Utrecht University            

Rob van Gerwen's | Welcome | Teaching | Research | Contact | Weblog | Sitemap | Consilium Philosophicum

Courses | Index | Guest lectures | Inleiding kunstfilosofie (UU) | Kunst en het kwaad (UU) | Wetenschapsfilosofie in contex (UU) | HUM291 Reason, Truth and Beauty (UCU)
Extra-curricular Blackboard | UCU-Workspace | Tutoraat | Academische Master | Scripties | Leeronderzoek esthetica | Mind and Art | Art and morality | Capita Selecta Aesthetics

Rob van Gerwen

14 November 2016: 13:06

Home  blog Begrippen Blackboard

Perspectieven op praktijk (en retorica)

WR1D16001
periode 2, 2016-17, deeltijd

dr. Rob van Gerwen

Inhoudsopgave (regels en opzet van de cursus)

| inhoud | leerdoelen | vooraf | inschrijving | literatuur | deadlines | locatie | bijeenkomsten |

Hoeveel praktijken zijn er wel niet?

Volgens praktijktheorieën is "praktijk" een belangrijk begrip om inzicht te krijgen in de wereld en in onszelf. Een praktijk is een samenhangend geheel van (menselijke!) handelingen die gestuurd worden door regels, waarden en verwachtingen. Praktijken onderhouden een gespannen relatie met instituties: soms worden de regels door de instituties aangeleverd, soms van onderop door degenen die aan de praktijk deelnemen. Het belang van waarden, regels en verwachtingen in menselijk gedrag is onderwerp van verschillende deelgebieden van de filosofie, met name de praktische filosofie (ethiek, wijsgerige antropologie, esthetica en politieke filosofie).
De manier waarop deelnemers aan een praktijk onderling de regels en waarden beheren, kunnen we ook met de retorica onderzoeken, en de retorica is zelf ook een voorbeeld van een praktijk. Daar gaan we ruimschoots op in.
Praktijken verhouden zich ook tot elkaar: sommige sluiten elkaar aan, sommige sluiten andere praktijken in. We zullen als centrale casus naar de kunstpraktijk kijken en daarbij zullen we zien hoe de praktijkbenadering ons helpt bij definitie-kwesties. "Kunst" is namelijk notoir moeilijk te definiëren. Alleen de praktijkbenadering lijkt ons hierbij te helpen. Andere vragen die vruchtbaar begrepen kunnen worden vanuit de benadering van kunst als een praktijk zijn: Hoe kan kunst in de publieke ruimte (immers een andere praktijk met andere regels) begrepen worden, en Kunnen propaganda en pornografie kunst zijn? Praktijken vormen dus soms een ingang voor heikele filosofische definitie-kwesties.

Argument

Retorica

Iets duidelijk maken in de context van een praktijk.

Leerdoelen

Studenten krijgen inzicht in filosofische theorieën over praktijken en retorica. Ze kunnen praktijken onderscheiden en filosofische problemen onderzoeken en analyseren vanuit het perspectief van praktijken en retorica.

Bijeenkomsten

In de hoorcolleges komt de argumentatie van de voorgeschreven literatuur aan de orde, alsook de relevantie daarvan voor de filosofische benadering van praktijken. Actieve aanwezigheid is verplicht en telt voor 15% in het eindcijfer.

Toetsing

* De toetsing voor deze cursus bestaat uit twee papers van 1500 woorden (2x25%), over onderwerpen die voorafgaand behandeld zijn; en een grotere eindpaper, die meer synthetiserend is, van 2000 woorden (35%).
* De papers lever je digitaal in (zie deadlines).
* Eventuele veranderingen deel ik mee via Blackboard.

De woord-limiet is van groot belang. Bij afwijking gelden kortingen:
meer dan 100 woorden teveel/te weinig: 0.95% x cijfer
meer dan 200 woorden teveel/te weinig: 0.90% x cijfer
meer dan 400 woorden teveel/te weinig: 0.85% x cijfer
meer dan 800 woorden teveel/te weinig: 0.80% x cijfer

De papers dienen per email ingeleverd te worden, in een Word-doc, aangehecht aan de mail.

Hoe papers in te leveren?

Lever je schrijfwerk in in een word-file (geen pdf) aangehecht aan een e-mail.
Mail je twee papers aan de coördinator van de cursus, Rob.

Volg alsjeblieft deze conventie:
1. In de tekst zet je duidelijk naam en student-nummer bovenaan.
2. Noem de file zo:
Of (als je een paper indient):
Achternaam paper1 Praktijk.docx
Plaats geen punten of komma's in de file-naam, behalve de ene punt voor .doc of .docx

[Dit is om te voorkomen dat ik op de deadline 130 teksten ontvang met de naam "paper1.doc", "paper.docx", enz. (Geeft me veel onnodig werk te doen.)]

Schrijven van de papers.
In de paper begin je met een probleemstelling (doorgaans uit de literatuur gehaald), een these daarover en een strategie: hoe denk je over het probleem; welke oplossing sta je voor? Geef duidelijke argumenten voor je overwegingen.
In deze korte papers bespreken studenten een filosofische kwestie die aansluit bij een van de theorieën die in de colleges aan de orde zijn geweest. Je kunt je vrij laten leiden door de onderwerpen die besproken zijn; je kunt je hierbij laten inspireren door dit soort deelvragen (je hoeft ze niet expliciet te beantwoorden!):

  1. Wat kunnen wij van (een van) de besproken theorieën leren?
  2. Welke nieuwe filosofische inzichten zitten erin?
  3. Hoe verhoudt de centrale these zich tot die van andere posities?
  4. Als je de centrale stellingen van de tekst zou aanvaarden, wat zou dat dan voor implicaties voor jouw visie moeten hebben?

Vooral de laatste vraag geeft een goede indicatie van wat er van een reflectie verwacht wordt: een filosofisch inzicht.

Aanwezigheidsplicht Om ervoor te zorgen dat iedereen in de zaal over dezelfde achtergrondkennis beschikt, geldt voor deze cursus een aanwezigheidsplicht. Mocht je onverhoopt een hoorcollege moeten missen, mail dan uiterlijk twee dagen later het bewijs dat je het ervoor gevraagde werk wel hebt gedaan: een korte samenvatting over de te lezen literatuur. Mailen aan de cursus-coördinator: Rob van Gerwen.
Wie gemiste hoorcolleges niet "compenseert", verspeelt het automatische recht op herkansing.

Bij de toetsen worden alle tot dan behandelde teksten en onderwerpen bekend verondersteld, maar de nadruk bij de eindtoets ligt op de stof sinds de tussentoets.

Voorgeschreven literatuur

Losse artikelen, aangeleverd via Blackboard (zie menu boven, bij Extra-curriculair).

Inschrijving

De inschrijving voor deze cursus verloopt via Osiris.
Heb je problemen met inschrijving? Check het studiepunt. Je vindt hier ook de randvoorwaarden.
Studenten (HBO en WO) van buiten de Universiteit Utrecht kunnen F&R vakken volgen. Voor inschrijving kan men bij de onderwijsadministratie een inschrijfformulier aanvragen. (E: Onderwijssecretariaat.gw@uu.nl Tel.: 030-2531831).

thumb

Is Facebook een praktijk?

...

Locatie

Donderdag

19.15-22.00: hoorcollege

Drift 25, zaal 2.01

Deadlines en speciale data
Papers inzenden als Word.doc (of .docx) aangehecht aan een email aan de docent (geen pdf!!)
Twee papers Nieuw: Donderdag 15 december 2016 en
Nieuw: Donderdag 12 januari 2017
Ieder 1500 woorden
Eindpaper donderdag 26 januari 2017 2000 woorden

De bijeenkomsten

Week 1
Donderdag 17 november 2016

Geen college

Vandaag geen college, docent is op congres in Seattle.
Gebruik je tijd om naar de film Locke (2013) te kijken.

Week 2
Donderdag 24 november 2016

Hoorcollege 1 Inleiding en Praktijk definiëren. Wittgenstein en Bourdieu.

``Practice has a logic which is not that of the logician. This has to be acknowledged in order to avoid asking of it more logic than it can give, thereby condemning oneself either to wring incoherences out of it or to thrust a forced coherence upon it.'' (p. 86), P. Bourdieu.

Wat er op college besproken wordt
Hoe gaan we in deze cursus te werk? Wat is filosofie? Wat zijn open en gesloten vragen? Hoe wordt er over praktijken gedacht? Wat is een praktijk? Zonder toewijding geen praktijk, maar is georganiseerde toewijding voldoende om van een praktijk te spreken? Kun je toegewijd zijn aan een immorele praktijk, ofwel: hoe verhouden praktijken zich tot de moraal? En hoe verhouden ze zich tot instituties en de wet?
Wat zijn de thema's? Vandaag: een overzicht. De verdiensten van de pragmatische benadering.
Theorie versus praktijk; een kort historisch overzicht; Karl Marx, Martin Heidegger, en Wittgenstein over taalspelen.

``Als je bij een vreemde stam kwam waarvan je de taal helemaal niet kende, en je wilde weten welke woorden correspondeerden met `goed', `fijn', etc., waar zou je dan naar zoeken? Je zou zoeken naar glimlachen, gebaren, voedsel, speelgoed.'', Wittgenstein, 2:6)

Een werkdefinitie van praktijk zou moeten verwijzen naar Wittgensteins notie van het taalspel. Daarnaast naar complexe interne feed-back mechanismen tussen centrale objecten, doelen, intenties, ervaringen, instituties en handelingen. Kunnen praktijken praktijken uit- of insluiten? Waar ligt de grens tussen de ene en de andere praktijk?

Hoe werkt een praktijk van binnen? Hoe worden impliciete regels gehandhaafd? Wat is de logica van praktijken?


Vooraf lezen:

Bourdieu, Pierre. 1990. "The Logic of Practice", Chapter 5 of The Logic of Practice, 80–97. Translated by Richard Nice. Polity Press.
Ludwig Wittgenstein. 1992. Filosofische onderzoekingen (1953). Vert. door Maarten Derksen en Sybe Terwee. Amsterdam: Boom, pp. 13-29.


Verdieping (facultatief):

Nicolini, Davide. 2012. Chapter "Praxis and Practice Theory: A Brief Historical Overview" in Practice Theory, Work, and Organization. An Introduction, 23–43. Oxford: Oxford University Press. Ludwig Wittgenstein. 1938–1946. Lectures & Conversations on Aesthetics, Psychology and Religious Belief. Berkeley and Los Angeles: University of California Press.
Bernard Williams. 1985. Ethics and the Limits of Philosophy. London: Fontana Press.
Week 3
Donderdag 1 december 2016

Hoorcollege 2 Rituelen en normativiteit.

'Jij geeft om het schaap. Ik geef om de ceremonie.' Confucius...

Wat er op college besproken wordt
De zedelijkheid (ethiek) die bij een groep van kracht is, geldt locaal en veronderstelt volgens Margalit herinneringen aan belangrijke kwesties de groep aangedaan. De moraal geldt daarentegen voor alle mensen, en is het product van een universeel gedachte redelijkheid. Kan een universele moraal een praktijk zijn? Wat zijn de verschillen tussen ethiek en moraal?

"In het derde boek van de Analects van Confucius lezen we hoe de Meester een terugkeer naar de zuiverheid en oprechtheid van de oude ceremonies bepleit. Hij betreurt bijgeloof en het louter uitwendige gehoorzamen aan vormen. Dan vraagt Tzu-kung, een van zijn leerlingen over de maandelijkse ceremonie waarbij de nieuwe maan door de voorouders wordt aangekondigd. Zou het niet beter zijn, vraagt hij, als de praktijk van het offeren van een schaap gestopt werd? Confucius wijst hem zacht terecht. Hij noemt hem bij zijn roepnaam. 'Ssu', zegt hij, 'Jij geeft om het schaap. Ik geef om de ceremonie.'"
Wat is de waarde van ceremonies (ook de ogenschijnlijk zinloze) voor de gemeenschap die ze uitvoert? Zijn er normen van correctheid voor die uitvoering? Is er een analogie met de kunstpraktijk?


Vooraf lezen:

Avishai Margalit. 2002. "Past Continuous" in The Ethics of Memory, 48–83. Cambridge, Mass., London: Harvard University Press.
Richard Wollheim. 1993. “The Sheep and the Ceremony.” In The Mind and its Depths, 1–21. Cambridge (Mass.), London (England): Harvard University Press.
Hollis, Martin. 1968. “Reason and ritual.” Philosophy 43 (165): 231–247.


Verdieping (facultatief):

Frits Staal. 1986. Hoofdstuk “De zinloosheid van het ritueel” in Over zin en onzin in filosofie, religie en wetenschap, 295–321. Amsterdam: Meulenhoff.
Week 4
Donderdag 8 december 2016

Hoorcollege 3 Kunst, een autonome praktijk, in de publieke ruimte?

"Het woord `kunst' en al zijn verwanten worden geleerd in verband met leren hoe te kijken, lezen en luisteren—in een woord, samen met de ontwikkeling van esthetische gevoeligheid en waardering—en het zijn de vele facetten van deze activiteiten die het woord zijn vele gebruiken geven."
Benjamin Tilghman, But is it Art?, p. 67

Kunst is notoir lastig te definiëren: wat hebben schilderkunst, literatuur, muziek, dans, film en performance-kunst met elkaar gemeen? Bij alles wat is voorgesteld, blijkt dat er dingen en gebeurtenissen die evident kunst zijn door worden uitgesloten en dat dingen die zeker geen kunst zijn worden ingesloten. Is er sprake van een familiegelijkenis, zoals Wittgenstein misschien zou voorstellen? We bespreken de poging om kunst circulair te definiëren als een praktijk, waarin alle onderdelen, handelingen, instituties en producten intern op elkaar betrokken zijn.

Kunst in de publieke ruimte, gelden daar andere criteria voor? Mag daar alles wat in de musea mag? Een publiek kunstwerk ontleent zijn betekenis vaak voor een deel aan zijn omgeving, het is "site-specific". Dus het valt te verwachten dat een publiek kunstwerk zijn publiek roert (in positieve of negatieve zin, zoals we dat van kunst gewend zijn). Ben je dan niet heel klein-burgerlijk als je bezwaar maakt tegen een bepaald publiek kunstwerk? (Mag men eisen dat mensen niet "klein-burgerlijk" zijn?)

Vooraf lezen:

Kelly, Michael. 1996. “Public art controversy.” Journal of Aesthetics and Art Criticism 54:1, 15–22.
Hein, Hilde. 1996. “What is Public Art? Place, time and meaning.” Journal of Aesthetics and Art Criticism 54:1, 1–7.
Gregg M. Horowitz. 1996. “Public Art/Public Space: The Spectacle of the Tilted Arc Controversy.” Journal of Aesthetics and Art Criticism 54:1, 8–14.
Richard Serra: Tilted Arc

Richard Serra: Tilted Arc.

March 11 1989, a 12-foot-high, curving, inclined wall of corten steel in Federal Plaza, New York.


Verder lezen? (Geen toetsstof)

Danto, Arthur C. 1987. “Tilted Arc and Public Art.” In The State of the Art, 90–95. New York: Prentice Hall Press.
Rob van Gerwen. 2004. “Ethical Autonomism. The Work of Art as a Moral Agent.” Contemporary Aesthetics, vol. 2.
Rob van Gerwen. 2015. “Artists' Experiments and Our Issues with Them. Toward a Layered Definition of Art Practice” Estetika: The Central European Journal of Aesthetics (New Series) (ms).
Week 5
Donderdag 15 december 2016

Hoorcollege 4 Dialektiek en retorica.

...Truth springs from argument amongst friends.David Hume...

Wanneer is een bewering een argument; wat is argumentatie? Verschillen argumentatieleer (informele logica) en logica. Hoe expliciet moet een argument zijn om er een te zijn?
Hoe stel je vast wat iemand bedoelt als hij het niet letterlijk gezegd heeft? Welke rol speelt het publiek en de context van een gesprek/speech?

David: De dood van Socrates

De dood van Socrates

Jacques-Louis David.

Sofisten waren rondreizende leraren die tegen betaling argumentatie doceren aan politici, juristen, rijken. Plato verzette zich hiertegen en stelde de dialektiek voor als een waardevrije zoektocht naar definities en waarheid. Inleiding op Plato's Apologie, waarin je kunt lezen hoe Socrates zich (niet) verdedigt bij zijn veroordeling tot de gifbeker voor het bederven van de jeugd: een dialektisch denkende sofist die zich niet laat betalen om te voorkomen dat hij zijn broodheren naar de mond gaat praten.

Aristoteles over argumenten en enthymemen (Hoofdstuk uit Rhetorica); zijn onderscheid tussen logos, ethos en pathos.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Frogel, Shai. 2009. “Who is the Addressee of Philosophical Argumentation?” Argumentation 23:397–408.
Haarscher, Guy. 2009. “Perelman’s Pseudo-Argument as Applied to the Creationism Controversy.” Argumentation 23:361–373.
Marc Huys: "Bill Clinton, Monica Lewinsky en de Rhetorica van Aristoteles", Kleio 29 (2000), p. 110-134. Hier gereproduceerd met vriendelijke toestemming van de auteur.
Bill Clinton: de Monica Lewinski-affaire (17 augustus 1998)

Verder lezen?

Amossy, Ruth. 2009. “The New Rhetorics Inheritance. Argumentation and Discourse Analysis.” Argumentation 23:313–324.
Aristoteles Rhetorica (online, selectie) Diagonaal lezen
Plato's Apologie (online)
Week 6
Donderdag 22 december 2016

Hoorcollege 5 Drogredenen

Drogredenen en Pseudo-redenering; tegen de achtergrond van Aristoteles' De Sophisticis elenchis.
De 'standaardbenadering' en voorbeelden.

De nieuwe retorica van Perelman en Olbrechts-Tyteca: het slagen van een voordracht hangt af van de aard van het publiek. De pragmadialectiek claimt de verschillende drogredenen in kaart te kunnen brengen en uit te kunnen elggen wat er precies fout mee is.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Erik Krabbe: “Wat is eigenlijk een Drogreden?” Groningen, 1996. http://irs.ub.rug.nl/ppn/162100434 (Blackboard) Van Eemeren. "Pragmadialektiek" (incl. 10 geboden). van Eeemeren, Frans H., Rob Grootendorst, and Francisca Snoeck Henkemans, eds. 1997. Handboek Argumentatietheorie. Groningen: Martinus Nijhoff. 10.1 tm. 10.4 (Blackboard)

Verder lezen?

Aristoteles' De Sophisticis elenchis online Leff, Michael. 2009. “Perelman, ad Hominem Argument, and Rhetorical Ethos.” Argumentation 23:301–311.

Analogies (witches burn because they are made of wood, which we know because they float just as ducks do, and must therefore be as light as ducks: wieghin them establishes that they are witches. Monty Python and the holy grail.)
Michael Gilbert, Prolegomena, re emotioneel argumenteren;
Poppers falsificatie-criterium als betekenisgarantie--no-true briton move voorlezen

Week 7 en 8
Maandag 26 december 2016
tot en met
Donderdag 5 januari 2017

Kerstvakantie, geen colleges

Gebruik je tijd om aan je papers te schrijven, en je alvast voor te bereiden op de eindpaper, en, oh ja, dat ook: om uit te rusten!


Week 9
Donderdag 12 januari 2017

Hoorcollege 6 Visuele argumentatie

Roland Barthes zei ooit dat taal fictioneel is en hij bedoelde dat taal niet in staat is, zoals een foto dat kan, om te bewijzen dat de werkelijkheid waar hij over gaat ook echt bestaat, of bestaan heeft. Kan taal zijn waarheid bewijzen of is alle taal fictioneel? Dat roept belangrijke nieuwe vragen op: Wat zijn de verschillen tussen taal en afbeelding? En: kunnen we (in bepaalde gevallen) in een afbeelding een argumentatie identificeren, en hoe dan wel? Zijn er visuele analogen voor premissen en conclusies? Zo'n technische analyse van visuele argumentatie moge moeilijk zijn, toch lijkt iedereen wel te begrijpen dat, bij voorbeeld in reclames, met plaatjes soms geargumenteerd wordt. Hoe zit het?

Verplichte literatuur (lees vóór bijeenkomst)

Alcolea-Banegas, Jesús. 2009. “Visual Arguments in Film.” Argumentation 23:259–275.
J. Anthony Blair. “The possibility and actuality of visual arguments.” Argumentation and Advocacy, 33(1):23–39, 1996.


Beelden die niet argumenteren:

Nice Day for a Picnic from Monica Gallab on Vimeo.

Verder lezen?

Birdsell, David S., and Leo Groarke. 1996. “Toward a Theory of Visual Argument.” Argumentation and Advocacy, 33:1-10.
Conley, Thomas, 1999. “What Jokes Can Tell Us About Arguments.” In: Walter Jost and Wendy Olmsted (eds.): a Companion to Rhetoric and Rhetorical Criticism, Oxford: Routledge.
Gerwen, Rob van, ed. 2001. Richard Wollheim on the Art of Painting. Art as Representation and Expression. Cambridge, New York: Cambridge University Press.
Lake, Randall A., and Barbara A. Pickering. 1998. “Argumentation, the Visual, and the Possibility of Refutation: An Exploration.” Argumentation 12:79–93.
Ong, Walter. 2002. Orality and Literacy: The Technologizing of the Word. New York: Routledge.
Slade, Christina. 2003. “Seeing Reasons: Visual Argumentation in Advertisements.” Argumentation 17:145–160.
Wollheim, Richard. 1993. “Pictures and Language.” In The Mind and its Depths, 185–192. Cambridge (Mass.), London (England): Harvard University Press.

Propaganda (Triumph des Willens); passages uit de film Triumf des Willens, bezien hoe met beeld geargumenteerd kan worden. here. Dit onderwerp ter voorbereiding van de werkgroep waarin naar William Karel wordt gekeken. Eventueel ook aandacht aan iconische foto's besteden: "How to do things with pictures."
Bedrijsuitje van Der Untergang: http://www.youtube.com/watch?v=C2edl0oHoVk
Het stuk van Katz is niet goed voor huidige doelen. Beter iets direct over propaganda doen. Het stukje van Luyendijk over journalistiek en propaganda geeft wel enig inzicht in waar ik heen wil.
Katz, Steven B. 1992. “The Ethic of Expediency: Classical Rhetoric, Technology, and the Holocaust.” College English 54:255–275.
en verder: 1. Ekman, plus voice analysis en micro-emoties; 2. mijn artikel over gelaatsexpressie: address, wat is het? 3. Jan Groen en de onbewuste invloed en de redelijke bedoelingen

Film (?): Opération Lune

Korte inleiding op film van W. Karel, over orale, semi-orale (brieven) en druk-culturen, en terug naar een orale (televisie) cultuur (Walter Ong). We kijken tijdens het hoorcollege plenair naar William Karel, Opération Lune, waarin wordt bewezen dat de maanlanding een Hollywood-fictie is, en leveren in de werkgroep in groepjes een analyse in van de argumentatieve mechanismen van het bewijs.

Verder lezen/kijken?

Bewijs dat een partij kinderen doodt: Ware foto of propaganda?

Een foto gebruikt voor beide partijen: Muhammad al-Durrah incident

Visuele argumentatie

Opération Lune (Visuele argumentatie)

William Karel (r.)

Week 10
donderdag 19 januari 2017

Hoorcollege 7 Humor

Wat is humor, en waarom lachen we erom? Of iets grappig is hangt soms van heel subtiele dingen af. Krijgt de spreker zijn timing goed? Grappen zijn retorische fenomenen. Ze doen namelijk ook iets met hun publiek. Soms bereiken grappen maar een deel van het publiek. Hoe komt dat? Blijkbaar moet men een bepaald soort voorkennis hebben om de grap te waarderen. De grap maakt de groep—wie hem niet begrijpt, valt buiten de groep.
Anderzijds zijn er allerlei typen grappen: flauwe grappen zijn wel grappen maar we lachen er niet om, vinden ze om een of andere reden onder ons niveau. Ook grappen "die niet kunnen" herkennen we wel als grappen, maar we vinden, doorgaans om morele redenen, dat je dit soort grappen niet behoort te maken, bij voorbeeld omdat ze discriminerend zijn.
Welke theorie legt het best uit hoe grappen werken? De incongruentie-theorie die zegt dat de luisteraar eerst in een bepaalde richting gedreven wordt en al helemaal mee-redeneert, maar dat hij dan door een volkomen onverwachte wending beseft dat hij op het verkeerde been is gezet. Of de theorie die zegt dat een grap een spanning in de luisteraar opbouwt die met de clue plots ontlaadt als een lachen?
We bekijken vandaag een aantal voorstellen.

Verplichte literatuur (lees vóór bijeenkomst)

Carroll, Noël. 2003. “Humour.” In The Oxford Handbook of Aesthetics, edited by Jerrold Levinson, 344–365. Oxford: Oxford University Press.

Verder lezen?

Carroll, Noël. 1991. “On Jokes.” Midwest Studies in Philosophy 16:280–301.
Cathcart, Thomas, and Daniel M. Klein. 2008. Plato and a Platypus Walk into a Bar . . . Understanding Philosophy Through Jokes. London, etc.: Penguin. (website)
Cohen, Ted. 1983. “Jokes.” In Pleasure, Preference and Value: Studies in Philosophical Aesthetics, edited by Eva Schaper. Cambridge, New York: Cambridge University Press, 120–136.
Gaut, Berys. 1998. “Just Joking: The Ethics and Aesthetics of Humor.” Philosophy and Literature 22:51–68.

Week 11
donderdag 26 januari 2017

Deadline voor de eindpaper

Verwerk verschillende onderwerpen uit de cursus tot een samenhangend betoog.