Utrecht University            

Rob van Gerwen's | Welcome | Teaching | Research | Contact | Weblog | Sitemap | Consilium Philosophicum

Courses | Index | Guest lectures | Inleiding kunstfilosofie (UU) | Kunst en het kwaad (UU) | Wetenschapsfilosofie in contex (UU) | HUM291 Reason, Truth and Beauty (UCU)
Extra-curricular Blackboard | UCU-Workspace | Tutoraat | Academische Master | Scripties | Leeronderzoek esthetica | Mind and Art | Art and morality | Capita Selecta Aesthetics

Rob van Gerwen

15 May 2017: 13:13

Home  blog Begrippen Blackboard

Perspectieven op praktijk (en retorica)

WR1V13002
periode 2, 2016-17, voltijd

dr. Rob van Gerwen

Inhoudsopgave (regels en opzet van de cursus)

| inhoud | leerdoelen | vooraf | inschrijving | literatuur | deadlines | locatie | bijeenkomsten |

Hoeveel praktijken zijn er wel niet?

Volgens praktijktheorieën is "praktijk" een belangrijk begrip om inzicht te krijgen in de wereld en in onszelf. Een praktijk is een samenhangend geheel van (menselijke!) handelingen die gestuurd worden door regels, waarden en verwachtingen. Praktijken onderhouden een gespannen relatie met instituties: soms worden de regels door de instituties aangeleverd, soms van onderop door degenen die aan de praktijk deelnemen. Het belang van waarden, regels en verwachtingen in menselijk gedrag is onderwerp van verschillende deelgebieden van de filosofie, met name de praktische filosofie (ethiek, wijsgerige antropologie, esthetica en politieke filosofie).
De manier waarop deelnemers aan een praktijk onderling de regels en waarden beheren kan men ook met de retorica onderzoeken, en de retorica is zelf ook een voorbeeld van een praktijk. Daar gaan we ruimschoots op in.
We zullen als centrale casus naar de kunstpraktijk kijken en daarbij zullen we zien hoe de praktijkbenadering ons helpt bij definitie-kwesties. "Kunst" is namelijk notoir moeilijk te definiëren. Alleen de praktijkbenadering lijkt ons hierbij te helpen. Andere vragen die vruchtbaar begrepen kunnen worden vanuit de benadering van kunst als een praktijk zijn: Hoe kan kunst in de publieke ruimte (immers een andere praktijk met andere regels) begrepen worden, en Kunnen propaganda en pornografie kunst zijn? Praktijken vormen dus soms een ingang voor heikele filosofische definitie-kwesties.

Argument

Retorica

Iets duidelijk maken in de context van een praktijk.

Leerdoelen

Studenten krijgen inzicht in filosofische theorieën over praktijken en retorica. Ze kunnen praktijken onderscheiden en filosofische problemen onderzoeken en analyseren vanuit het perspectief van praktijken en retorica.

Toetsing

* De toetsing voor deze cursus bestaat uit een schriftelijke tussentoets (30%), aanwezigheid (inclusief reflecties, zie hieronder) (20%), een eindpresentatie (15%) en een schriftelijke eindtoets (35%).
* Studenten worden doorlopend formatief (niet-becijferd) getoetst: ze schrijven voor iedere maandag-werkgroep (behalve de allereerste) een korte reflectie over de stof van de voorafgaande week (maximaal 600 woorden). In de werkgroep worden deze reflecties kritisch besproken; eerst in groepjes onderling, dan plenair.
In totaal schrijf je vijf reflecties, voor deze data: 21 en 28 november, 12 en 19 december, en 9 januari.

Je twee beste reflecties (welke dat zijn, bepaalt de student zelf) lever je digitaal in—die worden becijferd. Eentje halverwege de cursus, de andere aan het eind (zie deadlines).
* Eventuele veranderingen deel ik mee via Blackboard.

Bijeenkomsten

In de hoorcolleges komt de argumentatie van de voorgeschreven literatuur aan de orde, alsook de relevantie daarvan voor de filosofische benadering van praktijken.
Geschreven werk dat becijferd wordt, dient per email ingeleverd te worden, in een Word-doc, aangehecht aan de mail.

Voorbereiding werkgroepen. In de werkgroepen bespreken we de reflecties van de studenten op de teksten van de voorafgaande week.
Breng twee geprinte exemplaren van je reflectie mee naar de werkgroep, waarvan er één voor je werkgroepleider is. In totaal schrijft de student vijf reflecties, alleen dan gelden de cijfers voor de twee ingeleverde reflecties voor 100% mee; voor iedere reflectie te weinig ter werkgroep ingeleverd, geldt een procentuele aanpassing van die cijfers.
In de reflectie begin je met een probleemstelling (doorgaans uit de literatuur gehaald), een these daarover en een strategie: hoe denk je over het probleem; welke oplossing sta je voor? Geef duidelijke argumenten voor je overwegingen. De uiteindelijke bedoeling is dat je zelf een these verdedigt.
In deze korte reflecties bespreken studenten een filosofische kwestie die aansluit bij een van de theorieën die in de colleges van de voorafgaande week aan de orde zijn geweest. Je kunt je vrij laten leiden door de onderwerpen die besproken zijn; je kunt je hierbij laten inspireren door dit soort deelvragen (je hoeft ze niet expliciet te beantwoorden!):

  1. Wat kunnen wij van (een van) de besproken theorieën leren?
  2. Welke nieuwe filosofische inzichten zitten erin?
  3. Hoe verhoudt de centrale these zich tot die van andere posities?
  4. Als je de centrale stellingen van de tekst zou aanvaarden, wat zou dat dan voor implicaties voor jouw visie moeten hebben?

Vooral de laatste vraag geeft een goede indicatie van wat er van een reflectie verwacht wordt: een filosofisch inzicht.

Aanwezigheidsplicht Om ervoor te zorgen dat iedereen in de zaal over dezelfde achtergrondkennis beschikt, geldt voor deze cursus een aanwezigheidsplicht. Mocht je onverhoopt een hoorcollege moeten missen, mail dan uiterlijk twee dagen later het bewijs dat je het ervoor gevraagde werk wel hebt gedaan: een korte samenvatting over de te lezen literatuur. Mailen aan de cursus-coördinator: Rob van Gerwen.
Mocht je een werkgroep missen, mail je reflectie dan binnen twee dagen naar de werkgroepleider van de gemiste werkgroep. Omdat je aanwezigheid in de werkgroep ook een bijdrage is aan het welslagen van de bijeenkomst, geldt dat een reflectie die buiten de werkgroep is ingediend maar voor 0,8 meetelt (ipv. voor 1).
Wie gemiste hoorcolleges niet "compenseert", verspeelt het recht op herkansing.

Bij de toetsen worden alle tot dan behandelde teksten en onderwerpen bekend verondersteld, maar de nadruk bij de eindtoets ligt op de stof sinds de tussentoets.

Advies: We checken de samenvattingen maar op één criterium: "heeft de student zich met de voorgeschreven literatuur bezig gehouden?" Slechts weinig samenvattingen die ik langs deze route ontvang voldoen als samenvatting. (Dus denk niet, als je je voor een toets aan het voorbereiden bent: "Mijn samenvattingen zijn door de docent goed gekeurd". Dat zijn ze dus niet. De verantwoordelijkheid blijft altijd bij de student.

Conferentie In de laatste week is een kleine conferentie gepland waarin studenten een presentatie geven, van maximaal 10 à 15 minuten (inclusief discussie). Het onderwerp van de presentatie kan ofwel een betoog zijn gebaseerd op de reflecties die je zoal geschreven hebt, of een ander onderwerp dat met de stof samenhangt.

Hoe papers en reflecties in te leveren?

Lever je schrijfwerk in in een word-file (geen pdf) aangehecht aan een e-mail.
Mail je twee "beste reflecties" aan de coördinator van de cursus, Rob.

Volg alsjeblieft deze conventie:
1. In de tekst zet je duidelijk naam en student-nummer bovenaan.
2. Noem de file zo:
Achternaam eerste beste reflectie Praktijk Katja.doc
is voor iemand die Achternaam heet, en zijn/haar eerste beste reflectie oorspronkelijk voor een werkgroep van Katja heeft geschreven.
Plaats geen punten of komma's in de file-naam, behalve de ene punt voor .doc of .docx

[Dit is om te voorkomen dat we op de deadline 130 teksten ontvangen met de naam "paper1.doc", "paper.docx", enz. (Geeft ons veel onnodig werk te doen.)]

Voorgeschreven literatuur

Losse artikelen, aangeleverd via Blackboard (zie menu boven, bij Extra-curriculair).

Inschrijving

De inschrijving voor deze cursus verloopt via Osiris.
Heb je problemen met inschrijving? Check het studiepunt. Je vindt hier ook de randvoorwaarden.
Studenten (HBO en WO) van buiten de Universiteit Utrecht kunnen F&R vakken volgen. Voor inschrijving kan men bij de onderwijsadministratie een inschrijfformulier aanvragen. (E: Onderwijssecretariaat.gw@uu.nl Tel.: 030-2531831).

thumb

Is Facebook een praktijk?

...

Locatie

Maandag

13.15-15.00 uur: werkgroep

WG1: JansKerkhof 15A, 0.01
WG2: Drift 25, 0.05

15.15-17.00 uur: hoorcollege

JansKerkhof 15A, 0.01

Donderdag

11.00-12.45: hoorcollege

JansKerkhof 2-3, 0.21

Deadlines en speciale data
Reflecties op de werkgroep Uitgeprint in tweevoud
Film
Tussentoets Donderdag 8 december 2016, 11.00-13.00 uur Drift 13, 0.04
Twee beste reflecties Maandag 12 december 2016 en
donderdag 19 januari 2017
Word.doc aangehecht aan een email aan de docent (geen pdf!!)
Conferentie maandag 16 januari 2017 Janskerkhof 15A, 0.01
Eindtoets maandag 23 januari 2017, 13.30-16.30 uur Janskerkhof 15A, 0.01

De bijeenkomsten

Week 1

Maandag 14 november 2016

Werkgroep 1 Inleiding, iedereen kome naar JansKerkhof 15A, 0.01!

Uitleg opzet cursus, toetsing, reflecties.

Hoorcollege 1 Inleiding: Filosofische benaderingen van praktijken

Wat er op college besproken wordt
Hoe gaan we in deze cursus te werk? Wat is filosofie? Wat zijn open en gesloten vragen? Hoe wordt er over praktijken gedacht? Wat is een praktijk? Zonder toewijding geen praktijk, maar is georganiseerde toewijding voldoende om van een praktijk te spreken? Kun je toegewijd zijn aan een immorele praktijk, ofwel: hoe verhouden praktijken zich tot de moraal? En hoe verhouden ze zich tot instituties en de wet?
Wat zijn de thema's? Vandaag: een overzicht. De verdiensten van de pragmatische benadering.
Theorie versus praktijk; een kort historisch overzicht; Karl Marx, Martin Heidegger, en Wittgenstein over taalspelen.


Vooraf lezen:

Nicolini, Davide. 2012. Chapter "Praxis and Practice Theory: A Brief Historical Overview" in Practice Theory, Work, and Organization. An Introduction, 23–43. Oxford: Oxford University Press.


Verdieping (facultatief):

Jan Vorstenbosch: Vier benaderingen van praktijken.

Donderdag 17 november 2016

Geen college

Vandaag geen college, docent is op congres in Seattle

Week 2
Maandag 21 november 2016

Hoorcollege 2 Praktijk en moraal.

"A virtue is an acquired human quality the possession and exercise of which tends to enable us to achieve those goods which are internal to practices and the lack of which effectively prevents us from achieving any such goods." MacIntyre, p. 191.

"The scope of ethics is determined by our thick relations, which determine who our metaphorical neighbor is. But then the hard question arises, What thick relations? The actual ones we happen to have, or the one we are assumed to have or ought to have, which might, in their most extensive scope, encompass all of humankind? Thus morality turns into ethics." Margalit, p. 45

Wat er op college besproken wordt
De zedelijkheid (ethiek) die bij een groep van kracht is, geldt locaal en veronderstelt volgens Margalit herinneringen aan belangrijke kwesties de groep aangedaan. De moraal geldt daarentegen voor alle mensen, en is het product van een universeel gedachte redelijkheid. Kan een universele moraal een praktijk zijn? Wat zijn de verschillen tussen ethiek en moraal?

Wat zijn deugden en wat zijn er de criteria voor? Bij Homerus lijkt er eerder sprake van uitmuntendheid dan van iets wat wij onder deugd verstaan. En Aristoteles' nadruk op vriendschap is heel anders dan de onze; of zijn phronesis, praktische wijsheid, wat een intellectuele deugd is maar weer geen theoretische kennis. Voor Paulus en Aristoteles, is een deugd "[...] a quality the exercise of which leads to the achievement of the human telos." MacIntyre, p. 184. De vraag is dan uiteraard wat dat telos is. Als verschillende denkers met verschillende lijsten met deugden komen, is er dan wel een gedeeld deugd-concept? MacIntyre beantwoordt die vraag tegen de achtergrond van drie punten: 1. Deugden spelen binnen praktijk en; 2. ze gaan gepaard met een narratieve ordening van het leven van een mens en 3. een morele traditie.
MacIntyres definitie verduidelijkt deze verbanden (zie hiernaast).


Vooraf lezen:

Avishai Margalit. 2002. "Past Continuous" in The Ethics of Memory, 48–83. Cambridge, Mass., London: Harvard University Press.
Alasdair MacIntyre. 1981. After Virtue. South Bend, Indiana: University of Notre Dame Press [Ch. 14, p. 181-203].


Verdieping (facultatief):

Foucault, M. 2004. Hoofdstuk Zelftechnieken in Breekbare Vrijheid, 111–148. Amsterdam: Boom / Parresia. Avishai Margalit. 2002. A Moral Witness, in “The Ethics of Memory”, 147–182. Cambridge, Mass., London: Harvard University Press.
Avishai Margalit. 2002. Introduction, in The Ethics of Memory, 1–17. Cambridge, Mass., London: Harvard University Press.
Donderdag 24 november 2016

Hoorcollege 3 Praktijk definiëren 1. Wittgensteins Filosofische grammatica

``If a concept of this kind applies, this often provides someone with a reason to act, though that reason need not be a decisive one and may be outweighed by other reasons [...]'', B. Williams, Ethics and the Limits of Philosophy, 140.

Wat er op college besproken wordt
Een werkdefinitie van praktijk zou moeten verwijzen naar dikke (Williams) waarneming van affordances (Gibson), ofwel taalspelen (Wittgenstein). Daarnaast naar complexe interne feed-back mechanismen tussen centrale objecten, doelen, intenties, ervaringen, instituties en handelingen. Kunnen praktijken praktijken uit- of insluiten? Waar ligt de grens tussen de ene en de andere praktijk?

``Als je bij een vreemde stam kwam waarvan je de taal helemaal niet kende, en je wilde weten welke woorden correspondeerden met `goed', `fijn', etc., waar zou je dan naar zoeken? Je zou zoeken naar glimlachen, gebaren, voedsel, speelgoed.'', Wittgenstein, 2:6)


Vooraf lezen:

Ludwig Wittgenstein. 1992. Filosofische onderzoekingen (1953). Vert. door Maarten Derksen en Sybe Terwee. Amsterdam: Boom, pp. 13-29.


Verdieping (facultatief):

Ludwig Wittgenstein. 1938–1946. Lectures & Conversations on Aesthetics, Psychology and Religious Belief. Berkeley and Los Angeles: University of California Press.
Bernard Williams. 1985. Ethics and the Limits of Philosophy. London: Fontana Press.
Week 3
Maandag 28 november 2016

Hoorcollege 4 Praktijken definiëren 2. Bourdieu's analyse

``Practice has a logic which is not that of the logician. This has to be acknowledged in order to avoid asking of it more logic than it can give, thereby condemning oneself either to wring incoherences out of it or to thrust a forced coherence upon it.'' (p. 86), P. Bourdieu.

Wat er op college besproken wordt
Hoe werkt een praktijk van binnen? Hoe worden impliciete regels gehandhaafd? Wat is de logica van praktijken?


Vooraf lezen:

Bourdieu, Pierre. 1990. "The Logic of Practice", Chapter 5 of The Logic of Practice, 80–97. Translated by Richard Nice. Polity Press.


Verdieping (facultatief):

Ludwig Wittgenstein. 1938–1946. Lectures & Conversations on Aesthetics, Psychology and Religious Belief. Berkeley and Los Angeles: University of California Press.
Bernard Williams. 1985. Ethics and the Limits of Philosophy. London: Fontana Press.
Donderdag 1 december 2016

Hoorcollege 5 Rituelen en normen

'Jij geeft om het schaap. Ik geef om de ceremonie.' Confucius...

Wat er op college besproken wordt
"In het derde boek van de Analects van Confucius lezen we hoe de Meester een terugkeer naar de zuiverheid en oprechtheid van de oude ceremonies bepleit. Hij betreurt bijgeloof en het louter uitwendige gehoorzamen aan vormen. Dan vraagt Tzu-kung, een van zijn leerlingen over de maandelijkse ceremonie waarbij de nieuwe maan door de voorouders wordt aangekondigd. Zou het niet beter zijn, vraagt hij, als de praktijk van het offeren van een schaap gestopt werd? Confucius wijst hem zacht terecht. Hij noemt hem bij zijn roepnaam. 'Ssu', zegt hij, 'Jij geeft om het schaap. Ik geef om de ceremonie.'"
Wat is de waarde van ceremonies (ook de ogenschijnlijk zinloze) voor de gemeenschap die ze uitvoert? Zijn er normen van correctheid voor die uitvoering? Is er een analogie met de kunstpraktijk?


Vooraf lezen:

Richard Wollheim. 1993. “The Sheep and the Ceremony.” In The Mind and its Depths, 1–21. Cambridge (Mass.), London (England): Harvard University Press.
Hollis, Martin. 1968. “Reason and ritual.” Philosophy 43 (165): 231–247.


Verdieping (facultatief):

Frits Staal. 1986. Hoofdstuk “De zinloosheid van het ritueel” in Over zin en onzin in filosofie, religie en wetenschap, 295–321. Amsterdam: Meulenhoff.
Week 4

Maandag 5 december 2016

Geen college

Bereid je voor op de tussentoets

Donderdag 8 december 2016, 11.00-13.00 uur

Tussentoets

Drift 13, 0.04

Alle stof die tot nu toe behandeld is.


Week 5
Maandag 12 december 2016

Hoorcollege 6 Kunst, een autonome praktijk, in de publieke ruimte?

"Het woord `kunst' en al zijn verwanten worden geleerd in verband met leren hoe te kijken, lezen en luisteren—in een woord, samen met de ontwikkeling van esthetische gevoeligheid en waardering—en het zijn de vele facetten van deze activiteiten die het woord zijn vele gebruiken geven."
Benjamin Tilghman, But is it Art?, p. 67

Kunst is notoir lastig te definiëren: wat hebben schilderkunst, literatuur, muziek, dans, film en performance-kunst met elkaar gemeen? Bij alles wat is voorgesteld, blijkt dat er dingen en gebeurtenissen die evident kunst zijn door worden uitgesloten en dat dingen die zeker geen kunst zijn worden ingesloten. Is er sprake van een familiegelijkenis, zoals Wittgenstein misschien zou voorstellen? We bespreken de poging om kunst circulair te definiëren als een praktijk, waarin alle onderdelen, handelingen, instituties en producten intern op elkaar betrokken zijn.

Kunst in de publieke ruimte, gelden daar andere criteria voor? Mag daar alles wat in de musea mag? Een publiek kunstwerk ontleent zijn betekenis vaak voor een deel aan zijn omgeving, het is "site-specific". Dus het valt te verwachten dat een publiek kunstwerk zijn publiek roert (in positieve of negatieve zin, zoals we dat van kunst gewend zijn). Ben je dan niet heel klein-burgerlijk als je bezwaar maakt tegen een bepaald publiek kunstwerk? (Mag men eisen dat mensen niet "klein-burgerlijk" zijn?)

Vooraf lezen:

Kelly, Michael. 1996. “Public art controversy.” Journal of Aesthetics and Art Criticism 54:1, 15–22.
Hein, Hilde. 1996. “What is Public Art? Place, time and meaning.” Journal of Aesthetics and Art Criticism 54:1, 1–7.
Gregg M. Horowitz. 1996. “Public Art/Public Space: The Spectacle of the Tilted Arc Controversy.” Journal of Aesthetics and Art Criticism 54:1, 8–14.
Richard Serra: Tilted Arc

Richard Serra: Tilted Arc.

March 11 1989, a 12-foot-high, curving, inclined wall of corten steel in Federal Plaza, New York.


Verder lezen? (Geen toetsstof)

Danto, Arthur C. 1987. “Tilted Arc and Public Art.” In The State of the Art, 90–95. New York: Prentice Hall Press.
Rob van Gerwen. 2004. “Ethical Autonomism. The Work of Art as a Moral Agent.” Contemporary Aesthetics, vol. 2.
Rob van Gerwen. 2015. “Artists' Experiments and Our Issues with Them. Toward a Layered Definition of Art Practice” Estetika: The Central European Journal of Aesthetics (New Series) (ms).
Donderdag 15 december 2016

Hoorcollege 7 Plato en de sofisten: dialectiek en opinie

David: De dood van Socrates

De dood van Socrates

Jacques-Louis David.

Sofisten waren rondreizende leraren die tegen betaling argumentatie doceren aan politici, juristen, rijken. Plato verzette zich hiertegen en stelde de dialektiek voor als een waardevrije zoektocht naar definities en waarheid. Inleiding op Plato's Apologie, waarin we lezen hoe Socrates zich (niet) verdedigt bij zijn veroordeling tot de gifbeker voor het bederven van de jeugd: een dialektisch denkende sofist die zich niet laat betalen om te voorkomen dat hij zijn broodheren naar de mond gaat praten.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Plato's Apologie (online)
Plato Phaedrus (selectie)
Paul Woodruff. 2006. "Rhetoric and relativism: Protagoras and Gorgias". Cambridge Companion on Early Greek Philosophy, 290-310. [Blackboard]

Verder lezen?

F.H. van Eemeren en R. Grotendorst. "Klassieke invloeden in de moderne Argumentatietheorie". (voordracht; Blackboard)
"The Sophists". The Columbia History of Western Philosophy, Richard Popkin (ed.), 20-32
Plato Gorgias
Plato: Works online
Week 6
Maandag 19 december 2016

Hoorcollege 8 Aristoteles' Retorica

Informele Logica en gesprekken

...Truth springs from argument amongst friends.David Hume...

Wanneer is een uitspraak een argument, wat is argumentatie? Verschillen argumentatieleer (informele logica) en logica. Hoe expliciet moet een argument zijn om er een te zijn?
Hoe stel je vast wat iemand bedoelt als hij het niet letterlijk gezegd heeft? Welke rol speelt het publiek en de context van een gesprek/speech?

Aristoteles: Argument en enthymeem (Hoofdstuk uit Rhetorica). Onderscheid tussen logos, ethos en pathos. Romeins-Hellenistische retorica.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Marc Huys: "Bill Clinton, Monica Lewinsky en de Rhetorica van Aristoteles", Kleio 29 (2000), p. 110-134. Hier gereproduceerd met vriendelijke toestemming van de auteur.
Bill Clinton: de Monica Lewinski-affaire (17 augustus 1998)

Verder lezen?

Aristoteles Rhetorica (online, selectie) Diagonaal lezen Cicero: De Orator. De Rijk. "De Methode Aristoteles."
Tekst Analytica posteriora [logica] Tekst Topica [dialectica] Eleonore Stump, Dialectic and Aristotle's Topics
Donderdag 22 december 2016

Hoorcollege 9 Drogredenen

Drogredenen en Pseudo-redenering; tegen de achtergrond van Aristoteles' De Sophisticis elenchis. [dialectica]
De 'standaardbenadering' en voorbeelden.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Erik Krabbe: “Wat is eigenlijk een Drogreden?” Groningen, 1996. http://irs.ub.rug.nl/ppn/162100434 (Blackboard) Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2010. “Pseudo-Reasoning.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 202–241. London, New York: Routledge.

Verder lezen?

Monty Python: We have a witch!
Aristoteles' De Sophisticis elenchis online
Leff, Michael. 2009. “Perelman, ad Hominem Argument, and Rhetorical Ethos.” Argumentation 23:301–311.

Analogies (witches burn because they are made of wood, which we know because they float just as ducks do, and must therefore be as light as ducks: wieghin them establishes that they are witches. Monty Python and the holy grail.)
Michael Gilbert, Prolegomena, re emotioneel argumenteren;
Poppers falsificatie-criterium als betekenisgarantie--no-true briton move voorlezen

Week 7 en 8
Maandag 26 december 2016
tot en met
Donderdag 5 januari 2017

Kerstvakantie, geen colleges

Gebruik je tijd goed: om je tweede "beste reflectie" te herschrijven, en je alvast voor te bereiden op de eindtoets, en om uit te rusten!


Week 9
maandag 9 januari 2017

Hoorcollege 10 Drogredenen, pragmadialectiek en Waltons context-gerichte analyse van een drogreden

Men kan argumentaties ook zien als kritisch-rationele discussies waarbij er regels gelden zoals elkaar de gelegenheid geven zich uit te spreken, elkaar aanspreken op gevolgen van wat men zegt. Van Eemeren en Grotendorst zien de Pragmadialektiek als bijdrage aan het oplossen van meningsverschillen.
Douglas Walton meent dat redeneringen alleen drogredenen zijn binnen de context waarin ze figureren. We zullen zien dat de benadering van argumentatie zo heel dicht bij de praktijkbenadering komt.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Van Eemeren. "Pragmadialektiek" (incl. 10 geboden). van Eeemeren, Frans H., Rob Grootendorst, and Francisca Snoeck Henkemans, eds. 1997. Handboek Argumentatietheorie. Groningen: Martinus Nijhoff. 10.1 tm. 10.4 (Blackboard)
Walton, Douglas. 1995. ``Appeal to pity: A case study of the ``argumentum ad misericordiam''.'' Argumentation 9:769--784.

Verder lezen?

Feteris, E.T. 1990. “Conditions and rules for rational discussion in a legal process: A pragma-dialectical perspective.” Argumentation and Advocacy. Journal of the American Forensic Association 26:108–117.
Frogel, Shai. 2009. “Who is the Addressee of Philosophical Argumentation?” Argumentation 23:397–408.

Koren, Roselyne. 2009. “Can Perelman’s NR be Viewed as an Ethics of Discourse?” Argumentation 23:421–431.

Michael Gilbert: emotional messages.

Speech act theorie: argumentatie en het publiek. Met tekst de wereld willen veranderen, eventueel door eerst anderen te overtuigen. Speech act theorie biedt een mooi model voor argumentatieleer. De benadering van de pragmadialectiek.

Donderdag 12 januari 2017

Hoorcollege 11 Visuele argumentatie

Roland Barthes zei ooit dat taal fictioneel is en hij bedoelde dat taal niet in staat is, zoals een foto dat kan, om te bewijzen dat de werkelijkheid waar hij over gaat ook echt bestaat, of bestaan heeft. Kan taal zijn waarheid bewijzen of is alle taal fictioneel? Dat roept belangrijke nieuwe vragen op: Wat zijn de verschillen tussen taal en afbeelding? En: kunnen we (in bepaalde gevallen) in een afbeelding een argumentatie identificeren, en hoe dan wel? Zijn er visuele analogen voor premissen en conclusies? Zo'n technische analyse van visuele argumentatie moge moeilijk zijn, toch lijkt iedereen wel te begrijpen dat, bij voorbeeld in reclames, met plaatjes soms geargumenteerd wordt. Hoe zit het?

Verplichte literatuur (lees vóór bijeenkomst)

Alcolea-Banegas, Jesús. 2009. “Visual Arguments in Film.” Argumentation 23:259–275.
J. Anthony Blair. “The possibility and actuality of visual arguments.” Argumentation and Advocacy, 33(1):23–39, 1996.


Beelden die niet argumenteren:

Nice Day for a Picnic from Monica Gallab on Vimeo.

Verder lezen?

Birdsell, David S., and Leo Groarke. 1996. “Toward a Theory of Visual Argument.” Argumentation and Advocacy, 33:1-10.
Conley, Thomas, 1999. “What Jokes Can Tell Us About Arguments.” In: Walter Jost and Wendy Olmsted (eds.): a Companion to Rhetoric and Rhetorical Criticism, Oxford: Routledge.
Gerwen, Rob van, ed. 2001. Richard Wollheim on the Art of Painting. Art as Representation and Expression. Cambridge, New York: Cambridge University Press.
Lake, Randall A., and Barbara A. Pickering. 1998. “Argumentation, the Visual, and the Possibility of Refutation: An Exploration.” Argumentation 12:79–93.
Ong, Walter. 2002. Orality and Literacy: The Technologizing of the Word. New York: Routledge.
Slade, Christina. 2003. “Seeing Reasons: Visual Argumentation in Advertisements.” Argumentation 17:145–160.
Wollheim, Richard. 1993. “Pictures and Language.” In The Mind and its Depths, 185–192. Cambridge (Mass.), London (England): Harvard University Press.

Propaganda (Triumph des Willens); passages uit de film Triumf des Willens, bezien hoe met beeld geargumenteerd kan worden. here. Dit onderwerp ter voorbereiding van de werkgroep waarin naar William Karel wordt gekeken. Eventueel ook aandacht aan iconische foto's besteden: "How to do things with pictures."
Bedrijsuitje van Der Untergang: http://www.youtube.com/watch?v=C2edl0oHoVk
Het stuk van Katz is niet goed voor huidige doelen. Beter iets direct over propaganda doen. Het stukje van Luyendijk over journalistiek en propaganda geeft wel enig inzicht in waar ik heen wil.
Katz, Steven B. 1992. “The Ethic of Expediency: Classical Rhetoric, Technology, and the Holocaust.” College English 54:255–275.
en verder: 1. Ekman, plus voice analysis en micro-emoties; 2. mijn artikel over gelaatsexpressie: address, wat is het? 3. Jan Groen en de onbewuste invloed en de redelijke bedoelingen

Film (?): Opération Lune

Korte inleiding op film van W. Karel, over orale, semi-orale (brieven) en druk-culturen, en terug naar een orale (televisie) cultuur (Walter Ong). We kijken tijdens het hoorcollege plenair naar William Karel, Opération Lune, waarin wordt bewezen dat de maanlanding een Hollywood-fictie is, en leveren in de werkgroep in groepjes een analyse in van de argumentatieve mechanismen van het bewijs.

Verder lezen/kijken?

Bewijs dat een partij kinderen doodt: Ware foto of propaganda?

Een foto gebruikt voor beide partijen: Muhammad al-Durrah incident

Visuele argumentatie

Opération Lune (Visuele argumentatie)

William Karel (r.)

Week 10
maandag 16 januari 2017 Janskerkhof 15A, 0.01

Conferentie

Paper presentaties door studenten, van ongeveer 10 minuten, plus 5 minuten discussie. Onderwerpen: uitwerking van een of enkele reflecties, of enige andere stelling met betrekking tot de stof.

donderdag 19 januari 2017 is ook de deadline voor de tweede beste reflectie: stuur aangehecht aan een mail naar Rob van Gerwen.

donderdag 19 januari 2017

Hoorcollege 12 Humor

Wat is humor, en waarom lachen we erom? Of iets grappig is hangt soms van heel subtiele dingen af. Krijgt de spreker zijn timing goed? Grappen zijn retorische fenomenen. Ze doen namelijk ook iets met hun publiek. Soms bereiken grappen maar een deel van het publiek. Hoe komt dat? Blijkbaar moet men een bepaald soort voorkennis hebben om de grap te waarderen. De grap maakt de groep—wie hem niet begrijpt, valt buiten de groep.
Anderzijds zijn er allerlei typen grappen: flauwe grappen zijn wel grappen maar we lachen er niet om, vinden ze om een of andere reden onder ons niveau. Ook grappen "die niet kunnen" herkennen we wel als grappen, maar we vinden, doorgaans om morele redenen, dat je dit soort grappen niet behoort te maken, bij voorbeeld omdat ze discriminerend zijn.
Welke theorie legt het best uit hoe grappen werken? De incongruentie-theorie die zegt dat de luisteraar eerst in een bepaalde richting gedreven wordt en al helemaal mee-redeneert, maar dat hij dan door een volkomen onverwachte wending beseft dat hij op het verkeerde been is gezet. Of de theorie die zegt dat een grap een spanning in de luisteraar opbouwt die met de clue plots ontlaadt als een lachen?
We bekijken vandaag een aantal voorstellen.

Verplichte literatuur (lees vóór bijeenkomst)

Carroll, Noël. 2003. “Humour.” In The Oxford Handbook of Aesthetics, edited by Jerrold Levinson, 344–365. Oxford: Oxford University Press.

Verder lezen?

Carroll, Noël. 1991. “On Jokes.” Midwest Studies in Philosophy 16:280–301.
Cathcart, Thomas, and Daniel M. Klein. 2008. Plato and a Platypus Walk into a Bar . . . Understanding Philosophy Through Jokes. London, etc.: Penguin. (website)
Cohen, Ted. 1983. “Jokes.” In Pleasure, Preference and Value: Studies in Philosophical Aesthetics, edited by Eva Schaper. Cambridge, New York: Cambridge University Press, 120–136.
Gaut, Berys. 1998. “Just Joking: The Ethics and Aesthetics of Humor.” Philosophy and Literature 22:51–68.

Week 11
maandag 23 januari 2017

Geen college

Bereid de eindtoets voor.

maandag 23 januari 2017, 13.30-16.30 uur

Eindtoets

Alle stof sinds de tussentoets.
Janskerkhof 15A, 0.01