Rob van Gerwen's | Welcome | Teaching | Research | Contact | Weblog | Sitemap | Consilium Philosophicum

Courses | Index | Guest lectures | Inleiding kunstfilosofie (UU) | Kunst en het kwaad (UU) | Wetenschapsfilosofie in contex (UU) | HUM291 Reason, Truth and Beauty (UCU)
Extra-curricular Blackboard | UCU-Workspace | Tutoraat | Academische Master | Scripties | Leeronderzoek esthetica | Mind and Art | Art and morality | Capita Selecta Aesthetics

Rob van Gerwen

 01   02   03   04   05   06   07   08   09   10   11   12   13 
 14   15   16   17   18   19  blog extra's begrippenlijst Blackboard
dr. Rob van Gerwen

Argumentatieleer

WB2BD3002
periode 4, 2011-12

15 May 2012

Inhoudsopgave

| inhoud | opzet | doelgroep | regels | literatuur | deadlines | locatie | bijeenkomsten |

Vooraf ...

De inschrijving voor deze cursus loopt via OSIRIS, voor periode 4: maandag 7 november 0.00 uur — donderdag 10 november 16.00 uur (ingekort vanwege plaatsingscommissie; vrijdag 18 november krijg je bericht van plaatsing). Wijzigingsdagen voor periode 4: ma 2 april + di 3 april 2012. Je kunt je alleen inschrijven voor niveau 2; deze cursus kent geen niveau-3.
De cursus biedt twee hoorcolleges, op woensdagmiddag en vrijdagochtend; de vrijdag-colleges worden gevolgd door een werkgroep: de tijden zijn voor alle studenten gelijk. (Ik zeg dit hier expliciet omdat de gegevens in Osiris aanleiding blijken te geven tot misverstanden hieromtrent!)

Argument

Argumentatie

Een redenering presenteren in een context.

Inhoud van de cursus

In de cursus Argumentatieleer gaan we ons ten eerste bezig houden met theorieën over argumentatie. De argumentatietheoreticus houdt zich bezig met de bestudering van een verschijnsel dat we voorlopig, met Van Eemeren en Grootendorst, als volgt kunnen definiëren:
Argumentatie is een verbale, sociale en rationele activiteit die erop gericht is een redelijke beoordelaar van de aanvaardbaarheid van een bepaald standpunt te overtuigen door de in het standpunt uitgedrukte propositie door middel van een constellatie van proposities te rechtvaardigen of te ontkrachten.
De moderne argumentatietheorie vindt zijn oorsprong in de Griekse oudheid, m.n. bij Aristoteles. Logica, dialectica en retorica vormden de drie pijlers van het vak. In de Romeinse periode (m.n. door Cicero) is het vak verder ontwikkeld. Het ligt daarom voor de hand om deze inleiding historisch aan te vangen. Daarnaast wordt aandacht besteed aan recentere theoretische ontwikkelingen. In de cursus zullen we ons niet alleen bezig houden met theorieën over argumentatie, maar ook met technieken voor het analyseren van argumentaties; er is ook tijd ingeruimd voor het oefenen in argumentatie-analyse. Allerlei soorten argumenten en drogredenen zullen de revue passeren en er zal gelegenheid zijn om redeneringen te analyseren en te beoordelen. Daarnaast vormt een rode draad door de cursus het inzicht dat we niet alleen met taal argumenteren, maar ook met gedrag, met emoties en humor, en met afbeeldingen. Er zullen enkele analyse-methoden voor zulke niet-talige argumentatie besproken en toegepast worden.

Opzet van de cursus

De cursus omvat een historisch, een theoretisch en een praktisch deel. De hoorcolleges gaan over de analysetechnieken, aan de hand van het handboek over "Critical Thinking", zowel als over de geschiedenis van de argumentatieleer, en theoretische ontwikkelingen dienaangaande, aan de hand van losse teksten (zie onder). In de werkgroepen oefenen we het herkennen, uitschrijven en beoordelen van argumenten.
Aan de werkgroepen wordt actief meegedaan. Het 'huiswerk' in deze cursus bestaat uit het bestuderen van de voorgeschreven literatuur volgens het college-overzicht op deze website. Bovenop dit werk maken studenten twee individuele keuzeopdrachten, en maken ze groepsgewijs een analyse van een visuele argumentatie.

Voorkennis en doelgroep

Deze niveau-2 cursus kent geen inhoudelijke ingangseisen (wel een propedeuse), waardoor ook niet-filosofen toegang hebben. Belangstellenden kunnen deze cursus beschouwen als een academisch contextvak. Argumenteren is immers een discipline-overstijgende vaardigheid die voor iedere academicus van groot belang is.

Voorbereiding werkgroepen. In de werkgroepen bespreken we enkele historische en theoretische teksten en oefenen we met argumentatie-analyse. Studenten hebben de aangegeven tekst vooraf grondig gelezen. Waar het gaat om meer inhoudelijke teksten concentreer je dan op drie soorten vragen:

  1. Wat kunnen wij van de tekst leren?
  2. Hoe verhoudt de centrale these zich tot die van voorgangers?
  3. Als wij de centrale stellingen van de tekst zouden aanvaarden wat zou dat dan voor (problematische) implicaties moeten hebben?

Voor de werkgroepen en colleges geldt een aanwezigheidsplicht. Wie meer dan drie bijeenkomsten mist, schrijft als vervanging een extra opdracht over een door de docent te kiezen onderwerp.
Bij de toetsen worden alle tot dan behandelde teksten en onderwerpen bekend verondersteld.

Voorgeschreven literatuur

Bowell, Tracy, and Gary Kemp, eds. 2010. Critical Thinking. A Concise Guide. 3rd. London, New York: Routledge. [ISBN 13: 9780415471831 ISBN 10: 0415471834]
Losse teksten, opdrachten en oefeningen, ofwel via Blackboard, ofwel zelf te downloaden via de UB: Omega. Doe dit ofwel vanaf een locatie op de UU, of via deze link vanaf iedere andere locatie.

Toetsing

Bij het missen van een deadline geldt een korting op het cijfer van 20%--Je behoudt recht op 80% van je cijfer tot een week na de gemiste deadline, daarna geldt de opdracht als gemist.
De toetsing heeft betrekking op de volgende leerdoelen:

Leerdoelen
1. Kennis van de hoofdlijnen van de (geschiedenis van de) argumentatietheorie,
2. Vaardigheid in het analyseren en herkennen van argumentaties.
3. Kritische verwerking van een theoretische benadering van de argumentatietheorie.

Het eindcijfer voor de cursus is opgebouwd uit een aantal onderdelen. Er zijn maximaal 100 punten (eindcijfer 10) te vergaren en wel op de volgende wijze:

Cijfer-opbouw (voor data, zie lager)
aantal punten Twee toetsen
max. 20 Tussentoets, halverwege de cursus (leerdoelen 1, 2 en 3)
max. 30 Afsluitend tentamen (individueel) (leerdoelen 1, 2 en 3)
Drie opdrachten
max. 15 Groeps-opdracht: schrijf een van de teksten die op Blackboard wordt aangeboden voor de helft om in standaard-notatie. (leerdoel 2)
max. 20 Groeps-opdracht: argumentatie-beoordeling: beoordeel de tekst die in de eerste opdracht in standaardnotatie is omgezet. (leerdoel 3)
max. 15 Groeps-analyse visuele argumentatie (leerdoel 2)

Voor deze cursus gelden de universitaire BaMa-regels m.b.t. reparatie: men heeft alleen recht op reparatie van een onvoldoende eindcijfer als aan alle verplichtingen is voldaan en het eindcijfer tenminste een 4 is. Deze verplichtingen zijn:

De opdrachten Nieuw

In tegenstelling tot eerdere berichten worden voortaan alle opdrachten groepsgewijs gemaakt. Deze wijziging is ingegeven door het inzicht dat analyses van argumentaties afhankelijk zijn van interpretatie, en er dus niet een juiste analyse is. Er zijn echter wel betere en slechtere interpretaties/analysen. Meer mensen zien meer dan één!
We zullen de indeling van kleine groepjes op Blackboard accommoderen. Studenten die hun groepje anders wensen samen te stellen, kunnen hiervoor langs komen, met dit voorbehoud: alle leden van een groepje moeten deel uitmaken van een en dezelfde fysieke werkgroep (1 of 2).

Verplichtingen
1. Men heeft aan de toetsmomenten meegedaan en de opdrachten op tijd ingeleverd
2. Men heeft niet meer dan 20% van de colleges gemist;
3. Men heeft de colleges naar behoren voorbereid.

Een eventuele reparatie moet voor periode 1 van volgend studiejaar plaatsvinden.

Data
Groeps-Opdracht standaard-notatie: Zondag 13 mei 2012 — 24.00 uur e-mail
Tussentoets: woensdag 23 mei 2012 13.30-16.30 uur, Ruppert 040
Groeps-Opdracht argumentatie-beoordeling: zondag 27 mei 2012 — 24.00 uur e-mail
Groeps-analyse visuele argumentatie: Zondag 17 juni 2012 — 24.00 uur e-mail
Eindtoets: woensdag 27 juni, 2012 13.30-16.30 uur, Drift 21 032

Locatie (vastgesteld d.d. 12 april 2012)

Bijeenkomsten:
Woensdag, 13.15-15.00 u.: hoorcollege: Drift 25, 002
Vrijdag, 9.00-10.45 u.: hoorcollege: Ruppert A
Vrijdag, 11.00-12.45 u.: werkcollege groep 1: Ruppert, 111; werkcollege groep 2: Ruppert, 136

Loading...

Indeling bijeenkomsten

Week 1 [Inleidend]
woensdag 25 april, 2012

1, Hoorcollege I,
Informele Logica en gesprekken

...Truth springs from argument amongst friends.David Hume...

Inleiding. Wanneer is een uitspraak een argument, wat is argumentatie? Verschillen argumentatieleer (informele logica) en logica. Hoe expliciet moet een argument zijn om er een te zijn?
Hoe stel je vast wat iemand bedoelt als hij het niet letterlijk gezegd heeft? Welke rol speelt het publiek en de context van een gesprek/speech?

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2010. “Introducing Arguments.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 3–26. London, New York: Routledge.

Verder lezen?

Johnson, Ralph H., and J. Anthony Blair. 1996. “Informal logic and critical thinking.” In Fundamentals of Argumentation Theory, edited by F. van Eemeren, R. Grootendorst, and F. Snoeck Henkemans, 383–86. Mahwah, NJ: Lawrence Erlbaum Associates. Johnson, Ralph H. 1999. “The relation between formal and informal logic.” Argumentation 13:265–74. Johnson, Ralph H. 2000. “Informal logic: An overview.” Informal Logic 20:93–99.

1. Ter voorbereiding: tekst: "What is an Argument?"
2. Epicurus? achter gordijn: eerst vertellen, dan om uitleg vragen; Ook Miles Davis met rug naar publiek; uitleg vragen; Dan zelf met rug naar de zaal??
3. Waarom overleefden er procentueel veel minder Britten dan Amerikanen de ramp met de Titanic?; Eerst dicussie over deze grap: hoe zijn wij als a. academici, b. Nederlanders bij de grap betrokken? Dan: "dit is door de BBC in een onderzoek vastgesteld"; Dan discussie: hoe is het publiek nu op het argument betrokken?

Youtube-filmpje Theo Maassen en Patricia Paay bij DWDD over haar reportage in de Playboy, op 60-jarige leeftijd. (Zij wint het gesprek omdat ze rustig blijft; hij verliest met die ene opmerking over zijn necrofiele vriend: die opmerking is zo over de grens dat hij het publiek volledig verspeelt).
Het gaat er niet om wie er gelijk heeft (of Maassen gelijk heeft is niet ad orde); het gaat erom dat je je publiek wint

vrijdag 27 april 2012

2a, Hoorcollege II,
Oefeningen argumentatie-analyse.

Hoe herken je argumenten; hoe analyseer je ze; hoe stel je impliciete argumenten vast? Wat is de relatie tussen de woorden en de context waarin ze geuit worden?

Verplichte literatuur (lees vóór bijeenkomst)

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2010. “Language and Rhetoric.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 27–54. London, New York: Routledge.

Verder lezen?

Austin, J. L. 1962. How to Do Things with Words. Oxford: Oxford University Press. Walton, Douglas N. 1990. “What is Reasoning? What Is an Argument?” The Journal of Philosophy 87:399–419. stable url

2b, Werkgroep I
Oefeningen argumentatie-analyse.

We maken en bespreken opdrachten uit Bowell & Kemp, aan het einde van de hoofdstukken 2 en 3.
En zetten deze tekst in standaardnotatie om: een professor en een student discussiëren over het bestaan van God

Week 2 [Historische Achtergrond]
woensdag, 2 mei 2012

3, Hoorcollege III
Geschiedenis argumentatieleer: Plato tegen de sofisten

David: De dood van Socrates

De dood van Socrates

Jacques-Louis David.

Sofisten waren rondreizende leraren die tegen betaling argumentatie doceren aan politici, juristen, rijken. Plato verzette zich hiertegen en stelde de dialektiek voor als een waardevrije zoektocht naar definities en waarheid. Inleiding op Plato's Apologie, waarin we lezen hoe Socrates zich (niet) verdedigt bij zijn veroordeling tot de gifbeker voor het bederven van de jeugd: een dialektisch denkende sofist die zich niet laat betalen om te voorkomen dat hij zijn broodheren naar de mond gaat praten.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Plato's Apologie (online) Plato Phaedrus (selectie) Paul Woodruff. 2006. "Rhetoric and relativism: Protagoras and Gorgias". Cambridge Companion on Early Greek Philosophy, 290-310.

Verder lezen?

F.H. van Eemeren en R. Grotendorst. "Klassieke invloeden in de moderne Argumentatietheorie". (voordracht; Blackboard) "The Sophists". The Columbia History of Western Philosophy, Richard Popkin (ed.), 20-32 Plato Gorgias Plato: Works online
vrijdag 4 mei, 2012

4a, Hoorcollege IV
Aristoteles' Retorica en Cicero

Aristoteles: Argument en enthymeem (Hoofdstuk uit Rhetorica). Onderscheid tussen logos, ethos en pathos. Romeins-Hellenistische retorica.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Marc Huys: "Bill Clinton, Monica Lewinsky en de Rhetorica van Aristoteles", Kleio 29 (2000), p. 110-134. Hier gereproduceerd met vriendelijke toestemming van de auteur
Bill Clinton: de Monica Lewinski-affaire (17 augustus 1998)

Verder lezen?

Aristoteles Rhetorica (online, selectie) Diagonaal lezen Cicero: De Orator. De Rijk. "De Methode Aristoteles."
Tekst Analytica posteriora [logica] Tekst Topica [dialectica] Eleonore Stump, Dialectic and Aristotle's Topics

4b, Werkgroep II
Argumentatie-Analyse Obama's Inaugurale rede

President Obama

President Barack Obama

Officieel portret.

In het werkgroep-deel: analyse, in groepjes, van Obama's Inaugurale rede. Lees de tekst vooraf thuis grondig door. Probeert Obama zijn gehoor ergens van te overtuigen? Waarvan dan?
De analyse bestaat uit twee onderdelen: 1. Pas Cicero's model toe (neem over van hoorcollege). 2. Onderzoek dan welke rol de zinnen die geen argumenten zijn in de speech spelen.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Obama's Inaugurale rede.

Verder lezen?

Martin Luther King, jr., "I have a Dream"
Bekijk in de klas, vanwege het visuele element!! de inaugurale rede van Obama.
Week 3 [Reconstructie en beoordeling]
woensdag 9 mei, 2012

5, Hoorcollege V
Reconstructie van argumentaties

Bij het omzetten van een argumentatie in standaard-notatie blijken sommige argumenten verzwegen, andere dubbel, en staan de argumenten niet altijd in de logische volgorde die ze in de argumentatie zouden moeten hebben. De reconstructie verschaft hier helderheid en overzicht.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2010. “The Practice of Argument-Reconstruction.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 118–168. London, New York: Routledge.

Verder lezen?

vrijdag 11 mei, 2012

6a, Hoorcollege VI
Beoordeling van argumentaties

Na de reconstructie van een argumentatie komt het moment waarop de argumentatie beoordeeld wordt. Welke problemen loopt men dan tegen het lijf?

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2010. “Issues in Argument-Assessment.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 169–201. London, New York: Routledge.

Verder lezen?

6b, Werkgroep III
Oefeningen Reconstructie en Analyse van argumentaties

We maken de oefeningen uit het boek van Bowell en Kemp, pp. 160--168.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2010. “The Practice of Argument-Reconstruction.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 160–168. London, New York: Routledge.

Verder lezen?

Frogel, Shai. 2009. “Who is the Addressee of Philosophical Argumentation?” Argumentation 23:397–408. Walton, Douglas, and Fabrizio Macagno. 2009. “Reasoning from Classifications and Definitions.” Argumentation 23:81–107.
Wij leveren de onderwerpen, middels tegengestelde artikelen. Visuele argumentatie, censuur en vrijheid van meningsuiting?
Week 4 [Voorbereiding Tussentoets]
Zondag 13 mei 2012 — 24.00 uur

Deadline opdracht standaard-notatie (zie Blackboard)

Zet een aantal pagina's van een van de teksten waaruit je (op Blackboard) kunt kiezen, om in standaard-notatie. Deze pagina's zul je bij de tweede opdracht gaan beoordelen, dus beperk je nu volledig tot het omzetten.

woensdag 16 mei, 2012 en vrijdag 18 mei, 2012

Geen colleges, o.a. vanwege Dag na Hemelvaart
Bereid eerste toets voor.

Week 5 [Tussentoets & Drogredenen]
woensdag 23 mei 2012

7 Eerste toets

Een deel multiple choice, een deel essay vragen, tekst-analyse

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Alle teksten en college-stof

vrijdag 25 mei 2012

8a, Hoorcollege VII
Drogredenen

Drogredenen en Pseudo-redenering; tegen de achtergrond van Aristoteles' De Sophisticis elenchis. [dialectica]
De 'standaardbenadering' en voorbeelden.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2010. “Pseudo-Reasoning.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 202–241. London, New York: Routledge.

Verder lezen?

Aristoteles' De Sophisticis elenchis online Leff, Michael. 2009. “Perelman, ad Hominem Argument, and Rhetorical Ethos.” Argumentation 23:301–311.

Analogies (witches burn because they are made of wood, which we know because they float just as ducks do, and must therefore be as light as ducks: wieghin them establishes that they are witches. Monty Python and the holy grail.)
Michael Gilbert, Prolegomena, re emotioneel argumenteren;
Poppers falsificatie-criterium als betekenisgarantie--no-true briton move voorlezen

8b, Werkgroep IV
Analyse Drogredenen

Analyse en bespreking van drogredenen in teksten van holocaust-ontkenners. Zet de gevonden drogredenen in standaardnotatie of laat zien van welke vaagheid, ambiguïteit of betekenisverschuiving gebruik wordt gemaakt.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Najarian, James. 1997. “Gnawing at History: the Rhetoric of Holocaust Denial.” The Midwest Quarterly 39:74–89. Omega
Bekijk ook deze top 20 van logical fallacies

Verder lezen?

Leff, Michael. 2009. “Perelman, ad Hominem Argument, and Rhetorical Ethos.” Argumentation 23:301–311.

Analogies (witches burn because they are made of wood, which we know because they float just as ducks do, and must therefore be as light as ducks: wieghin them establishes that they are witches. Monty Python and the holy grail.)
Michael Gilbert, Prolegomena, re emotioneel argumenteren;
Poppers falsificatie-criterium als betekenisgarantie--no-true briton move voorlezen

Week 6 [Wetenschappelijke Relevantie en Theoretische Ontwikkelingen]
zondag 27 mei 2012 — 24.00 uur

Deadline opdracht argumentatie-beoordeling

Beoordeel de argumentatie die je bij de eerste opdracht hebt omgezet, volgens de normen en technieken uit Bowell & Kemp.

woensdag 30 mei, 2012

9, Hoorcollege VIII
Deductieve Geldigheid en Inductieve kracht

Een argument is deductief geldig als de conclusie wel moet volgen gegeven de premissen van het argument. Maar wanneer hebben argumenten inductieve kracht?

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2010. “Logic: Deductive Validity.” In Critical Thinking. A Concise Guide, edited by Tracy Bowell and Gary Kemp, 3rd, 55–88. London, New York: Routledge.
____________. 2010. “Logic: Inductive Force.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 89–117. London, New York: Routledge.

Verder lezen?

Bowell, Tracy, and Gary Kemp. 2010. “Truth, Knowledge, and Belief.” In Critical Thinking. A Concise Guide, 3rd, 242–265. London, New York: Routledge.
vrijdag 1 juni, 2012

10a, Hoorcollege IX
Pragmadialektiek en nieuwe retorica

Men kan argumentaties ook zien als kritisch-rationele discussies waarbij er regels gelden zoals elkaar de gelegenheid geven zich uit te spreken, elkaar aanspreken op gevolgen van wat men zegt. Van Eemeren en Grotendorst zien de Pragmadialektiek als bijdrage aan het oplossen van meningsverschillen.
De nieuwe retorica van Perelman en Olbrechts-Tyteca: het slagen van een voordracht hangt af van de aard van het publiek.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Van Eemeren. "Pragmadialektiek" (incl. 10 geboden). van Eeemeren, Frans H., Rob Grootendorst, and Francisca Snoeck Henkemans, eds. 1997. Handboek Argumentatietheorie. Groningen: Martinus Nijhoff. 10.1 tm. 10.4 (Blackboard)

Verder lezen?

Amossy, Ruth. 2009. “The New Rhetorics Inheritance. Argumentation and Discourse Analysis.” Argumentation 23:313–324. Feteris, E.T. 1990. “Conditions and rules for rational discussion in a legal process: A pragma-dialectical perspective.” Argumentation and Advocacy. Journal of the American Forensic Association 26:108–117. Grice, Paul. 1991. Studies in the Way of Words. Cambridge: Harvard University Press. Bas Heijne, Emotionele Logica Kauffeld, Fred J. 2009. “Grice’s Analysis of Utterance-Meaning and Cicero’s Catilinarian Apostrophe.” Argumentation 23:239–257. Koren, Roselyne. 2009. “Can Perelman’s NR be Viewed as an Ethics of Discourse?” Argumentation 23:421–431.

Michael Gilbert: emotional messages.

Speech act theorie: argumentatie en het publiek. Met tekst de wereld willen veranderen, eventueel door eerst anderen te overtuigen. Speech act theorie biedt een mooi model voor argumentatieleer. De benadering van de pragmadialectiek.

10b, Werkgroep V
Oefening argumentatie-analyse.

...Generally speaking, the errors in religion are dangerous; those in philosophy only ridiculous.David Hume...

Vandaag wordt in de werkgroep een debat geanalyseerd tussen een filosoof en een micro-bioloog over religie en wetenschap.

Verplichte literatuur (print uit en lees vóór bijeenkomst).

Herman Philipse: Alleen de wetenschap is de maat der dingen, NRC, 13 december 2008. Rik Peels en Cees Dekker: Herman Philipse ziet spoken, NRC, 13 december 2008. (print uit en lees vóór bijeenkomst). Haarscher, Guy. 2009. “Perelman's Pseudo-Argument as Applied to the Creationism Controversy.” Argumentation 23:361–373.

Verder lezen?

Week 7 [Theoretische Ontwikkelingen]
woensdag 6 juni, 2012

11, Vandaag geen college

vrijdag 8 juni, 2012

12, Hoorcollege X
Walton en Toulmin.

Argumentatiemodel van Stephen Toulmin en de pragmatische analyse van Douglas Walton.

Toulmin-analyse

Sylvester Stallone is sterfelijk

Toulmin-analyse.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Walton, Douglas N. 1995. “Appeal to Pity: A Case Study of the Argumentum Ad Misericordiam.” Argumentation 9:769–784.

Verder lezen?

Daniel, Bonevac. 2003. “Pragma-dialectics and Beyond.” Argumentation 17:451–459. van Eeemeren, Frans H., Rob Grootendorst, and Francisca Snoeck Henkemans, eds. 1997. Handboek Argumentatietheorie. Groningen: Martinus Nijhoff. 5.1 t/m 5.3 Jackson, Sally, and Scott Jacobs. “Structure of Conversational Argument: Pragmatic Bases for the Enthymeme.” The Quarterly Journal of Speech LXVI:251–265. Walton, Douglas, and Thomas F. Gordon. 2009. “Jumping to a Conclusion: Fallacies and Standards of Proof.” Informal Logic 29:213–243. Walton, Douglas N., and Fabrizio Macagno. 2010. “The Argumentative Uses of Emotive Language.” Revista Iberoamericana de Argumentación, vol. 1. ____________. 2009. “Enthymemes, Argumentation Schemes and Topics.” Logique et Analyse 52:215–243. ____________. 2009. “Reasoning from Classifications and Definitions.” Argumentation 23:81–107. ____________. 2010. “Wrenching from Context: The Manipulation of Commitments.” Argumentation 24:283–317. Walton, Douglas N. 1979. “Ignoratio Elenchi: The Red Herring Fallacy.” Informal Logic 2:3–7. ____________. 1992. “Commitment, Types of Dialogue, and Fallacies.” Informal Logic 14:93–103. ____________. 1994. “Begging The Question As A Pragmatic Fallacy.” Synthese 100:95–131. ____________. 1996. “The Argument of the Beard.” Informal Logic 18:235–259. ____________. 1999. “Dialectical Relevance in Persuasion Dialogue.” Informal Logic, vol. 19. ____________. 2004. “Classification of Fallacies of Relevance.” Informal Logic, vol. 24. ____________. 2008. Informal Logic: A Pragmatic Approach. Cambridge, New York: Cambridge University Press. ____________. 2010. “Why Fallacies Appear to be Better Arguments Than They Are.” Informal Logic 30:159–184.

12b, Werkgroep V
Oefeningen Toulmin-analyse.

In de werkgroep analyseren we argumentaties volgens de benadering van Toulmin.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

"Using the Toulmin Model". (Blackboard)
Week 9 [Visuele argumentatie]
woensdag 13 juni, 2012

13, Hoorcollege XI
Visuele argumentatie

Roland Barthes zei ooit dat taal fictioneel is en hij bedoelde dat taal niet in staat is, zoals een foto dat kan, om te bewijzen dat de werkelijkheid waar hij over gaat ook echt bestaat, of bestaan heeft. Kan taal zijn waarheid bewijzen of is alle taal fictioneel? Dat roept belangrijke nieuwe vragen op: Wat zijn de verschillen tussen taal en afbeelding? En: kunnen we (in bepaalde gevallen) in een afbeelding een argumentatie identificeren, en hoe dan wel? Zijn er visuele analogen voor premissen en conclusies? Zo'n technische analyse van visuele argumentatie moge moeilijk zijn, toch lijkt iedereen wel te begrijpen dat, bij voorbeeld in reclames, met plaatjes soms geargumenteerd wordt. Hoe zit het?

Verplichte literatuur (lees vóór bijeenkomst)

Alcolea-Banegas, Jesús. 2009. “Visual Arguments in Film.” Argumentation 23:259–275.
J. Anthony Blair. “The possibility and actuality of visual arguments.” Argumentation and Advocacy, 33(1):23–39, 1996.


Beelden die niet argumenteren: Monica Gallab: "Nice Day For A Picnic"?

Verder lezen?

Birdsell, David S., and Leo Groarke. 1996. “Toward a Theory of Visual Argument.” Argumentation and Advocacy, 33:1-10. Gerwen, Rob van, ed. 2001. Richard Wollheim on the Art of Painting. Art as Representation and Expression. Cambridge, New York: Cambridge University Press. Lake, Randall A., and Barbara A. Pickering. 1998. “Argumentation, the Visual, and the Possibility of Refutation: An Exploration.” Argumentation 12:79–93. Ong, Walter. 2002. Orality and Literacy: The Technologizing of the Word. New York: Routledge. Slade, Christina. 2003. “Seeing Reasons: Visual Argumentation in Advertisements.” Argumentation 17:145–160. Wollheim, Richard. 1993. “Pictures and Language.” In The Mind and its Depths, 185–192. Cambridge (Mass.), London (England): Harvard University Press.

Propaganda (Triumph des Willens); passages uit de film Triumf des Willens, bezien hoe met beeld geargumenteerd kan worden. here. Dit onderwerp ter voorbereiding van de werkgroep waarin naar William Karel wordt gekeken. Eventueel ook aandacht aan iconische foto's besteden: "How to do things with pictures."
En de binnenkomer-grap is natuurlijk: Bedrijsuitje van Der Untergang: http://www.youtube.com/watch?v=C2edl0oHoVk
Het stuk van Katz is niet goed voor huidige doelen. Beter iets direct over propaganda doen. Het stukje van Luyendijk over journalistiek en propaganda geeft wel enig inzicht in waar ik heen wil.
Katz, Steven B. 1992. “The Ethic of Expediency: Classical Rhetoric, Technology, and the Holocaust.” College English 54:255–275.
en verder: 1. Ekman, plus voice analysis en micro-emoties; 2. mijn artikel over gelaatsexpressie: address, wat is het? 3. Jan Groen en de onbewuste invloed en de redelijke bedoelingen

vrijdag 15 juni, 2012

14a, Hoorcollege XII
film, Opération Lune

Korte inleiding op film van W. Karel, over orale, semi-orale (brieven) en druk-culturen, en terug naar een orale (televisie) cultuur (Walter Ong). We kijken tijdens het hoorcollege plenair naar William Karel, Opération Lune, waarin wordt bewezen dat de maanlanding een Hollywood-fictie is, en leveren in de werkgroep in groepjes een analyse in van de argumentatieve mechanismen van het bewijs.

Mocht er na de film in het hoorcollege-deel tijd overblijven, dan kunnen studenten eventuele problemen en onduidelijkheden in de stof tot op heden aan de orde stellen. Bereid je hierop voor door de volledige stof nog eens door te nemen en vragen die nog resteren op schrift te stellen.

Visuele argumentatie

Opération Lune (Visuele argumentatie)

William Karel (r.)

14b, Werkgroep VI
Analyse van Opération Lune

In de werkgroepen discussiëren we over de visuele argumentatie in de film: Hoe wordt het bewijs voor de centrale stelling (standpunt) van de documentaire opgebouwd? Welke argumentatieve en retorische mechanismen zijn er in de film in werking? Kun je verschillende typen onderscheiden? Vind je ze overtuigend, en waarom wel of niet?
Aantekeningen worden in groepen (van max. 4 studenten) besproken, op schrift gesteld en digitaal ingeleverd: pm. 1000 woorden. De analyse wordt en groupe ingeleverd, dus vermeld duidelijk de namen van de studenten in je groep. Deadline: Zondag 17 juni 2012 — 24.00 uur.

Het is niet de bedoeling dat je een heel secure analyse gaat geven van details in de film, maar mocht je later bepaalde passages toch nog eens willen nazien, dan kan dat hier: Karel: Dark Side of the Moon.

Studenten bekijken Karel-film, discussiëren er dan in groepjes over, maken aantekeningen, werken die thuis verder uit en leveren ze groepsgewijs, getypt de volgende bijeenkomst in.
Pointe van de Delta-Lloyd-reclame: neemt aan dat wij de explosiviteit van de situatie begrijpen, ook al gaat het alleen om de uitwisseling van gelaatsexpressies, niet om argumenten. Retorische situatie van communicatie via beelden. Terug naar orale televisie-cultuur.

A4-tje met: zijn alle gebezigde argumentatieve strategieën talig? Geef aan welke typische trucs in de film gebezigd worden: hoe impliciet gecommuniceerd wordt, dat wil zeggen, niet door iets letterlijk te zeggen. Een van de vragen op het formulier dat ze moeten invullen: bij passagen waar men manipulatie van het publiek herkent: wat kan het publiek doen om dit soort manipulatie te voorkomen als ze op het journaal voorkomt?

Week 9 [Eindtoets]
Zondag 17 juni 2012 — 24.00 uur

Deadline groepsopdracht visuele argumentatie

woensdag 27 juni, 2012

19. Eindtoets

Toets over alle stof. Een deel multiple choice, een deel essay vragen, tekst-analyse.

Verplichte literatuur, lezen vóór bijeenkomst)

Alle teksten en college-stof

twee versies van het tentamen (in een file, zodat ze na elkaar uitgeprint worden), zodat studenten niet kunnen afkijken. De MC-vragen op het tentamenformulier laten invullen, waarop ze meteen bij het uitdelen hun naam moeten zetten (anders ruilen ze met hun buren ...). Open vragen worden op losse vellen geschreven en samengevoegd ingeleverd. Verschil nivo-2 nivo-3?