Rob van Gerwen's | Welcome | Teaching | Research | Contact | Weblog | Sitemap | Consilium Philosophicum

Courses | Index | Guest lectures | Inleiding kunstfilosofie (UU) | Kunst en het kwaad (UU) | Wetenschapsfilosofie in contex (UU) | HUM291 Reason, Truth and Beauty (UCU)
Extra-curricular Blackboard | UCU-Workspace | Tutoraat | Academische Master | Scripties | Leeronderzoek esthetica | Mind and Art | Art and morality | Capita Selecta Aesthetics

Rob van Gerwen

December 12, 2011

Home 01 02 03 04 05 06 07 08 09 10 11 12 13 14
 paper 1   paper 2  Cijfers Begin, 3 Manual
How to PP News? presentaties

Inleiding in de filosofie van de kunsten (esthetica)

WB3BD3024 periode 1 2005-06 Nivo 3

12 september 2005: College 1 Inleiding

Vragen en Posities

Waar bevinden zich esthetische waarden en eigenschappen? In het mooie object of in de aangename gewaarwording? (objectivisme versus subjectivisme)
Leveren kunstwerken ons (een speciaal soort) kennis? (cognitivisme)
Mag (en kan) kunst moreel beoordeeld worden? (autonomisme versus moralisme)
Is de vorm van de inhoud te scheiden? (formalisme vs. monisme)
Is het esthetische een onderdeel van het alledaagse, of hoort het in de musea thuis? (pragmatisme)
Is de ervaring van natuurschoonheid te vergelijken met die van een kunstwerk?

Transcendentale benadering: Wat zijn de mogelijkheidsvoorwaarden voor esthetische oordelen?
Empirisme: Zijn smaakoordelen een soort waarnemingen?
Rationalisme: Kunnen smaakoordelen bewezen worden?
Dialektiek: Hoe verhoudt de kijker zich tot het kunstwerk?
Fenomenologie: Hoe ervaart de kijker het kunstwerk?
Hermeneutiek: Hoe begrijpt de kijker het kunstwerk?
Kritische theorie: Hoe verandert het kunstwerk de samenleving?
Taalanalyse: Hoe moeten we de dingen begrijpen die we over kunst zeggen?

Waar we op college naar gaan kijken:

15 september 2005: College 2 Baumgarten: kunst als zintuiglijke kennis

Een mooi kunstwerk presenteert perfecte kennis van de zintuiglijke soort.
Of, zoals Baumgarten het zegt: "Het doel van de esthetica is de perfectie (vervolmaking) van de zintuiglijke kennis als zodanig. Daarmee is echter de schoonheid bedoeld." (Aesthetica, § 14).

Wat er op college besproken wordt
Alexander Gottlieb Baumgarten (1714-1762) rationalist, cognitivist vatte de esthetica op als een filosofische discipline die én over de zintuiglijkheid én over kunst gaat. De esthetica zit dus vanaf het begin op twee sporen. Volgens Baumgarten perfectioneert de kunstenaar zijn zintuiglijke waarneming (dankzij zijn 'analogon rationis') en presenteert grootse kunst perfecte zintuiglijke kennis. We zullen op college bespreken wat daar allemaal in vervat is: in het analogon rationis van de kunstenaar en in die perfecte kennis die in het kunstwerk zou zitten.
De disciplinekwestie: epistemologie vs. esthetica

Waar we op college naar gaan kijken:


Vooraf lezen:

van Gerwen, Rob. 1992. “I Een rationalistische benadering.” In Kennis in schoonheid, edited by Rob van Gerwen, 15–36. enlisted only .

19 september 2005: College 3 Hume: over smaak valt best te twisten (of toch niet?)

Een mooi kunstwerk veroorzaakt een schoonheidssentiment, dus er moet iets over te zeggen zijn. Maar zo'n sentiment beeldt niets in het object af, dus waar moet je dan over discussiëren?

Wat er op college besproken wordt
David Hume (1711-1776), empirist, subjectivist meende dat, ook al zijn we het er vaak over eens wat de meesterwerken zijn (zeker nadat ze de tand des tijds hebben doorstaan), iedereen toch zijn eigen beleving van kunstwerken heeft, vooral omdat niet iedereen even goed kijkt en er dezelfde soort kennis en vaardigheden bij gebruikt. Vanwaar die onbetwistbaarheid van de smaakoordelen, wat is de rol van de discussie die critici met hun tijdgenoten voeren, wat maakt de goede criticus uit? Hoe laat zich Hume's subjectivisme verdedigen?
De verhouding tussen onze waarneming en ons gevoel (het schoonheidssentiment):
primaire en secundaire kwaliteiten (Locke)
... en tertiaire (Scruton).
De waarheid van het smaakoordeel (Savile)

Waar we op college naar gaan kijken:


Vooraf lezen:

van Gerwen, Rob. 1992. “II Empiristische benaderingen.” In Kennis in schoonheid, edited by Rob van Gerwen, 37–55. enlisted only .

Verder lezen?
David Hume: Of the Standard of Taste, al. 15 e.v.: de vergelijking met de wijnproevers.

22 september 2005: College 4 Kant over het (zuivere) smaakoordeel

Als iets mooi is, bezorgt het ons een vrij spel der kenvermogens. De autonomie van het esthetische ervaringsdomein.

Wat er op college besproken wordt
Immanuel Kant (1724-1804), transcendentaal subjectivist: om iets (wat dan ook) terecht mooi te vinden moet men van goede huize komen: men moet ervoor abstraheren van zijn (morele en esthetische) waarden, zijn kennis, concepten in het algemeen, zintuiglijke prikkelingen, belangen en doelen, en moet zich in volle vrijheid op de formele eigenschappen van het object concentreren.
De disciplinekwestie: epistemologie vs. esthetica; theorie van de zintuiglijkheid; rol van de verbeelding in het kennen.
Schijn van een formalisme

Waar we op college naar gaan kijken:


Vooraf lezen:

van Gerwen, Rob. 1992. “III De transcendentale benadering.” In Kennis in schoonheid, edited by Rob van Gerwen, 56–86. enlisted only

Opdracht 1 Zintuigen en schoonheidsoordelen

a. Zowel Baumgarten als Hume analyseren schoonheid in termen van de zintuigen. Maak zowel de overeenkomsten als de verschillen tussen beide posities duidelijk.
b. Leg uit hoe Hume de relatie tussen het smaakoordeel en het beoordeelde object ziet. Waaruit blijkt Hume's 'empirisme'? Denk ook aan Hume's bespreking van de parabel van de wijnproevers uit Don Quichote.
c. Bespreek daarna Kants analyse van het smaakoordeel (zuivere versus afhankelijke schoonheid).
d. Probeer cruciale verschillen aan te geven tussen de manier waarop deze drie posities de relatie tussen waarneming en het smaakoordeel zien. Neem daarbij heldere voorbeelden bij de hand om je overwegingen kracht bij te zetten.

26 september 2005: College 5 Kants kunstfilosofie

Ook schone kunst is doelmatig zonder (extern) doel. Het schoonheidsideaal treedt daar op waar een wezen zijn bestemming van binnenuit zelf voortbrengt, d.w.z. alleen bij de (morele) mens.

Wat er op college besproken wordt
Kant over kunst (expressivisme en een ethisch soort autonomisme): Omdat kunst altijd bedoeld is, ontkom je er niet aan haar onzuiver te beoordelen. Men hoeft over kunst ook niet zuiver te kunnen oordelen. Kunst raakt onze ziel, ons moreel innerlijk. En ideale schoonheid is alleen daar waar zo'n moreel innerlijk wordt uitgedrukt.
De hiërarchie der kunsten.

Waar we op college naar gaan kijken:


Vooraf lezen:

van Gerwen, Rob. 1992. “III De transcendentale benadering.” In Kennis in schoonheid, edited by Rob van Gerwen, 56–86. enlisted only

Verder lezen?
R. van Gerwen: On Exemplary Art as the Symbol of Morality. Making Sense of Kant's Ideal of Beauty. enlisted only
I. Kant: Kritik der Urteilskraft, § 17 "Vom Ideale der Schönheit" (English tr. J.C. Meredith)

29 september 2005: College 6 Hegel: kunst en de geest

De filosofie is zo ver ontwikkeld dat kunst van haar taak (van weergave van zelfbewustzijn van de geest) verlost is: "het einde van kunst".

Wat er op college besproken wordt
Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831), dialektiek, monisme: in een schoon kunstwerk zijn het materiaal en de geest (Geist) onlosmakelijk.
De geschiedenis is een opeenvolging van perioden waarin kunst, religie en filosofie erom strijden wie het beste soort zelfbewustzijn van de geest voortbrengt.
In de geschiedenis van de kunst van de Egyptenaren, via de klassieke Grieken, naar de 'hedendaagse' Romantische kunsten is te zien hoe kunst langzaam maar zeker overbodig wordt.
Het einde van de kunst
De disciplinekwestie: epistemologie vs. esthetica; filosofie vs. kunst

Waar we op college naar gaan kijken:

Op het internet vind je o.a. een ogenschijnlijk zeer gedegen kritiek door David G. Stork: "'Opticality' in early Renaissance painting: Smoke... or mirrors?".
Hier is een reactie op Storks aantijgingen en verdere uitleg van de compaan van Hockney, Charles M. Falco (U.A. Chair of Condensed Matter Physics and Professor of Optical Sciences). Hier een artikel dat Hockney en Falco onlangs publiceerden.


Vooraf lezen:

van Gerwen, Rob. 1992. “IV De dialektische benadering.” In Kennis in schoonheid, edited by Rob van Gerwen, 87–110. enlisted only .

3 oktober 2005: College 7 Schopenhauer en Nietzsche: jezelf vergeten in kunst

De (dionysische geest van) muziek verlost ons van het lijden aan de wereld. Kunst maakt het leven draaglijk.

Wat er op college besproken wordt
Volgens Arthur Schopenhauer (1788-1860) kennen we de wereld altijd alleen als Vorstellung, maar nooit zoals ze in zichzelf is. En de wereld 'als Vorstellung' kennen, betekent dat ze zich altijd altijd al geschikt heeft naar de vormen en categorieën van onze kenvermogens (dat had Kant goed gezien). Wat we dan kennen is altijd al geïndividueerd, en daarmee begint ons lijden: want individuen zitten elkaar onherroepelijk in de weg. We kunnen alleen ontkomen aan dit lijden aan de werkelijkheid wanneer we ophouden de wereld als kenner tegemoet te treden. Dat kan bijvoorbeeld door ons exclusief op de algemene vormen van de dingen te richten (dat had Plato goed gezien). Echter helemaal los van de principia individuationis komen we daarmee niet.
Echt in contact met de wereld zoals ze in zichzelf is, de wereld als wil, als blinde streving, komen we via meditatie, of, tijdelijk: via kunst.
Via kunst komen we in contact met de Platoonse idee achter het een of ander en zolang we in het werk opgaan, zolang zijn ze we van onze eigen individualiteit verlost. Niet alle kunsten zijn hier even goed in. De tragedie doet het beter dan de schilderkunst, maar het allerbeste doet de muziek het: die is pure verklanking van strevingen en wederstrevingen.

In de Geburt der Tragödie neemt Friedrich Nietzsche (1844-1900) deze gedachtengang over. Nietzsche onderscheidt in de kunsten twee krachten: een apollinische vormdrift, en een dionysische roes.
De late Nietzsche (Götzendämmerung) gelooft niet meer in een oppositie tussen een ware werkelijkheid (die voor ons verborgen blijft) en de verschijnselen (die dientengevolge illusoir zijn). De werkelijkheid is de werkelijkheid waarin wij bestaan en het esthetische maakt hem voor ons draaglijk: in de kunst heeft de illusie een goed geweten!

Waar we op college naar gaan kijken:


Vooraf lezen:

van Gerwen, Rob. 1992. “V Een romantische benadering.” In Kennis in schoonheid, edited by Rob van Gerwen, 111–130. enlisted only .

Verder lezen?
Nietzsche, Friedrich: Götzendämmerung: "Wie die "wahre Welt" endlich zur Fabel wurde."

6 oktober 2005: College 8 Ingarden, de fenomenologie van de esthetische houding

Een goed kunstwerk drukt de metafysische waarden van het leven uit. (Een eerste expressie-theorie van kunst?)

Wat er op college besproken wordt
Roman Ingarden (1893-1970), fenomenoloog, subjectivistisch cognitivisme: de esthetische ervaring van kunst houdt een breuk met de alledaagse ervaring in die zijn weerga niet kent. In een esthetische ervaring staat het esthetische object centraal: esthetische waarden.
Ingarden onderscheidt tussen materiële objecten (1) (het schilderij aan de muur, met die en die meetbare eigenschappen (omvang, gewicht)), kunstwerken (2), potentiële objecten met lacunes die nog ingevuld moeten worden; die pas als ze in de esthetische ervaring van de beschouwer tot een samenhangend esthetisch object (3) leiden, zich als kunst realiseren.
Kunstwerken kunnen op vele momenten (en manieren) zo'n esthetische ervaring verknoeien en een negatief eindoordeel over hun artistieke waarde 'verdienen'. Is een kunstwerk geslaagd, en een ervaring tot het einde toe volvoerd, dan beleven we een Gestalt kwaliteit, die ons metafysische waarden van het leven bijbrengt.

Het geslaagde kunstwerk is dus de expressie van iets niet-materieels.

Waar we op college naar gaan kijken:


Vooraf lezen:

van Gerwen, Rob. 1992. “VI Fenomenologische benaderingen.” In Kennis in schoonheid, edited by Rob van Gerwen, 131–151. enlisted only .

Stuur vóór 5 oktober de opzet voor je eerste paper in

10 oktober 2005: College 9 Gadamer: kunst en de geschiedenis; Heidegger: ervaren hoe de mens in-de-wereld-is.

Het begrijpen van de mens vangt aan met de kunst.

Wat er op college besproken wordt

Waar we op college naar gaan kijken:


Vooraf lezen:

van Gerwen, Rob. 1992. “VII Een hermeneutische benadering.” In Kennis in schoonheid, edited by Rob van Gerwen, 152–172. enlisted only .

Opdracht 2 Systeem of methode?

a. (Post-Kantianen over het geestelijke in de kunst) Hegel ziet artistieke schoonheid als het samengaan van materie en geest. Ook Schopenhauer ziet een rol voor de Ideeën weggelegd in kunst. Maar hun opvattingen over het geestelijke liggen nogal uiteen. Probeer vat te krijgen op de overeenkomsten en verschillen tussen beider opvattingen. Maak gaandeweg ook duidelijk in hoeverre beide auteurs een systeem proberen te bouwen (waar alles in past).
b. Typerend voor de fenomenologische en hermeneutische aanpak is hun methodologische benadering. Niet langer probeert men begripsverhoudingen in ons denken over kunst te duiden. In plaats daarvan richt de fenomenologische aanpak zich op de beleving en de hermeneutische op de interpretatie. Leg overeenkomsten en verschillen. Maak gaandeweg het verschil duidelijk met de voorgaande 'systeembouwers'.

13 oktober 2005: College 10 Adorno: Kunst als het schijnen der waarheid

"Zur Selbstverständlichkeit wurde, daß nichts, was die Kunst betrifft, mehr selbstverständlich ist, weder in ihr noch in ihrem Verhältnis zum Ganzen, nicht einmal ihr Existenzrecht." Ästhetische Theorie, 9.

Wat er op college besproken wordt
Theodor Wiesengrund Adorno (1903-1969), Kritische Theorie, negatieve dialektiek, particularist: Denken volgens de gebruikelijke categorieën is identificeren, een identiteit geven, identiek maken. Niet alleen stelt zulk denken ons in staat de wereld, de natuur en onszelf te beheersen; het negeert ook de particulariteit van het eenmalige.
Kunst kan ons tijdelijk van die onderdrukking redden, ze kan de waarheid doen oplichten. Om geen identificerende afbeelding te produceren, zoals we die van de televisie en de reclame kennen, maar een waar beeld, moet een kunstwerk gemaakt zijn volgens de verst gevorderde technieken en met hedendaagse materialen.

Waar we op college naar gaan kijken:


Vooraf lezen:

van Gerwen, Rob. 1992. “VIII Een kritische benadering.” In Kennis in schoonheid, edited by Rob van Gerwen, 173–198. enlisted only .

Verder lezen?
Claude Lanzmann: "Schindler's List is een onmogelijk verhaal" enlisted only
Discussie over Lanzmann's artikel ['work in progress'; voel je vooral uitgenodigd tot commentaar].

20 oktober 2005

Eerste paper uiterlijk vandaag emailen.

Concept eerste paper uiterlijk 5 oktober 2005 emailen.

Voor een handleiding voor het schrijven van een filosofische paper, klik bovenaan op de "How to"-button.

 

24 oktober 2005: College 11 Kunst en representatie

Niet alle kunst representeert. Maar alle kunst deelt wel de fenomenologische karakteristiek van representaties.

Wat er op college besproken wordt
Volgens Arthur Danto is het enige verschil tussen een afbeelding en diezelfde afbeelding als kunst, dat de tweede binnen een Kunstwereld fungeert: het is de kunsttheorie die zegt dat de ene geen en de andere wel een kunstwerk is. Danto concludeert dit na lang doorvragen naar de betekenis van Warhol's Brillo Boxen.
Men kan de vraag evenwel ook omgekeerd stellen: wat is de overeenkomst tussen een afbeelding en een kunstwerk dat helemaal niets afbeeldt, bij voorbeeld een installatie, muziekstuk of abstract werk?
Wollheim laat zien wat de verschillen zijn tussen afbeelden en beschrijven. Hij meent dat hoewel niet alle representaties kunstwerken zijn en niet alle kunstwerken iets afbeelden, een adequate theorie van de kunst toch niet zonder een adequaat verhaal over representaties kan.

Waar we op college naar gaan kijken:


Vooraf lezen:

Verder lezen?
R. van Gerwen: Representaties waarnemen. enlisted only

27 oktober 2005: College 12 Artistieke expressie (en empathie)

Om artistieke expressie waar te nemen behoeven we artistieke empathie.

Wat er op college besproken wordt
Een landschapsschilderij kan een boerderij afbeelden, en het kan dat doen op een melancholieke manier. Het schilderij heeft dan een melancholieke expressie, zeggen we. Of heeft het afgebeelde landschap een melancholieke expressie en wordt dat afgebeeld? In beide gevallen moeten we ons afvragen welke empathische vaardigheid er bij de waarnemer is verondersteld wil deze de expressie van een emotie door een niet-levend wezen herkennen. Ten tweede, is expressie iets heel anders dan afbeelding of is het veeleer slechts een aspect van afbeelding?

Waar we op college naar gaan kijken:


Vooraf lezen:

Stuur uiterlijk 28 oktober de opzet voor je tweede paper in

31 oktober 2005: College 13 De rechtvaardiging van smaakoordelen

Wat er op college besproken wordt
Wat zijn esthetische eigenschappen?
Scruton's tertiaire kwaliteiten.
Het 'principle of acquaintance' (Wollheim).

Waar we op college naar gaan kijken:


Vooraf lezen:

Marcia Eaton's definities van esthetische eigenschappen

  • An aesthetic response is a response to aesthetic properties of an object or event, that is, to intrinsic properties considered worthy of attention (perception or reflection) within a particular culture. [Merit, p. 10]
  • A is an aesthetic property of O (an object or event) if and only if A is an intrinsic property of O and A is culturally identified as a property worthy of attention (i.e., of perception and reflection). [p. 11]
  • F is an intrinsic property of O if and only if direct inspection of O is a necessary condition for verifying the claim that O is F. [p. 11]


Eaton refers to what Wollheim has called the Principle of Acquaintance: "One must perceive the work for oneself." [p. 11] Kant has made the same argument, in fact it is held by most aestheticians. It has great intuitive force, does it not, to respond to someone who tells you that some particular concert or painting is a masterwork: "I am sure you know what you are talking about, but I'll have to see for myself". Yet, how do we argue for it?
Eaton's argument is: aesthetic properties are intrinsic and, therefore one must be present to them to judge their presence and nature.
Is this satisfactory? Surely the cold of the Arctic regions is an intrinsic property, but it is okay for me to claim that it is cold at the North Pole, is it not? Unlike my claiming to know that some work is a masterpiece on the basis of hear-say.

Opdracht 3 Representatie en Expressie.

Leg de cruciale verschillen tussen representatie en expressie uit. Is het mogelijk om beide 'mechanismen' bij een of andere concreet kunstwerk met de vinger aan te wijzen? Waarom?

3 november 2005: College 14 Kunst en esthetische houding

Wat er op college besproken wordt
Iedereen is het erover eens dat kunstwerken op een of andere manier hun publiek moeten raken. Ze moeten ons esthetische ervaringen bezorgen. Maar wat zijn esthetische ervaringen eigenlijk? Is 'aandachtig kijken' garantie om er één te krijgen, of is zulke aandacht de esthetische ervaring zelf al? Zoals Ingarden en Gadamer ook betoogden behoeft de esthetische ervaring een actieve medewerking van de beschouwer: een esthetische houding, maar of er zoiets wel bestaat wordt door sommigen ernstig betwist.

Waar we op college naar gaan kijken:


Vooraf lezen:

Verder lezen?
Clement Greenberg (1980): Autonomies of art

11 november: deadline tweede paper.
Uiterlijk vandaag emailen.

Concept tweede paper uiterlijk 25 oktober 2005 inzenden.