Utrecht University            

Rob van Gerwen's | Welcome | Teaching | Research | Contact | Weblog | Sitemap | Consilium Philosophicum

Courses | Index | Guest lectures | Inleiding kunstfilosofie (UU) | Kunst en het kwaad (UU) | Wetenschapsfilosofie in contex (UU) | HUM291 Reason, Truth and Beauty (UCU)
Extra-curricular Blackboard | UCU-Workspace | Tutoraat | Academische Master | Scripties | Leeronderzoek esthetica | Mind and Art | Art and morality | Capita Selecta Aesthetics

Rob van Gerwen

| Begrippen | Blackboard |
| inhoud | inschrijving | leerdoelen | literatuur | bijeenkomsten | Blackboard | locatie | toetsing | colleges |

Rob van Gerwen, Ph.D.

Ingang in de filosofie van de kunsten/esthetica

WY2V14023
periode 1, 2016-17

14 July 2017 (19:06)

Roland Ophuis

Roland Ophuis: "Vrouw met kruis (Rwanda 1996)".

2001.

Inhoud

Deze cursus opent de minor esthetica. We behandelen actuele filosofische kwesties rond de kunsten. De rode draad is het idee dat deze kwesties voor het grootste deel ontstaan door een overschrijding van wat morele grenzen van de kunsten lijken te zijn.
Toen Duchamp de autonomie van de kunst ter discussie stelde deed hij dat met een urinoir. Als het gaat om de authenticiteit van de uitvoering van oude muziek gaat het erom vervalsing te voorkomen. Vervalsingen zijn misdadig maar ze confronteren ons altijd weer met aannamen over de goede bedoelingen van kunstenaars en de onbetrouwbare rol van de markt, alsook over de identiteit van het kunstwerk. Horror wordt in de filosofie van de kunsten serieus besproken. En hoe kan het dat wij ons gewillig laten meeslepen door een film over een psychopaat? Tegenwoordig vinden we meer en meer geweld en sex in de kunsten. Maar kan pornografie ooit kunst zijn? Of propaganda - Leni Riefenstahls Triumf des Willens?
Deze voorbeelden wijzen in één richting: dat we eigenlijk menen dat kunst goed is: inherent goed en goed voor mensen en de cultuur. Dit besef vormt de rode draad door de nieuwe thema's uit de kunstfilosofie die we in Ingang in de filosofie van de kunsten/esthetica zullen behandelen.

Inschrijving ...

De inschrijving voor deze cursus loopt via OSIRIS.

Cursusdoelen

Studenten weten na afloop van de cursus hoe kwetsbaar ieder denken over kunst is, en welke de filosofische uitdagingen zijn die van de hedendaagse kunst uitgaan. Ook hebben ze grip op de aard van filosofische vragen. Kunstwetenschappers onder de studenten moeten in staat geacht worden kritisch naar hun eigen vakgebied te kunnen kijken.

Literatuur

nr:nr3Neill, Alex, and Aaron Ridley, eds. 2007. Arguing About Art. Contemporary Philosophical Debates. Third Edition. London and New York: Routledge.

Plus enkele losse teksten, worden via Blackboard aangeboden.

Aanwezigheidsplicht

Om ervoor te zorgen dat iedereen in de zaal over dezelfde achtergrondkennis beschikt, geldt voor deze cursus een aanwezigheidsplicht. Mocht je onverhoopt een hoorcollege moeten missen, mail dan uiterlijk twee dagen later het bewijs dat je het ervoor gevraagde werk wel hebt gedaan: een korte samenvatting over de te lezen literatuur. Mailen aan Rob van Gerwen.
Mocht je een werkgroep missen, mail je reflectie dan z.s.m. naar je werkgroepleider.
Wie gemiste bijeenkomsten niet "compenseert", verspeelt het recht op herkansing.

In de hoorcolleges geeft de docent in interactie met de zaal inzicht in de discussies in te bespreken teksten. In de werkgroepen op maandag worden de argumenten in de teksten onderling tegen elkaar uitgespeeld.

Advies: We checken de samenvattingen maar op één criterium: "heeft de student zich met de voorgeschreven literatuur bezig gehouden?" Slechts weinig samenvattingen die ik langs deze route ontvang voldoen als samenvatting. (Dus denk niet, als je je voor een toets aan het voorbereiden bent: "Mijn samenvattingen zijn door de docent goed gekeurd". Dat zijn ze dus niet. De verantwoordelijkheid blijft altijd bij de student.

Voorbereiding werkgroepen. In de werkgroepen bespreken studenten in het eerste uur in groepjes elkaars reflecties op de teksten van de voorafgaande week. In het tweede uur wordt hier plenair op ingegaan. De student levert de twee beste reflecties in, via email, gericht aan de docent (Rob van Gerwen).
Breng twee geprinte exemplaren van je reflectie mee naar de werkgroep, waarvan er één voor je werkgroepleider is. In totaal schrijft de student zes reflecties. Alleen als ze alle zes tijdig zijn ingeleverd, gelden de cijfers voor de twee ingeleverde reflecties voor 100% mee; voor iedere reflectie te weinig ter werkgroep ingeleverd geldt een procentuele aanpassing van die cijfers.
De reflectie bevat typisch een probleemstelling, een doelstelling (of these) en een argumentatieve uitwerking.
In de reflecties concentreren studenten zich op een filosofische kwestie ten aanzien van een probleem dat we op college hebben besproken. Maak duidelijk dat het een filosofische kwestie betreft en loop niet in deze valstrikken: maak geen stroman van de vijand; geef geen empirische uitweg (bijvoorbeeld "dat is voor iedereen anders").

Toetsing

De toetsing gebeurt door een tussentoets (30%), eindtoets (40%) en "actieve aanwezigheid" (is inclusief iedere week een reflectie van max. 600 woorden, te bespreken in de werkgroep; waarvan de twee beste apart per mail ingeleverd en beoordeeld worden) (30%).
NB: Schriftelijke toetsen testen de opgedane kennis en begrip; de reflecties testen de argumentatieve schrijf- en uitdrukkingsvaardigheid en het begrip.

Actieve aanwezigheid

Onder actieve aanwezigheid is begrepen: iedere week een korte reflectie (max. 600 woorden, in tweevoud uitgeprint meebrengen naar de werkgroep), en het in groepjes nakijken en bespreken van de reflecties van mede-studenten in de werkgroep. Uitleg volgt op college.
Je krijgt hier geen punten voor, maar de reflecties en de actieve en opbouwende deelname aan de werkgroep zijn noodzakelijk om de actieve aanwezigheid te kunnen laten meetellen! In totaal schrijft de student zeven reflecties, alleen dan gelden de cijfers voor de twee ingeleverde reflecties voor 100% mee; voor iedere reflectie te weinig ter werkgroep ingeleverd geldt een procentuele aanpassing van die cijfers.
Op maandag 3 oktober 2016 lever je de eerste "beste reflectie" in; op donderdag 27 oktober 2016 de tweede. Alleen deze twee worden beoordeeld met een cijfer, dat de hoogte bepaalt van het cijfer voor "actieve aanwezigheid". Alles bijeen bepaalt dit 30% van het eindcijfer. Lever de reflecties in in een Word-file gehecht aan een email aan de docent. (Geen pdf!)

Hoe papers en reflecties in te leveren?

In een word-file (geen pdf) aangehecht aan een mailtje aan de docent, Rob van Gerwen.
In de loop van de dag van de deadline krijgen wij 130 papers/reflecties binnen met de naam "paper1.doc", "eerste paper.docx", enz. (Geeft ons veel onnodig werk te doen.)

Volg alsjeblieft deze conventie:
1. In de tekst zet je duidelijk naam en student-nummer bovenaan.
2. Noem de file zo:
Achternaam Voornaam tussenvoegsel 1e beste reflectie Ingang.doc
Plaats tussenvoegsels na je voornaam. Dus Bert van Bergen doet het zo:
Bergen Bert van 1e beste reflectie Ingang.docx
Plaats geen punten of komma's in de file-naam, behalve de ene punt voor .doc of .docx

* Het werk van studenten wordt in de werkgroepen formatief (niet-becijferd) getoetst.
* De summatieve toetsing (met cijfers) gebeurt met tentamens en twee beste reflecties.

Bij de toetsen worden alle behandelde teksten en onderwerpen bekend verondersteld, maar de eindtoets bevraagt expliciet alleen de stof van de tweede helft van de cursus.

In de facultaire Vaardighedenreader PDF vind je onder meer uitleg over het schrijven en lezen van filosofische teksten.

Cijfers

Alle onderdelen krijgen een cijfer tussen 0 en 10. In het eindcijfer worden die echter verschillend meegewogen.

In formule:
Eindcijfer = (3*tussentoets + 4*eindtoets + 3*aanwezigheid)/10

De docent behoudt zich het recht voor om de maximale score voor te laat ingeleverde opdrachten te verlagen naar 8/10, hoe goed ze ook gemaakt zijn.
[Dat is wel zo eerlijk tegenover degenen die wel op tijd waren].

Verdere details

Alle details voor de cursus zijn via deze website beschikbaar.
De cursus heeft ook een (niet-interactief) weblog. Je kunt je ook abonneren op de RSS-feed: RSS-feed
Mogelijk worden er extra materialen, plaatjes en teksten aangeboden voor ingeschreven studenten via Blackboard. Losse teksten kun je doorgaans ook zelf downloaden via de UB: Omega. Doe dit ofwel vanaf een locatie op de UU, of via deze link vanaf iedere andere locatie.

Disclaimer: Eventuele veranderingen deel ik mee op college en via Blackboard.

Locatie

Maandag:
13.15-15.00 uur: hoorcollege: Drift 21, 105

15.15-17.00 uur: werkgroep 1 (Rob). Drift 25, 301

15.15-17.00 uur: werkgroep 2 (Wouter). Drift 25, 203

Donderdag: 11.00-12.45: hoorcollege: ICU SPINOZA 106

deadlines en data
Reflecties op de werkgroep Uitgeprint in tweevoud
Tussentoets donderdag 6 oktober 2016 11.00-13.00 uur, ICU, Auditorium
Twee beste reflecties maandag 3 oktober 2016 en
donderdag 27 oktober 2016
Word.doc aangehecht aan een email aan de docent (geen pdf!!)
Eindtoets maandag 31 oktober 2016 19.00-22.00 uur: Drift 21, 032
Osiris gegevens
Onderwijsinstituut Wijsbegeerte
Studiepunten 7,5 ECTS
Code n.n.b.
Niveau 2
Periode 1 (V)
Toegangseisen geen
Voertaal Nederlands
Contactpersoon Dr. R.C.H.M. van Gerwen
Docent Dr. R.C.H.M. van Gerwen
Feedback Uitslagen en eventueel commentaar retour binnen 10 dagen bij tijdig ingeleverde opdrachten en toetsen.
Bereikbaarheid Via e-mail en deze website
Werkvormen Hoorcollege 2 x per week 2 uur; Werkcollege 1 x per week 2 uur
Toelichting Dagcollege.
Voorbereiding bijeenkomsten Studenten moeten elke bijeenkomst voorbereiden door studie van, en reflectie over de literatuur van de voorgaande week.
Bijdrage aan groepswerk Studenten worden in de gelegenheid gesteld om actief deel te nemen aan de discussie over de stof, via intercollegiale discussie van andermans reflecties.
Toetsen tussentoets (30%), eindtoets (40%) en "actieve aanwezigheid" (incl. iedere week een reflectie van max. 600 woorden; de twee beste worden beoordeeld) (30%).
Wat wordt er beoordeeld Kennis en begrip van filosofische argumenten over actuele kwesties met betrekking tot de kunsten, alsook van de belangrijkste —meest hedendaagse— posities hierover.
Aspecten van academische vorming 1. Bestuderen en analyseren van informatie.
2. Schrijven (algemeen) - diverse typen teksten plannen, schrijven, herschrijven en afwerken.
3. Wetenschapsfilosofische context.
 
Verplicht studiemateriaal
 
boek: Neill, Alex, and Aaron Ridley, eds. 2007. Arguing About Art. Contemporary Philosophical Debates. Third Edition. London and New York: Routledge. (Kosten: € 27,00) Enkele artikelen (Kosten: € 3,00)

 

College overzicht

Interessante tentoonstellingen

N.n.b. (meld me even wat jou interessant lijkt)

Een film over Han van Meegeren. om een reflectie over te schrijven!

13, 25, 26 en 27 oktober zijn er in TivoliVredenburg concerten van het Radio Filharmonisch Orkest olv Jules van Hessen in de serie 'Uitgeleg'. Het idee van deze serie is dat de bezoekers eerst uitleg krijgen over het stuk en zijn context om het beter te begrijpen. De kaartjes zijn zeer goed betaalbaar.

Week 1 [Geen Colleges!]

maandag 5 september 2016
Geen College, vanwege introductie

Ook geen werkgroepen.

donderdag 8 september 2016
Geen College, Docent afwezig.

Kijk naar deze documentaire over Lee Strassberg, de man achter Method Acting, met Nlse ondertitels (we komen hier in college 9 op terug):

https://www.youtube.com/embed/npQm7-GjRQs
Week 2 [Inleiding en Vervalsing]

maandag 12 september 2016
College 1 Inleiding: De tijd en ruimte van de kunstvormen

Magritte:  Condition Humaine

La Condition Humaine.

René Magritte, 1933.

Wat is filosofie? Wat zijn open en gesloten vragen? Wat is filosofie van de kunst? Is het wel een zelfstandige filosofische discipline? Hoe verhoudt ze zich tot andere filosofische disciplines, als epistemologie, ethiek en ontologie? Wat is er typisch voor de analytische benadering? Wat is kunst? Is kunst niet ten einde? Bij voorbeeld, omdat ze filosofie is geworden (Danto over Warhols "Brillo dozen" of, misschien, omdat de wereld van de kunsten digitaliseert.
Wat zijn de thema's? Vandaag: de ruimte en tijd die ieder van de kunstvormen innemen. Hoe gaan we in deze cursus te werk?

Voorbeelden

A History of Art Forgery, met veel voorbeelden uit alle tijden.
Crimes against Art
Matthew Hunt's page on censorship
Entartete Kunst tentoonstelling van Nazi's van kunst die weigert "in het gelid te lopen".
Marco Evaristti stelt een goudvis in een blender tentoon. Zie: Liquidising goldfish 'not a crime'
Günther Von Hagens' geplastificeerde lijken. (Körperspende-Formulare); "Mein Plastinationslabor ist der postmortale Schönheitssalon der Moderne! Wir verjüngen Körper, präparieren unschöne Dinge wie Runzelhaut und Falten einfach weg."

Waar we op college naar gaan kijken of luisteren:

  • Godard, Les Carabiniers. (selectie: 3 min.)
  • Ben Lewis: Art Safari: Relational Art (20 min.) (discussie)

donderdag 15 september 2016
College 2 Vervalsing

Waarom vinden we een vervalsing minder waard dan zijn origineel? Zien we het verschil wel (als de vervalsing perfect is)? Hoe stellen we vervalsing vast? Hoeveel typen vervalsing bestaan er en welke soorten authenticiteit zijn daarbij in het geding? Wat is authenticiteit?
Muziek kan niet vervalst worden, dankzij notatie-schrift. De partituur heeft de muziek dus van vervalsing geëmancipeerd. Dat was voordat we muziek-uitvoeringen konden vastleggen. Nu lijkt de CD muziek weer van de partituur te emanciperen. Uitvoeringen kun je vervalsen (denk aan Joyce Hatto).

Waar we op college naar gaan kijken of luisteren:
Jeff Koons, "German Shepherd Puppies". (The late show) [duur: 13 minuten]; jazz pianist, Lennie Tristano: "Turkish Mambo"
Internet:
Appropriationistische jazz-musici spelen Miles Davis' Kind of Blue. Oordeel zelf.
Reproducties en toelichting over Han van Meegeren
Andere vervalsingen enlisted only
Over de vernieling en restauratie van Barnet Newman's Cathedra, in 1997
Interview met Jeff Koons, door Klaus Ottmann, 1988, Journal of Contemporary Art.
over Koons's cases
Paul Bloom: The Origins of Pleasure

Vooraf lezen:

Neill & Ridley, Arguing about Art, Part 3. Fakes and Forgeries:

Dutton, Denis. 2007. “Artistic Crimes.” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 102–14. London: Routledge. Lessing, Alfred. 2007. “What is Wrong with a Forgery?” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 89–101. London: Routledge.

Verder lezen? (Geen toetsstof)

Denis Dutton on Forgery and Plagiarism Levinson, Jerrold. 2004. “Defining Art Historically.” In Aesthetics and the Philosophy of Art. The Analytic Tradition, edited by Peter Lamarque and Stein Haugom Olsen, 27–35. Oxford, etc.: Blackwell Publishing.
Week 3 [Authenticiteit & Popmuziek]

maandag 19 september 2016
College 3 Authentieke uitvoering van oude muziek

Moet Bach op clavecimbel of juist op piano? Als we ons afvragen hoe Bach uitgevoerd moet worden, van wat voor soort "moeten" is dan sprake? Hoe heeft Bach het zelf bedoeld? (En (waarom) interesseren ons zijn bedoelingen? Is het niet genoeg als de muziek mooi is?
Waar we op college naar gaan kijken of luisteren:

Gustav Leonhardt in Straub en Huillet

Gustav Leonhardt speelt Bach

Jean-Marie Straub en Danièle Huillet: Chronik der Anna Magdalena Bach (1968).

Bach's Goldberg Variationen, door Glenn Gould en Gustav Leonard.
Roger Scruton: "The real thing" [selectie; duur: 70 minuten]

Vooraf lezen:

Neill & Ridley, Arguing about Art, Part 2. The 'Authentic' Performance of Music:

Davies, Stephen. 2007. “Authenticity in Musical Performance.” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 59–70. London: Routledge. Young, James O. 2007. “The Concept of Authentic Performance.” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 71–82. London: Routledge.

Verder lezen? (voor paper)

Dodd, Julian. 2002. “Defending Musical Platonism.” The British Journal of Aesthetics 42:380–402. Gadamer, Hans-Georg. 2001. “Esthetica en Hermeneutiek.” Feit & fictie V:111-19. Gerwen, Rob van. 2001. “Gadamer over gelijktijdigheid.” Feit & fictie V:120-28.



Authenticiteit in de performance-kunst. Marina Abramowic: the Artist is present (selectie: 3.37 min.).

donderdag 22 september 2016
College 4 Populaire muziek

Eerst emancipeert muziek van zang (autonome muziek; instrumentele muziek), dan van het lichaam van de uitvoerder (door de partituur); in popmuziek zijn beide weer op volle sterkte terug.

In klassieke muziek hangt de identiteit van een werk af van de notatie in de partituur. In popmuziek van degenen die de muziek uitvoeren. Veel meer mensen houden van popmuziek dan van klassieke muziek, en misschien wel om andere redenen: wat zegt dat over onze cultuur?

Waar we op college naar gaan kijken of luisteren:

  • Albert Ayler, Summertime
  • Jimi Hendrix en Stevie Ray Vaughan: "Voodoo Child"

Vooraf lezen:

Gerwen, Rob van. 2014. “Muziek als een kunst.” In Muziek ervaren. Essays over muziek en filosofie, edited by Rob van Gerwen, Oane Reitsma, and Marlies De Munck, 41–57. Budel: Damon. Scruton, Roger. 2007. “The Decline of Music Culture.” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 121–36. London: Routledge.

Verder lezen? (Geen toetsstof)

Gracyk, Theodore. 2007. “Music’s Worldly Uses, or How I Learned to Stop Worrying and to Love Led Zeppelin.” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 137–50. London: Routledge.
Week 4 [Fotografie: kunst of journalistiek?]

maandag 26 september 2016
College 5 Fotografie als een kunst

Fotografie is een causaal procédé en de kunstenaar kan er zijn artistieke intenties niet in kwijt. Daarom is fotografie geen kunst. (Scruton)

Van de tekst van Roger Scruton is in Neill & Ridley's reader de laatste paragraaf (11) weggelaten. Hierin bevinden zich Scrutons argumenten over het inherent pornografische karakter van fotografie. Die paragraaf, en dus het volledige artikel, eindigt als volgt:

"Convention in art, as Freud saw, is the great destroyer of fantasies. It prevents the ready realization of scenes that fascinate us, and substitutes for the creation of mere semblance the elaboration of reflective thought. The cinema has been devoted from its outset to the creation of fantasies. It has created worlds so utterly like our own in their smallest details that we are lulled into an acceptance of their reality, and persuaded to overlook all that is banal, grotesque, or vulgar in the situations which they represent. [..] It is entirely beguiling in its immediacy [..].
Moreover, the cinema, like the waxworks, provides us with a ready means of realizing situations which fascinate us. It can address itself to our fantasie directly, without depending upon any intermediate process of thought. This is surely what distinguishes the scenes of violence which are so popular in the cinema from the conventionalized death throes of the theatre. And surely ity is this too which makes photography incapable of being an erotic art, in that it presents us with the object of lust rather than a symbol of it: it therefore gratifies the fantasie of desire long before it has succeeded in understanding or expressing the fact of it. The medium of photography, one might say, is inherently pornographic" (p. 126)

Waar we op college naar gaan kijken of luisteren:

Foto's

Vooraf lezen:

Neill & Ridley, Arguing about Art, Part 6. Photography and Representation

Scruton, Roger. 2007. “Photography and Representation.” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 213–32. London: Routledge. Lopes, Dominic McIver. 2007. “The Aesthetics of Photographic Transparency.” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 233–45. London: Routledge. Philips, Dawn M. 2007. “The Real Challenge for an Aesthetics of Photography.” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 246–50. London: Routledge. Currie, Gregory. 1998. “(On Scruton, on Photography).” In Image and Mind, 72–74. Cambridge, New York: Cambridge University Press.

herkomst van het citaat hierboven:

Scruton, Roger. 1983. “Photography and Representation.” In The Aesthetic Understanding: Essays in the Philosophy of Art and Culture, 102–126. London, New York: Methuen.

donderdag 29 september 2016
College 6 Iconische afbeeldingen en iconische foto's

Picasso's Guernica is zeker een iconische afbeelding, maar wanneer is een foto iconisch? Waaraan moet een foto voldoen om een iconische status te krijgen? Iconische foto's zijn doorgaans esthetisch erg sterk en ze geven in een oogopslag een dramatische scene in zijn essentie weer. Ze laten het lijden van individuen zien, maar portretteren ze die individuen? Zijn iconische foto's kunstwerken? Is er misschien een historisch verband met Byzantijnse iconen?

Vietnam, napalm aanval

Nick Ut, ``Cong Huynh, Vietnam''.

The Associated Press. Trangbang, South Vietnam, 8 June 1972. Phan Thi Kim Phuc flees from the scene where South Vietnamese planes have mistakenly dropped napalm. (World Press Photo, 1972).

Waar we op college ook naar gaan kijken of luisteren:

Iconische foto's

Vooraf lezen:

Gerwen, Rob van. 2013. “Wachten op beeld. De tragische retorica van iconische foto’s.” Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte 105 (1): 40–54.

Verder lezen? (Geen toetsstof)

Benjamin, Walter. 2008. “The Work of Art in the Age of Mechanical Reproduction.” In Aesthetics: A Comprehensive Anthology, edited by Steven M. Cahn and Aaron Meskin, 327–343. Oxford: Blackwell. online Je kunt de tekst uiteraard ook in het origineel lezen: Benjamin, Walter. 1973 (1936). “Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit.” In Das Kunstwerk im Zeitalter seiner technischen Reproduzierbarkeit, Walter Benjamin, 7–64. Frankfurt am Main: Suhrkamp. Gerwen, Rob van. 2006. “Nader tot het beeld. Over spiegels, foto’s en aurata.” Feit & fictie, vol. VI, 32-42.
Week 5 [Schilderkunst & Tussentoets]

maandag 3 oktober 2016
College 7 Schilderen als een kunst

Iedereen heeft wel eens geverfd, maar wat maakt schilderen tot een kunst? Kunnen apen kunstwerken schilderen? En computers? En hoe staat het met schilders die andermans werken letterlijk naschilderen en dit als hun eigen werk presenteren (appropriationisten)—een vervalsing die als authentiek wordt gepresenteerd?

Kindertekening

Kindertekening.

Dit is toch ook kunst? Waarom niet?

Waar we op college naar gaan kijken of luisteren:

  • Henri-Georges Clouzot: Le Mystère Picasso [duur: 75 minuten--selectie]

Vooraf lezen:

Irvin, Sherri. 2005. “Appropriation and Authorship in Contemporary Art.” The British Journal of Aesthetics 45:123–37. Wollheim, Richard. 1993. “Pictorial Style: Two Views.” In The Mind and its Depths, 159-170. Cambridge (Mass.), London (England): Harvard University Press.

Verder lezen? (Geen toetsstof)

Goldblatt, David. 1984. “Self-Plagiarism.” Journal of Aesthetics and Art Criticism 43:71–77. "http://www.jstor.org/stable/430193" McFee, Graham. 2001. “Richard Wollheim on Representation (and Expression).” In Richard Wollheim on the Art of Painting. Art as Representation and Expression, edited by Rob van Gerwen, 151–70. Cambridge, New York: Cambridge University Press.

donderdag 6 oktober 2016 : tussentoets
Tijd en locatie

De toets gaat over de stof die tot aan het college over schilderkunst van afgelopen maandag behandeld is (dus schilderkunst behoort tot de stof voor de eindtoets).

Week 6 [Fictie & Film]

maandag 10 oktober 2016
College 8 Ficties en emoties

Ficties zijn onwerkelijk, dus zijn de emoties die wij over het personage van een 'tearjerker' voelen geen echte emoties.

Waar we op college naar gaan kijken of luisteren:

  • Lee Strassberg's Actors' Studio (Het uur van de wolf) [duur: 60 minuten; zie boven voor Youtube]

Vooraf lezen:

Neill & Ridley, Arguing about Art, Part 7. Feelings and Fictions:

Neill, Alex. 2007. “Fiction and the Emotions.” In Arguing About Art. Contemporary Philosophical Debates. Third Edition, edited by Alex Neill and Aaron Ridley, 272–90. London and New York: Routledge. Walton, Kendall L.. 2007. “Fearing Fictionally.” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 257–71. London: Routledge.

Verder lezen? (Geen toetsstof)

Carnicke, Sharon Marie. 2000. “Stanislavsky’s System. Pathways for the Actor.” In Twentieth-Century Actor Training, edited by Alison Hodge, 11–36. London: Routledge.

donderdag 13 oktober 2016
College 9 Hollywood or Bust? (wat zien we in een film?)


Door met de camera op de tranen in te zoomen breng je een gevoelsleven beter over (of niet?)?

Om wiens gevoelsleven gaat het in films? Toch zeker niet dat van het personage, want dat bestaat niet:
Gregory Currie, in Image and Mind, waarin filosofie van de film wordt bedreven in het licht van recente ontwikkelingen in de 'cognitive science', stelt dat "A fiction does not have the kinds of properties-shape, size, colour-that could be represented pictorially."
Waar we op college naar gaan kijken of luisteren: (De vele mogelijke functies van montage).

  • Søderbergs The Limey (Selectie)
  • 24
  • Stanley Kubrick: The Shining (Selectie)
  • Oliver Stone: The Doors (Selectie)

Vooraf lezen:

Walton, Kendall L. 1998. “On Pictures and Photographs: Objections Answered.” In Film Theory and Philosophy, edited by Richard Allen and Murray Smith, 60-75. Oxford: Oxford University Press. Gerwen, Rob van. 2002. “De ontologische drogreden in de analytische esthetica.” Algemeen Nederlands Tijdschrift voor Wijsbegeerte 94:109-123. enlisted only
Week 7 [Pornografie & Kunst en Moraal]

maandag 17 oktober 2016
College 10 Pornografie en kunst.

Wat is het verschil tussen pornografie en erotiek? En kunst?

Waar we op college naar gaan kijken of luisteren:

Vooraf lezen:

Neill & Ridley, Arguing about Art, Part 10. Pornography and Eroticism:

Kieran, Matthew. 2007. “Pornographic Art.” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 368–80. London: Routledge. Levinson, Jerrold. 2007. “Erotic Art and Pornographic Pictures.” In Arguing about art. Contemporary Philosophical Debates. Third edition, edited by Alex Neill and Aron Ridley, 381–92. London: Routledge.

Verder lezen?

Gerwen, Rob van. 2013. “How To Do Things With Pictures. On the Incommensurability of the Pictorial Practices of Pornography and Art.” (Blackboard, ms.) Gerwen, Rob van. 2004. “Pornografie en propaganda in de kunst.” In Transgressie in de kunst. Jaarboek voor esthetica 2004, edited by Bart Vandenabeele en Koen Vermeir, 129–36. Budel: DAMON. »  (Internet) Uidhir, Christy Mag. 2009. “Why Pornography Can’t Be Art.” Philosophy and Literature 33:193–203.

donderdag 20 oktober 2016
College 11 Kunst, de moraal ... en censuur.

Kunnnen kunstwerken wel moreel beoordeeld worden?

Moeten onze oordelen over kunstwerken, zoals Kant zegt, belangeloos zijn, zonder ieder belang ("Interesse") bij het bestaan van het ding--maar kunnnen kunstwerken dan wel moreel beoordeeld worden, en: kunnen ze wel moreel relevant zijn?
En mochten we een kunstwerk moreel veroordelen is censuur dan de volgende stap? Is censuur te verdedigen?

Waar we op college naar gaan kijken of luisteren:

  • Leni Riefenstahl: Triumf des Willens (propaganda or art?)
  • Ice Cube: Givin' up the nappy dug out
  • Belvaux C'est arrivé près de chéz vous. [duur: 90 minuten--selectie]
  • Naughton Henri. Portrait of a Serial Killer. [duur: 90 minuten--selectie]

Vooraf lezen:

Gerwen, Rob van. 2004. “Ethical Autonomism. The Work of Art as a Moral Agent.” Contemporary Aesthetics, vol. 2. (114K) Devereaux, Mary. 1993. “Protected Space: Politics, Censorship, and the Arts.” Journal of Aesthetics and Art Criticism 51:2:207–15. "http://www.jstor.org/stable/431387" Shusterman, Richard. 1984. “Aesthetic Censorship: Censoring Art for Art’s Sake.” Journal of Aesthetics and Art Criticism 43:171–80. "http://www.jstor.org/stable/429991"

Verder lezen?

Anderson, J. C., and J. T. Dean. 1998. “Moderate Autonomism.” The British Journal of Aesthetics 38:150-66. Carroll, Noël. 1996. “Moderate Moralism.” The British Journal of Aesthetics 36:223-38. Greenberg, Clement (1980): Autonomies Of Art Lees hier wat Kant bedoelt
Week 8 [Implicatiekunst & 2e Beste Reflectie]

maandag 24 oktober 2016
College 12 Is Implicatiekunst Immoreel?

L A Raeven: Wildzone (videostill)

L A Raeven: Wildzone (videostill)

Annorexia als kunst. Wat gebeurt er met de kijker?

Ervan uitgaand dat kunst alleen historisch gedefinieerd kan worden (Levinson) en dat kunst een autonome praktijk is, is de recente opkomst van overduidelijk immorele kunstwerken waarin vissen of mensen mishandeld worden omwille van een esthetische beleving bij het publiek, stelt ons voor een dilemma. Ofwel kunnen deze werken geen kunst zijn omdat ze immoreel zijn ofwel zijn het wel kunstwerken en heeft hun immorele aard een andere betekenis. In dat laatste geval zouden het gewoon instanties van bestaande kunstvormen kunnen zijn (met een immoreel aspect)---maar dat lijkt niet het geval. In plaats daarvan lijken ze iets geheel nieuws in de kunst, een nieuwe kunstvorm.
We bespreken voorbeelden van deze nieuwe kunstvorm--Implicatiekunst en laten zien dat ze door een eigen procede gekenmerkt worden en dat dat een artistiek procede is. Die twee-trapsbenadering is nodig omdat de definitie van kunst in het licht van het verleden (de historische definitie) opengebroken moet worden om revolutionaire nieuwe kunstvormen in de kunst te kunnen incorporeren.
Het procede van Implicatiekunst heeft te maken met de manier waarop de kijker geïmpliceerd wordt in het immorele aspect van een werk; waardoor zijn morele intuïties in een beleving (niet slechts een gedachte) worden opgewekt.

Vooraf lezen:

Gerwen, Rob van. 2013. “How the Present Rise of Implication Art Helps Clarify Both the Definition and the Moral Autonomy of Art. A Post-Script to Ethical Autonomism.” ms. (Blackboard)

Verder lezen?

donderdag 27 oktober 2016:
Geen college! (deadline 2e beste reflectie)

Week 9 [Eindtoets]

maandag 31 oktober 2016: eindtoets
Tijd en locatie

Over alle stof beginnend met college 7 over schilderkunst.