literatuur bezig gehouden?" Slechts weinig samenvattingen die ik langs deze route ontvang voldoen als samenvatting. (Dus denk niet, als je je voor een toets aan het voorbereiden bent: "Mijn samenvattingen zijn door de docent goed gekeurd". Dat zijn ze dus niet. De verantwoordelijkheid blijft altijd bij de student.

Voorgeschreven literatuur

Rob van Gerwen. Moderne filosofen over kunst. Uitg. Klement, 2016.

Aanbevolen literatuur (niet voorgeschreven)

Cahn, Steven M., and Aaron Meskin, eds. 2007. Aesthetics: A Comprehensive Anthology. Oxford: Blackwell.


Ga naar Blackboard voor meer informatie over de literatuur (zie link in menu boven, bij Extra-curriculair).

Inschrijving

De inschrijving voor deze cursus verloopt via Osiris.
Heb je problemen met inschrijving? Check het studiepunt. Je vindt hier ook de randvoorwaarden.
Studenten (HBO en WO) van buiten de Universiteit Utrecht kunnen wijsbegeerte vakken volgen. Voor inschrijving kan men bij de onderwijsadministratie een inschrijfformulier aanvragen. (E: Onderwijssecretariaat.gw@uu.nl Tel.: 030-2531831). Zie ook het studieprogramma van de minor Het Ware, het Schone en het Goede, in Osiris.

Locatie

Maandag

13.15-15.00 uur: hoorcollege

JansKerkhof 2-3, 021

15.15-17.00 uur: werkgroep

WG 1: Drift 25, 105
WG 2: Drift 25, 005

Donderdag

11.00-12.45: hoorcollege

Drift 25, 102

deadlines en data
Reflecties op de werkgroep Uitgeprint in tweevoud
Tussentoets Maandag 30 mei 2016
13.30-16.30 uur
Alle stof tot en met Hegel.
Educatorium, Gamma
Twee beste reflecties Maandag 23 mei 2016 en
maandag 20 juni 2016
Word.doc aangehecht aan een email aan de docent (geen pdf!!)
Eindtoets maandag 27 juni 2016
13.30-16.30 uur
Alle stof vanaf (en zonder) Hegel.
Drift 13, 004.
Herkansingen doncerdag 25 augustus, 11.00-13.00 uur Educatorium: Alfa
Regels
Onderwijsinstituut Faculteit Geesteswetenschappen, Wijsbegeerte
Studiepunten 7,5 ECTS
Code WY2V14017 (niveau 2)
Niveau 2
Ingangseisengeen
Periode 4 (V)
Voertaal Nederlands
Coördinator Dr. R.C.H.M. van Gerwen
Docent Dr. R.C.H.M. van Gerwen
Feedback Uitslagen en eventueel commentaar retour binnen 10 dagen bij toetsen en tijdig ingeleverde reflecties.
Bereikbaarheid Via e-mail
en deze website
Werkvormen Hoorcollege 2 x per week 2 uur
Werkcollege 1 x per week 2 uur
Toelichting Dagcollege.
Voorbereiding bijeenkomsten Studenten moeten elke bijeenkomst voorbereiden door studie van de te bespreken literatuur, en de werkgroepen door het schrijven van een reflectie (600 woorden) over de stof van de voorgaande week.
Bijdrage aan groepswerk Discussie over de reflecties van collega-studenten
Toetsen
tussentoets (30%), eindtoets (40%) en "actieve aanwezigheid" (is inclusief zes notities van max. 600 woorden, waarvan de twee beste beoordeeld worden) (30%)
Wat wordt er beoordeeld Kennis en begrip van de geschiedenis van de kunstfilosofie, en actuele filosofische kwesties met betrekking tot de kunsten.
Aspecten van academische vorming 1. Bestuderen en analyseren van informatie.
2. Schrijven (algemeen) - diverse typen teksten plannen, schrijven, herschrijven en afwerken.
3. Wetenschapsfilosofische context.
4. Synthetiseren en structureren van informatie.
Verplicht studiemateriaal


boek: Rob van Gerwen: Moderne filosofen over kunst, 2016. (Kosten: € 26,50, ong.)
Losse teksten worden via Blackboard aangeboden.


De bijeenkomsten

Week 1
Maandag 25 april 2016

Hoorcollege 1 Inleiding

  • Hoe zit deze cursus in elkaar? Welke regels gelden er?
  • Wat is filosofie? Wat zijn open en gesloten vragen?
  • Wat is geschiedenis van de filosofie en wat is ideeëngeschiedenis?
  • Wat is filosofie van de kunst? (Is het wel een zelfstandige filosofische discipline?)
  • Wat is schoonheid en hoe verhoudt ze zich tot kunst?
  • Wat is kunst?

Vragen en Posities

Waar bevinden zich esthetische waarden en eigenschappen? In het mooie object of in de aangename gewaarwording? (objectivisme versus subjectivisme)
Leveren kunstwerken ons (een speciaal soort) kennis? (cognitivisme)
Mag (en kan) kunst moreel beoordeeld worden? (autonomisme versus moralisme)
Is de vorm van de inhoud te scheiden? (formalisme vs. monisme)
Is het esthetische een onderdeel van het alledaagse, of hoort het in de musea thuis? (pragmatisme)
Is de ervaring van natuurschoonheid te vergelijken met die van een kunstwerk?

Transcendentale benadering: Wat zijn de mogelijkheidsvoorwaarden voor esthetische oordelen?
Empirisme: Zijn smaakoordelen een soort waarnemingen?
Rationalisme: Kunnen smaakoordelen bewezen worden?
Dialektiek: Hoe verhoudt de kijker zich tot het kunstwerk?
Fenomenologie: Hoe ervaart de kijker het kunstwerk?
Hermeneutiek: Hoe begrijpt de kijker het kunstwerk?
Kritische theorie: Hoe verandert het kunstwerk de samenleving?
Taalanalyse: Hoe moeten we de dingen begrijpen die we over kunst zeggen?

Waar we op college naar gaan kijken:

  • Late Show: discussie over esthetische kwaliteit


Vooraf lezen:

Rob van Gerwen, 2016. “I Schone kunst. ” In Moderne filosofen over kunst, 15–37. Kristeller, Paul Oskar. 2008. “The Modern System of the Arts.” In Aesthetics: A Comprehensive Anthology, edited by Steven M. Cahn and Aaron Meskin, 3–15. Oxford: Blackwell.
Donderdag 28 april 2016

Hoorcollege 2 Baumgarten: kunst als zintuiglijke kennis

Een mooi kunstwerk presenteert perfecte kennis van de zintuiglijke soort.
Of, zoals Baumgarten het zegt: "Het doel van de esthetica is de perfectie (vervolmaking) van de zintuiglijke kennis als zodanig. Daarmee is echter de schoonheid bedoeld." (Aesthetica, § 14).

Wat er op college besproken wordt
Alexander Gottlieb Baumgarten (1714-1762) rationalist, cognitivist vatte de esthetica op als een filosofische discipline die én over de zintuiglijkheid én over kunst gaat. De esthetica zit dus vanaf het begin op twee sporen. Volgens Baumgarten perfectioneert de kunstenaar zijn zintuiglijke waarneming (dankzij zijn 'analogon rationis') en presenteert grootse kunst perfecte zintuiglijke kennis. We zullen op college bespreken wat daar allemaal in vervat is: in het analogon rationis van de kunstenaar en in die perfecte kennis die in het kunstwerk zou zitten.
De disciplinekwestie: epistemologie vs. esthetica

Waar we op college naar gaan kijken:

  • Chantal Akerman: News from Home


Vooraf lezen:

Rob van Gerwen, 2016. “II Alexander Gottlieb Baumgarten.” In Moderne filosofen over kunst, 39–62.

Verdieping (facultatief).

Gottfried Wilhelm Leibniz: The Monadology online
Week 2
Maandag 2 mei 2016

Hoorcollege 3 Hume: over smaak valt best te twisten (of toch niet?)

"Strong sense, united to delicate sentiment, improved by practice, perfected by comparison, and cleared of all prejudice, can alone entitle critics to this valuable character; and the joint verdict of such, wherever they are to be found, is the true standard of taste and beauty."

Wat er op college besproken wordt
David Hume (1711-1776), empirist, subjectivist meende dat, ook al zijn we het er vaak over eens wat de meesterwerken zijn (zeker nadat ze de tand des tijds hebben doorstaan), iedereen toch zijn eigen beleving van kunstwerken heeft, vooral omdat niet iedereen even goed kijkt en er dezelfde soort kennis en vaardigheden bij gebruikt. Vanwaar die onbetwistbaarheid van de smaakoordelen, wat is de rol van de discussie die critici met hun tijdgenoten voeren, wat maakt de goede criticus uit? Hoe laat zich Hume's subjectivisme verdedigen?
De verhouding tussen onze waarneming en ons gevoel (het schoonheidssentiment):
primaire en secundaire kwaliteiten (Locke)
... en tertiaire (Scruton).
De waarheid van het smaakoordeel (Savile)

Waar we op college naar gaan kijken:

  • Luis Bunuel: Un Chien Andalou


Vooraf lezen:

Rob van Gerwen, 2016. “III. David Hume.” In Moderne filosofen over kunst, 63–92.

Verdieping (facultatief).

Hume, David. 1985. “Of the Standard of Taste.” In Essays Moral Political and Literary, 226–250. Indianapolis: Liberty Fund, al. 15 e.v.: de vergelijking met de wijnproevers. Edmund Burke: A Philosophical Inquiry into the origin of our ideas of The Sublime and Beautiful here
Donderdag 5 mei 2016 Bevrijdingsdag

Geen colleges

Week 3
Maandag 9 mei 2016

Hoorcollege 4 Kant over het (zuivere) smaakoordeel

Als iets mooi is, bezorgt het ons een vrij spel der kenvermogens. De autonomie van het esthetische ervaringsdomein.

Wat er op college besproken wordt
Immanuel Kant (1724-1804), transcendentaal subjectivist: om iets (wat dan ook) terecht mooi te vinden moet men van goede huize komen: men moet ervoor abstraheren van zijn (morele en esthetische) waarden, zijn kennis, concepten in het algemeen, zintuiglijke prikkelingen, belangen en doelen, en moet zich in volle vrijheid op de formele eigenschappen van het object concentreren.
De disciplinekwestie: epistemologie vs. esthetica; theorie van de zintuiglijkheid; rol van de verbeelding in het kennen.
Schijn van een formalisme

Waar we op college naar gaan kijken:

  • J.S. Bach: Golberg Variationen [Gould, Schiff of Leonardt: gaat het om de tonen of de formele structuur]


Vooraf lezen:

Rob van Gerwen, 2016. “IV. Immanuel Kant over schoonheid.” In Moderne filosofen over kunst, 93–116.

Verdieping (facultatief).

Gerwen, Rob van. 1999. “Kant on What Pleases Directly in the Senses.” Issues in Contemporary Culture and Aesthetics 9:71–83. enlisted only
Donderdag 12 mei 2016

Hoorcollege 5 Kants kunstfilosofie

Ook schone kunst is doelmatig zonder (extern) doel. Het schoonheidsideaal treedt daar op waar een wezen zijn bestemming van binnenuit zelf voortbrengt, d.w.z. alleen bij de (morele) mens.

Wat er op college besproken wordt
Kant over kunst (expressivisme en een ethisch soort autonomisme): Omdat kunst altijd bedoeld is, ontkom je er niet aan haar onzuiver te beoordelen. Men hoeft over kunst ook niet zuiver te kunnen oordelen. Kunst raakt onze ziel, ons moreel innerlijk. En ideale schoonheid is alleen daar waar zo'n moreel innerlijk wordt uitgedrukt.
De hiërarchie der kunsten.

Waar we op college naar gaan kijken:

Potemkin

Pantserkruiser Potemkin. (trappenscène)

Sergei Eisenstein.


Vooraf lezen:

Rob van Gerwen, 2016. “V. Immanuel Kant over kunst.” In Moderne filosofen over kunst, 117–145.

Verdieping (facultatief).

Gerwen, Rob van. 2001. “On Exemplary Art as the Symbol of Morality. Making Sense of Kant’s Ideal of Beauty.” In Kant und die Berliner Aufklärung. Akten des IX. Kant Kongresses, Volume 3, 553–62. Berlin, New York: Walter de Gruyter. enlisted only Kant, Immanuel. 2008. “Critique of Judgment.” In Aesthetics: A Comprehensive Anthology, edited by Steven M. Cahn and Aaron Meskin, 146–56. Oxford: Blackwell. I. Kant: Kritik der Urteilskraft, § 17 "Vom Ideale der Schönheit" (English tr. J.C. Meredith)
Week 4
Maandag 16 mei 2016 (Pinksteren)

Geen colleges

Donderdag 19 mei 2016

Hoorcollege 6 Hegel: kunst en de geest

De filosofie is zo ver ontwikkeld dat kunst van haar taak (van weergave van zelfbewustzijn van de geest) verlost is: "het einde van kunst".

Wat er op college besproken wordt
Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831), dialektiek, monisme: in een schoon kunstwerk zijn het materiaal en de geest (Geist) onlosmakelijk.
De geschiedenis is een opeenvolging van perioden waarin kunst, religie en filosofie erom strijden wie het beste soort zelfbewustzijn van de geest voortbrengt.
In de geschiedenis van de kunst van de Egyptenaren, via de klassieke Grieken, naar de 'hedendaagse' Romantische kunsten is te zien hoe kunst langzaam maar zeker overbodig wordt.
Het einde van de kunst
De disciplinekwestie: epistemologie vs. esthetica; filosofie vs. kunst.


Vooraf lezen:

Rob van Gerwen, 2016. “VI. G.W.F. Hegel.” In Moderne filosofen over kunst, 147–176.

Verdieping (facultatief).

Gerwen, Rob van. 2000. “Hegel’s Dialectics was Geared to Art. He Had No Business ‘Ending’ It.” In Hegels Ästhetik. Die Kunst der Politik–Die Politik der Kunst, edited by Karol Bal Andreas Arndt and Henning Ottmann, Volume 2000, 68–74. Berlin: Akademie Verlag. »  Hegel Geared To Art (134K)
Week 5
Maandag 23 mei 2016

David Hockney: Secret Knowledge

Wat er op college besproken wordt. Hoe krijg je grip op de kunstgeschiedenis? Hockney probeert het door goed naar schilderijen te kijken. Hoe werkt dat, welke wetenschappelijke status heeft het?

We kijken op college naar de film en discussiëren daarna plenair. Vorm ter voorbereiding op de bijeenkomst van vandaag een mening over "The Hockney-Falco Thesis" dat bepaalde ontwikkelingen in de kunstgeschiedenis het gevolg zijn van het gebruik van lenzen en spiegels door schilders.
Zoek hiervoor materiaal, en vooral argumenten op het internet. We bespreken je visie nadat we de film bekeken hebben. Neem niet alleen het geschreeuw over dat je op internet aantreft, maar verdiep je in de argumenten. Bereid je hier zo op voor dat je hierover een presentatie zou kunnen geven (en houd je gereed om dat te doen, mocht dat gevraagd worden).

  • David Hockney: Secret Knowledge. [duur: 70 minuten; in 2 delen op Youtube]
    BBC-documentaire n.a.v. zijn boek: Secret Knowledge: Rediscovering the Techniques of the Old Masters (2001).
Leeswerk:
David Hockney and Falco: "The Hockney-Falco Thesis"
Diverse teksten waarin de hypothese besproken, aangevuld en bekritiseerd wordt: Art & Optics.
Donderdag 26 mei 2016

Geen college. Bereid je voor op de tussentoets

Week 5
Maandag 30 mei 2016
13.30-16.30 uur

Tussentoets

Alle stof tot en met Hegel.
Educatorium, Gamma

Alle stof tot en met Hegel.


Donderdag 2 juni 2016

Hoorcollege 7 Schopenhauer: jezelf vergeten in kunst

De muziek verlost ons van het lijden aan de wereld. Kunst maakt het leven draaglijk.

Wat er op college besproken wordt
Volgens Arthur Schopenhauer (1788-1860) kennen we de wereld altijd alleen als Vorstellung, maar nooit zoals ze in zichzelf is. En de wereld 'als Vorstellung' kennen, betekent dat ze zich altijd altijd al geschikt heeft naar de vormen en categorieën van onze kenvermogens (dat had Kant goed gezien). Wat we dan kennen is altijd al geïndividueerd, en daarmee begint ons lijden: want individuen zitten elkaar onherroepelijk in de weg. We kunnen alleen ontkomen aan dit lijden aan de werkelijkheid wanneer we ophouden de wereld als kenner tegemoet te treden. Dat kan bijvoorbeeld door ons exclusief op de algemene vormen van de dingen te richten (dat had Plato goed gezien). Echter helemaal los van de principia individuationis komen we daarmee niet.
Echt in contact met de wereld zoals ze in zichzelf is, de wereld als wil, als blinde streving, komen we via meditatie, of, tijdelijk: via kunst.
Via kunst komen we in contact met de Platoonse idee achter het een of ander en zolang we in het werk opgaan, zolang zijn ze we van onze eigen individualiteit verlost. Niet alle kunsten zijn hier even goed in. De tragedie doet het beter dan de schilderkunst, maar het allerbeste doet de muziek het: die is pure verklanking van strevingen en wederstrevingen.


Vooraf lezen:

Rob van Gerwen, 2016. “VII. Arthur Schopenhauer.” In Moderne filosofen over kunst, 177–199.
 

Verdieping (facultatief).

Nietzsche, Friedrich: Götzendämmerung: "Wie die "wahre Welt" endlich zur Fabel wurde."
Week 6
Maandag 6 juni 2016

Hoorcollege 8 Ingarden, de fenomenologie van de esthetische houding

Een goed kunstwerk drukt de metafysische waarden van het leven uit. (Een eerste expressie-theorie van kunst?)

Wat er op college besproken wordt
Roman Ingarden (1893-1970), fenomenoloog, subjectivistisch cognitivisme: de esthetische ervaring van kunst houdt een breuk met de alledaagse ervaring in die zijn weerga niet kent. In een esthetische ervaring staat het esthetische object centraal: esthetische waarden.
Ingarden onderscheidt tussen materiële objecten (1) (het schilderij aan de muur, met die en die meetbare eigenschappen (omvang, gewicht)), kunstwerken (2), potentiële objecten met lacunes die nog ingevuld moeten worden; die pas als ze in de esthetische ervaring van de beschouwer tot een samenhangend esthetisch object (3) leiden, zich als kunst realiseren.
Kunstwerken kunnen op vele momenten (en manieren) zo'n esthetische ervaring verknoeien en een negatief eindoordeel over hun artistieke waarde 'verdienen'. Is een kunstwerk geslaagd, en een ervaring tot het einde toe volvoerd, dan beleven we een Gestalt kwaliteit, die ons metafysische waarden van het leven bijbrengt.

Het geslaagde kunstwerk is dus de expressie van iets niet-materieels.

Waar we op college naar gaan kijken:

  • Robert Bresson: L'argent
  • Sir Lawrence Gowning: Cézanne


Vooraf lezen:

Rob van Gerwen, 2016. “VIII. Roman Ingarden.” In Moderne filosofen over kunst, 201–222.
donderdag 9 juni 2016

Hoorcollege 9 Gadamer.

Het begrijpen van de mens vangt aan met de kunst.

Wat er op college besproken wordt
Hans-Georg Gadamer (1900-2001), hermeneuticus, cognitivist: Het grootste probleem waarvoor de mens gesteld is, is de ander te begrijpen. Dit is nergens prangender dan bij mensen uit andere tijden en culturen. Hoe kunnen wij weten wat zij ervaren (hebben)? Hoewel dit een historisch dan wel antroplogisch probleem is, vormt kunst er een primaire oplossing voor. Een kunstwerk wordt namelijk door iedereen gelijktijdig ervaren.

Waar we op college naar gaan kijken:

  • Peter Greenaway: TV-Dante (en interpretatie)


Vooraf lezen:

Rob van Gerwen, 2016. “IX. Hans-Georg Gadamer.” In Moderne filosofen over kunst, 223–246.

Verdieping (facultatief).

Gerwen, Rob van. 2001. “Gadamer over gelijktijdigheid.” Feit & fictie V:120–28. (zie Blackboard). Heidegger, Martin. 2008. “The Origin of the Work of Art.” In Aesthetics: A Comprehensive Anthology, edited by Steven M. Cahn and Aaron Meskin, 344–57. Oxford: Blackwell.
Week 7
maandag 13 juni 2016

Hoorcollege 10 Adorno: Kunst als het schijnen der waarheid

"Zur Selbstverständlichkeit wurde, daß nichts, was die Kunst betrifft, mehr selbstverständlich ist, weder in ihr noch in ihrem Verhältnis zum Ganzen, nicht einmal ihr Existenzrecht." Ästhetische Theorie, 9.

Wat er op college besproken wordt
Theodor Wiesengrund Adorno (1903-1969), Kritische Theorie, negatieve dialektiek, particularist: Denken volgens de gebruikelijke categorieën is identificeren, een identiteit geven, identiek maken. Niet alleen stelt zulk denken ons in staat de wereld, de natuur en onszelf te beheersen; het negeert ook de particulariteit van het eenmalige.
Kunst kan ons tijdelijk van die onderdrukking redden, ze kan de waarheid doen oplichten. Om geen identificerende afbeelding te produceren, zoals we die van de televisie en de reclame kennen, maar een waar beeld, moet een kunstwerk gemaakt zijn volgens de verst gevorderde technieken en met hedendaagse materialen.

Waar we op college naar gaan kijken:

  • Stephen Spielberg: Schindler's list
  • Claude Lanzmann: Shoah


Vooraf lezen:

Rob van Gerwen, 2016. “X. Theodor W. Adorno.” In Moderne filosofen over kunst, 247–273.

Verdieping (facultatief).

Claude Lanzmann: "Schindler's List is een onmogelijk verhaal" enlisted only
Discussie over Lanzmann's artikel ['work in progress'; voel je vooral uitgenodigd tot commentaar].
Donderdag 16 juni 2016

Hoorcollege 11 Wat is kunst?

Hoe begint een nieuwe kunstvorm zoals de installatie?

Wat er op college besproken wordt
Bestaat er volkomen nieuwe kunst: kunst die in niets op eerdere kunst lijkt? Hoe kan dat dan 'kunst' zijn? Wie beslist erover (een sociologische aanpak?), met welke argumenten (een esthetische aanpak?)?
Installaties zijn een recente kunstvorm. Ze zijn anders dan alle bestaande kunstvormen, maar lijken daar ook op. Hoe zijn ze ontstaan? Wanneer en waarom hebben we ze als kunst erkend?
Een frisse vergelijking is die met sculptuur: ook om een installatie kan men heenlopen, en ook de installatie bevindt zich nadrukkelijk in de ruimte van de beschouwer: net als bij sculptuur is er niet per se een elders.

We zullen kijken of deze vergelijking stand houdt of dat de installatie beter vanuit de abstracte kunst begrepen kan worden: als de opheffing daarvan.

Klik voor Relationele kunst.

Waar we op college naar gaan kijken:

  • "The Kostabi Connection"


Vooraf lezen:

Weitz, Morris. 2008. “The Role of Theory in Aesthetics.” In Aesthetics: A Comprehensive Anthology, edited by Steven M. Cahn and Aaron Meskin, 409–16. Oxford: Blackwell.


Verdieping (facultatief):

Gaut, Berys. 2000. ““Art” as a Cluster Concept.” In Theories of Art Today, edited by Noëll Carroll, 25–44. Madison: University of Wisconsin Press. Levinson, Jerrold. 1990. “Defining Art Historically.” In Music, Art & Metaphysics, 3–25. Ithaca, N.Y.: Cornell University Press.

Marcia Eaton's definities van esthetische eigenschappen

  • An aesthetic response is a response to aesthetic properties of an object or event, that is, to intrinsic properties considered worthy of attention (perception or reflection) within a particular culture. [Merit, p. 10]
  • A is an aesthetic property of O (an object or event) if and only if A is an intrinsic property of O and A is culturally identified as a property worthy of attention (i.e., of perception and reflection). [p. 11]
  • F is an intrinsic property of O if and only if direct inspection of O is a necessary condition for verifying the claim that O is F. [p. 11]


Eaton refers to what Wollheim has called the Principle of Acquaintance: "One must perceive the work for oneself." [p. 11] Kant has made the same argument, in fact it is held by most aestheticians. It has great intuitive force, does it not, to respond to someone who tells you that some particular concert or painting is a masterwork: "I am sure you know what you are talking about, but I'll have to see for myself". Yet, how do we argue for it?
Eaton's argument is: aesthetic properties are intrinsic and, therefore one must be present to them to judge their presence and nature.
Is this satisfactory? Surely the cold of the Arctic regions is an intrinsic property, but it is okay for me to claim that it is cold at the North Pole, is it not? Unlike my claiming to know that some work is a masterpiece on the basis of hear-say.

Week 8
maandag 20 juni 2016

Hoorcollege 12
De rechtvaardiging van smaakoordelen

Er bestaan normen voor de correctheid van smaakoordelen

Wat er op college besproken wordt
Hoe rechtvaardigen wij onze kritische oordelen? Verschuilen we ons achter onze eigen smaak of zijn er criteria in het geding? Volgens Walton maakt het veel uit onder welke categorieën we een kunstwerk beoordelen en kun je het inderdaad verkeerd hebben.

Vooraf lezen:

Walton, Kendall. 2008. “Categories of Art.” In Aesthetics: A Comprehensive Anthology, edited by Steven M. Cahn and Aaron Meskin, 521–37. Oxford: Blackwell.


Verdieping (facultatief):

Maes, Hans. 2008. “Esthetica en Theorievorming: Interview met Kendall Walton.” Esthetica: Tijdschrift voor Kunst en Filosofie. online (Goede inleiding in werk van Walton).
Donderdag 23 juni 2016

Geen college. Bereid je voor op de tussentoets

Week 10
maandag 27 juni 2016
13.30-16.30 uur

Eindtoets

Alle stof vanaf (en zonder) Hegel.
Drift 13, 004.