Argumentatieleer
WB2BD3002
2009
Misleiding en manipulatie
Weekblad NRC 18-04-2009, pagina 29
Joris Luyendijk begint bij zichzelf
Kan journalistiek ook bijdragen aan de oplossing van een probleem? Joris Luyendijk zoekt en onderzoekt.
In dit artikel komt ook de vraag aan bod waar de grens ligt tussen journalistiek en propaganda. Wat mij interesseert is de vraag: wanneer wordt informatie propaganda?
Vaste lezers weten dat hier een zoektocht naar nieuwe journalistiek gaande is, en onderzoek naar de vraag: moet Nederland als eerste overschakelen op elektrische auto's?
Hoe dit zo, vraagt de niet-oplettende lezer zich af. Welaan, ik zocht een onderzoeksvraag die raakte aan iedere laag van de samenleving, zodat ik overal kan binnenlopen. Er moest ook iets op het spel staan, en het moest gaan over oplossingen voor zaken die Nederland vergallen of bedreigen: onze afkalvende concurrentiepositie, energieafhankelijkheid van nare regimes, stank, lawaai, milieuverontreiniging.
Zo kwam ik op elektrische auto's, of: een alternatief voor de benzinemotor.
Daarover dus nieuwe journalistiek, en die zal:
- niet na langdurige research conclusies meedelen, maar uitnodigen tot een reis naar die conclusies.
- niet de agenda volgen van rapporten of aankondigingen van de overheid, maar voortbouwen op een eigen vraag: kan en wil Nederland pionieren?
- de mythe van objectiviteit dus negeren, en de ik-vorm hanteren.
- doorgaan waar klassieke journalistiek stopt, en ingrijpen in de wereld die wordt beschreven.
- beginnen bij mezelf, en bij NRC.
Dat is eruit. Maar vanwaar dit experiment nou weer, vraagt u bezorgd, het gaat toch prima zoals het gaat? Een poging: klassieke kwaliteitsjournalistiek gaat over controleerbare informatie en het eerste probleem is dat de wereld die maar beperkt prijsgeeft. Niemand weet alles en sommige dingen weet niemand. Probleem twee: op de beschikbare feiten past vaak meer dan één interpretatie, terwijl, probleem drie, de wereld ook nog eens wordt beïnvloed door de berichtgeving erover - wat wij noemen: de feedbacklus.
Specifiek: niemand overziet aan welke uitvindingen voor elektrisch vervoer nu wordt gewerkt. Niemand weet welke de beste zullen blijken. De kansen van elektrische auto's worden mede bepaald door de toon waarop journalisten over ze berichten. Dat er een waaier aan interpretaties van de huidige stand van zaken bestaat, bleek me vorige week op de AutoRai bij een speciale themadag. Het leek het Midden-Oosten wel!
Een Nationaal Platform bepleitte één miljoen elektrische auto's in 2020 en een Shellmeneer legde uit dat dit na waterstof en biodiesel de nieuwste hype was, veel plezier en see you bij de volgende hype. Mensen opperden dat het milieu misschien nog zwaarder lijdt onder elektrische accu's, anderen zagen hierin propaganda. Stemmen fluisterden dat elektriciteitsbedrijven met dit initiatief decentrale opwekking van energie door burgers zelf willen saboteren, anderen verdachten de auto-industrie van sinistere acties...
Het was een concert in de mist, en wat ik zoek, is journalistiek die deze complexiteit niet versimpelt of weglaat, maar juist omarmt en van alle kanten belicht. Verhalen over wat controleerbaar en bewijsbaar is, maar ook over de witte plekken op de kaart - wat niemand kan weten. Over twijfels, verbazing en frustraties, over vermoedens van misleiding of manipulatie, en ook een galerij van misrekeningen, bijvoorbeeld: ik dacht dat elektrische auto's de snelwegen behalve schoon ook stil zouden maken, maar dit is niet zo. Het lawaai komt niet van de motor maar van de banden. Damn!
Een experiment dus, dat hopelijk iets toevoegt aan de klassieke methode om een onderwerp als elektrische auto's te behandelen. Ik ga niet, na veel research, in een documentaire of boek mijn conclusies aan het publiek meedelen: 'nog veel hindernissen elektrische auto.' Of: 'wie saboteerde de elektrische auto?'
Want zulke klassieke journalistiek is eerbiedwaardig en onontbeerlijk maar ook, met permissie, voorspelbaar.
En er is nog een probleem. Stel dat het technisch kan: Nederland elektrisch gidsland. Hoe houd je dat op de agenda? Ik maak die documentaire of dat boek. Dan krijg ik één week mediahype, als ze me willen hebben, en dan is het zap, volgende onderwerp.
Een vurig pamflet dan, vroeg iemand, 7 euro 95 bij de betere boekhandel? Tja. Je zoekt alles uit, formuleert een dichtgetimmerd Plan dat je twijfels onzichtbaar maakt, je smeekt prominenten medeondertekenaar te worden, je bedelt bij de opiniepagina van NRC of Volkskrant, en hup daar ga je met je pamflet. Eerst langs de massamedia, die op de allesbepalende tv op het destructieve af kritisch zijn ("U kunt toch niet ontkennen dat...") Heb je geluk, dan bereikt wat over is van het Plan de politiek. Politicus A omarmt het en scoort een mediamoment, rivaal B gaat alleen al daarom saboteren. Heb je nog steeds geluk dan volgt een politiek besluit, waarna de ambtenarij een uitgebreide eigen studie verricht. Jaren later komen de subsidiepotjes, strijd om die potjes, regels, controles, een schandaal over falende controles. Uiteindelijk kun je weer een boek schrijven: hoe Nederland de trein van de elektrische auto miste, 20 euro 95 bij de betere boekhandel...
En dus de vermetele vraag: wat als je dit eens op een nieuwe manier probeert?
